Analyse

Argentijnse beurs leeft op – vanuit het dieptepunt

Deze rubriek belicht elke maandag ontwikkelingen op de aandelenmarkten. Ditmaal: de beurs van Buenos Aires.

De beurzen raken steeds meer losgezongen van de reële economie. Als de coronacrisis iets uitwijst, dan is het dat wel. Dertig miljoen Amerikanen zitten zonder werk. Volgens het IMF krimpt de economie in de Verenigde Staten dit jaar met 8 procent. En intussen bereiken beursgraadmeters zoals de S&P 500 en de Nasdaq vrolijk recordhoogtes.

Nergens is die tegenstelling zo sterk als in Argentinië. Het Zuid-Amerikaanse land worstelt al jaren met een schuldencrisis. De inflatie bedroeg de afgelopen twaalf maanden een ontzagwekkende 42 procent. De werkloosheid is gestegen tot meer dan 10 procent van de beroepsbevolking. Het IMF becijferde dat de economische krimp dit jaar bijna 10 procent is – het derde jaar op rij dat de Argentijnse economie slinkt.

Niets van dat al krijgt vat op de Merval, de belangrijkste beursindex in hoofdstad Buenos Aires. Sinds half maart, het dieptepunt op de wereldwijde aandelenmarkt vanwege de coronacrisis, steeg de Merval met 115 procent. Geen beurs wereldwijd die dat nadoet. Hoe kan dat?

Wim-Hein Pals, hoofd opkomende markten bij Robeco, noemt dit „bouncing from the bottom”. Oftewel: de graadmeter stond in maart zo laag dat hij niet veel lager kon. „Heel die beurs was in elkaar geknald. En van een heel lage bodem is het makkelijk stijgen.”

Daar komt bij dat de Argentijnse regering de afgelopen maanden onderhandelde met haar schuldeisers, waaronder beleggers als Blackrock en Greylock. Argentinië is omgerekend 274 miljard euro verschuldigd aan zijn crediteuren. Begin augustus was er een doorbraak: de regering kwam tot een akkoord over herstructurering van zo’n 55 miljard euro aan staatsschuld. Dat betekent een aanzienlijke verlichting van de lasten.

Een klein beetje stabiliteit in het geplaagde Argentinië, zegt Pals. Vandaar dat de Merval hier flink op reageert. Verder is de Robeco-man allesbehalve enthousiast over de situatie in het land. „Er is in ieder geval geen sprake van totále chaos. Argentinië heeft met deze deal voorkomen dat het een pariastaat zou worden.” Maar daarmee is wel zo’n beetje alles gezegd. „Uit beleggersoogpunt zijn wij uitermate cynisch over Argentinië. We hebben jaren geleden onze beleggingen daar al teruggetrokken.”

De lastenverlichting is welkom, maar het verandert volgens Pals weinig aan de structurele kwalen waaraan Argentinië lijdt: een gierende inflatie, diepgewortelde corruptie en een schuldenlast die ondanks de overeenkomst nog steeds enorm is.

Ook Liliana Lopez is pessimistisch. Bij de Rabobank specialiseert zij zich in de economieën van Latijns-Amerika. „Privéconsumptie” – het consumeren van goederen en diensten door huishoudens – „is enorm belangrijk voor Argentinië. Het is goed voor twee derde van het bruto binnenlands product.” Weinig landen in Latijns-Amerika zijn daar volgens Lopez zo sterk van afhankelijk.

En precies deze privéconsumptie krijgt door de coronacrisis klap na klap na klap. Het toerisme ligt stil – van Patagonië in het zuiden tot Salta in het noorden – en op veel plaatsen zijn restaurants en barretjes nog altijd gesloten vanwege lockdownmaatregelen.

Daarbij komt dat het gissen is naar de economische plannen van de in december aangetreden links-populistische regering onder leiding van president Alberto Fernández. Lopez: „Nu een deel van de schulden geherstructureerd is, is het tijd om met maatregelen te komen voor economische hervorming.” Om de malaise te stoppen, moeten die fors zijn. Lopez verwacht dat de Argentijnse economie dit jaar nog meer krimpt dan de 10 procent die het IMF voorspelt.

Eeuwig zonde, zegt Pals. „Het is zo’n gezegend land: rijk aan grondstoffen en een hoogopgeleide bevolking. Maar het gaat ten onder aan economisch mismanagement.”