‘Meer subsidie nodig om verduurzaming koopwoning aantrekkelijk te maken’

Klimaatakkoord De meeste woningbezitters investeren pas in verduurzaming van hun woning als ze de kosten kunnen terugverdienen. Dat is nu nog niet haalbaar, concludeert het PBL.
Om de verduurzaming van woningen terug te kunnen verdienen, moeten huishoudens meer subsidie kunnen krijgen, becijferde het PBL.
Om de verduurzaming van woningen terug te kunnen verdienen, moeten huishoudens meer subsidie kunnen krijgen, becijferde het PBL. Foto Remko de Waal/ANP

De regelingen waarmee de overheid probeert woningbezitters aan te moedigen om hun woning te verduurzamen zijn niet genoeg om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een maandag gepubliceerd onderzoek in samenwerking met de Amsterdam School of Real Estate. De kosten voor verduurzaming kunnen door de meeste huishoudens niet worden terugverdiend.

„Enkele voorlopers” geven nu al tienduizenden euro’s uit om hun woning energieneutraal te maken, stelt het PBL vast, maar veruit de grootste groep wacht daar nog even mee. De meesten willen ervan verzekerd zijn dat ze hun investering terugverdienen en zouden zelfs het liefst zien dat hun maandlasten ten minste gelijk blijven. Dat zit er volgens het PBL in de praktijk niet in. Wie 35.000 euro uittrekt om een woning van energielabel D naar label B te brengen, ziet de woonlasten met maar 50 euro per maand dalen. Dan duurt het zelfs tegen zeer gunstige financieringsvoorwaarden meer dan vijftig jaar om de investering terug te verdienen.

Lees ook: Draaien burgers en het mkb dan toch op voor de energietransitie?

Scenario’s

Het PBL rekende verschillende scenario’s door, waaronder een onwaarschijnlijk scenario waarin de financiering helemaal gratis is. In hoeverre het aantrekkelijk of haalbaar is voor huishoudens om investeringen in de verduurzaming terug te verdienen, hangt in ieder van die scenario’s af van de samenstelling van die huishoudens. Woningbezitters die alleen wonen, verbruiken de minste energie en verdienen hun investeringen in vrijwel geen enkel scenario terug. De grootverbruikers (bijvoorbeeld gezinnen met oudere kinderen) zullen de kosten er makkelijker uit krijgen, maar ook die niet in alle rekenvoorbeelden.

Een van de manieren om de doelen uit het Klimaatakkoord te bereiken, is de invoering van de zogenoemde gebouwgebonden financiering. Dat wil zeggen dat schulden niet meer op naam van de woningbezitter staan, zoals bij een hypotheek, maar vastzitten aan het huis waarin zij wonen. Het idee is dat bij verkoop de nieuwe eigenaar verdergaat met het aflossen van de schuld. Het PBL twijfelt over de vraag hoe effectief dat is. Die leningen zullen waarschijnlijk onaantrekkelijker zijn dan bijvoorbeeld een hogere hypotheekschuld en bovendien ingewikkelder omdat het hele instrument nog moet worden opgetuigd. Woningbezitters hechten er vooral aan dat de investeringen in de verduurzaming kunnen worden terugverdiend, merkt het PBL op. Dan zou het misschien beter zijn om die gewoon via de hypotheek te kunnen betalen.

Volgens het Klimaatakkoord moeten in 2030 anderhalf miljoen woningen geïsoleerd zijn en zijn losgekoppeld van aardgas. Twintig jaar later (in 2050) moet dat gelden voor alle woningen. Misschien kunnen er extra „juridische instrumenten” zoals verplichtingen ingezet worden om dat doel te bereiken, oppert het PBL. Of dat werkt, zou nader onderzocht moeten worden. Extra subsidies zullen in ieder geval nodig zijn om aanpassingen financieel aantrekkelijk te maken voor woningbezitters - voor hen de belangrijkste reden om in actie te komen. „Voor huishoudens is niets doen gewoon een optie.”