De jacht op de verloren ridderromans

Middelnederlandse letterkunde Ongeveer de helft van alle Middelnederlandse ridderromans is verloren gegaan, zo is in te schatten met ecologische statistiek.

Foto München, Staatsbibl. Cgm 5249/20

De 74 Middelnederlandse ridderromans die geheel of gedeeltelijk bewaard zijn gebleven, vormen waarschijnlijk maar de helft van wat er ooit was. Mike Kestemont (Universiteit Antwerpen) en Folgert Karsdorp (Meertens Instituut) hebben dat berekend, met behulp van statistische methoden die afkomstig zijn uit de biologie.

Biologen zijn gewend om de biodiversiteit van natuurgebieden te meten: hoeveel soorten planten en dieren komen er voor? Daarbij doet zich het probleem voor dat er altijd een klein aantal soorten is dat je heel veel waarneemt, en een groot aantal soorten dat je maar één keer of zelfs helemaal niet waarneemt. Omdat het nooit lukt om álle soorten die in zo’n gebied voorkomen waar te nemen, maken de biologen dan een schatting van wat ze niet hebben waargenomen. Daar is een methode voor bedacht.

Een schaduw van een verloren gegane Middelnederlandse ridderroman is misschien te vinden in deze dertiende-eeuwse Duitse tekst (‘Die Schlacht von Alischanz’) met oude, Middelnederlandse taalsporen.

Foto München, Staatsbibl. Cgm 5249/20

Bij ridderromans gaat het om een vergelijkbaar probleem. Je hebt handschriften (‘kopieën’), en ieder handschrift is dan als het ware een waarneming. En je hebt de romans zelf, die dan als het ware de unieke soorten zijn. Veel ridderromanteksten zijn maar in één handschrift overgeleverd. Sommige kennen we uit twee handschriften. Van een handjevol teksten zijn een heleboel handschriften (tien of meer) bewaard gebleven. De 74 verschillende Middelnederlandse ridderromans die nu bekend zijn, komen uit 164 verschillende handschriften.

Kunst- en vliegwerk

De berekening van wat er ‘vermoedelijk’ in de loop der eeuwen aan ridderromans verloren is gegaan (de ‘niet waargenomen soorten’) bestaat uit twee stappen. Stap één is dat je je afvraagt: als je maar een deel van de nu beschikbare data (lees: handschriften) had, bijvoorbeeld maar negentig procent, wat zou dat dan uitmaken voor de uitkomst (het aantal unieke teksten)? Je zou natuurlijk uitkomen op een lager aantal teksten, maar hoeveel lager precies? Hoe groot zou die ‘vertekening’ zijn? Dat kun je de computer laten berekenen. Stap twee is vervolgens dat je van daaruit, met wat statistisch kunst-en-vliegwerk, een inschatting kunt maken van hoe sterk de data die je tot je beschikking hebt de werkelijke situatie vertekenen.

Deze rekentechniek is al tientallen jaren oud, en inmiddels steeds beter en subtieler geworden. Als je de reken-software loslaat op de ridderromans, rolt daar de volgende uitkomst uit: er zijn ooit tussen 106 en 219 verschillende ridderromans geweest. Het meest waarschijnlijke aantal is: 148.

Lees ook Herman Pleij over 15de-eeuwse seks: ‘Geen vieze boekjes, nee, toneel!’

In gewone mensentaal: waarschijnlijk is ongeveer de helft van alle ridderromans geheel verloren gegaan.

En voor de handschriften is de meest waarschijnlijke schatting dat er ooit een kleine 2000 handschriften met ridderromans hebben bestaan. Wat we nu nog hebben is daar maar 8 procent van. Dat komt mooi overeen met eerdere schattingen op basis van middeleeuwse inventarislijsten van bibliotheken (meestal kloosterbibliotheken), waarbij je kunt vaststellen hoeveel van die handschriften nu nog bestaan en dan weet je dus ook hoeveel er verloren is gegaan: meer dan 90 procent van alle handschriften.

Van de 74 bekende ridderromans zijn er 22 waarvan de tekst (duizenden tot tienduizenden versregels) min of meer volledig bewaard is gebleven. Van de rest (ruim vijftig teksten) hebben we alleen nog fragmenten. Soms lange fragmenten, soms maar enige tientallen versregels. Van de 16 kleine fragmenten die er de afgelopen dertig jaar nog gevonden zijn, waren er maar drie met een tot dan toe onbekende tekst.

Nieuw fragment

Toevallig is er net weer een nieuw handschriftfragment ontdekt, in Brabant, in de abdij van Berne: een strookje papier dat verwerkt was in de kaft van een zestiende-eeuws gedrukt boek. Daarop staat een stukje van de Historie van Troyen, een ridderroman die in de klassieke oudheid speelt. Van die tekst zijn maar liefst 17 handschriften bekend. Een mooi voorbeeld dus van een ‘nieuwe waarneming’ die geen nieuwe tekst oplevert, helaas.

Dat er in de loop der eeuwen ridderromans verloren zijn gegaan weten we ook uit de overgeleverde teksten zelf. In de Roman van Limborch wordt bijvoorbeeld verwezen naar een tekst over Olivier van Castillië. Daar is helemaal niks van bewaard gebleven. Ook zijn er een paar Duitse ridderromans waarin Middelnederlands-achtige woorden gebruikt worden. Wat erop wijst dat die Duitse teksten bewerkingen zijn van Vlaamse ridderromans. Maar van die Vlaamse teksten ontbreekt nu ieder spoor.

Het zou natuurlijk erg leuk zijn als er nog eens een volledig handschrift van een nog onbekende ridderroman ontdekt wordt. „Die kans is niet onbestaand”, zegt Mike Kestemont. „Maar dat zal dan niet in West-Europa zijn. Misschien dat er nog iets ligt in een bibliotheek in Rusland, of in Oost-Europa. Handschriften die gecatalogiseerd zijn in het Russisch en daardoor hier niet bekend zijn. Zoiets zou ik me kunnen indenken.”

Tot slot, wat heb je eraan om te weten wat je niet hebt en niet kent? Kestemont: „Als je weet dat je maar een klein deel hebt van wat er ooit was, dan nodigt dat uit tot een zekere bescheidenheid. Er wordt vaak een mooi groot literair-historisch verhaal verteld over die literatuur. In de dertiende eeuw gebeurde er dit, in de veertiende eeuw gebeurde er dat… Dit soort berekeningen spoort aan tot wat meer terughoudendheid op dat gebied.”