Een draadje spuug liep uit zijn mondhoek

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: het genot van binnengluren tijdens digitale meetings
Illustratie Eliane Gerrits

Het is vreemd om bekende tv-persoonlijkheden in levenden lijve te ontmoeten. Het voelt misleidend vertrouwd. Jij kent hen goed, maar zij kennen jou helemaal niet. De relatie is uitsluitend eenrichtingsverkeer. De televisie kijkt immers niet terug.

Maar dat was toen, vóór corona. Nu veel bijeenkomsten via Zoom gaan, hebben we ineens wel televisie met tweerichtingsverkeer. We kijken naar de spreker, op een scherm, net zoals vanouds, maar de spreker kijkt ook naar ons. En, nog belangrijker, we kijken naar elkaar. Op kleine schermpjes, alsof ieder zijn eigen tv-kanaal heeft. Allemaal talkshowpresentator!

Dat leven op een scherm blijkt voor velen wel even wennen. Lang niet iedereen beseft dat een blik in zijn of haar huiskamer wordt gegund. Men laat ongegeneerd de video aanstaan met de digitale gordijnen wijdopen. Het is verrassend hoe gemakkelijk men vergeet dat het scherm terugkijkt. Nu pas begrijp ik al die realityshows, waar men de camera onbeschaamd toelaat in de intiemste momenten.

Deze nieuwe wereld is een bonanza voor geboren voyeurs zoals ik. Ik kan er niet genoeg van krijgen om alle interieurs te bestuderen, de eigenaardige gedragingen. De toehoorders en hun ambiance zijn zo veel interessanter dan de spreker.

Zo zag ik vorige week, tijdens een Zoom-lezing, langzaam maar zeker een van de deelnemers steeds verder wegzakken in zijn stoel. Op een gegeven moment viel zijn mond open. Een tijdje later liep er zelfs een draadje spuug uit. Hij begon te snurken, wat ik niet kon horen, maar wel zien aan de neusvleugels die op en neer gingen. Het lege wijnglas op de tafel voor hem was vast de oorzaak. Een lezing rond borreluur is misschien ook geen goed idee.

Op het scherm naast hem zat een vrouw te eten. Blote voeten met lange nagels op de tafel. Luid smakkend ook – dit kon ik niet horen, maar wel zien aan de mond die niet goed dichtging. Ze zat te smullen van een bakje noedels. Af en toe viel een garnaal ernaast. Ze had het niet door, of nam gewoon niet de moeite die op te rapen. Daarna veegde ze haar mond af met de punt van een theedoek en viel aan op de cheesecake. Ik vroeg me af wat ze daarna zou doen. Haar teennagels knippen?

Ergens in de hoek van het raster met Zoom-schermpjes zat iemand de godganse tijd op zijn mobiel. Het was duidelijk dat de lezing totaal aan hem voorbijging. Ik meende zelfs even te zien dat hij de telefoon opnam en een gesprek begon. Ook mij ontging de lezing grotendeels, gefascineerd als ik was door de verzameling McDonald’s Happy Meal-speeltjes achter de spreker. Toy Story’s Woody in zijn geel-met-roodgeruite hemd stak een hand naar me op, zijn andere hand hield hij op zijn pistool.

Al die kleine vensters op mijn computerscherm met de niets verhullende inkijk op de huiselijke tafereeltjes doen me denken aan een Hollands flatgebouw, zo tegen het vallen van de avond. Overal de lampen aan. De gordijnen wijd open, want we hebben niets te verbergen. Achter ieder venster een heel leven.

Reacties naar pdejong@ias.edu