Reportage

Allemaal hebben deze Syriërs hun dromen in Duitsland moeten bijstellen

Migratie In 2015 volgde NRC een groep van vijftig Syriërs op weg van Turkije naar Duitsland. Vijf jaar later zoeken we een aantal van hen opnieuw op. Hoe verloopt hun integratie? Hebben zij hun dromen waargemaakt? Haben sie das geschafft?

Toen Angela Merkel op 31 augustus 2015 „Wir schaffen das” zei, was de groep van zo’n vijftig Syriërs al lang en breed in Duitsland beland. Tijdens die reis van veertien dagen langs de Balkanroute lag de naam Merkel niet op de lippen van de vluchtelingen.

Als ze één naam van een Europese leider kenden, dan was het die van de Hongaarse premier Viktor Orbán. Die was begonnen met de bouw van een muur langs de Servische grens. Het was zaak om in Europa te geraken voor die muur werd voltooid.

Maar Merkel wordt alsnog de redder voor een deel van de groep wanneer zij het Dublin-akkoord opschort. Dat wilde zeggen dat wie in Hongarije was gearresteerd en zijn of haar vingerafdrukken had laten nemen, niet werd teruggestuurd maar in Duitsland mocht blijven.

Vijf jaar later zijn de levens van de vluchtelingen die NRC in 2015 volgde op veel vlakken ingrijpend veranderd. Daar waar de laatste gesprekken eind 2015 in een mengeling van Engels en Arabisch plaatsvonden, vraagt nu iedereen om Duits te spreken – dat gaat hen inmiddels makkelijker af. Eind 2015 woonden sommigen nog in een kamp, of in een Heim, een tussenstap naar de eigen woning. Zeker in Berlijn was het een dagelijks gevecht met de Duitse bureaucratie. Inmiddels hebben ze allemaal een eigen woning, een baan of studie of ze zitten in een leer-werktraject.

Maar allemaal hebben ze hun dromen moeten bijstellen. Firas, die Engelse literatuur studeerde, volgt een opleiding voor opticien. Rechtenstudent Milad komt aan de kost als kapper. Violist Orwa heeft zijn droom om in het Duits Symfonieorkest te spelen moeten opbergen. Mazen, de politiek activist, heeft als postbode gewerkt. „Ik ben gelukkig”, zegt hij, „maar ik ben niet succesvol.”

Firas en Rodin: Wij hebben het zelf geschafft

De laatste keer dat NRC met Firas Khalil sprak, eind 2015, woonde hij in een huis in het onooglijk kleine Wilkenberg; zijn enige buren waren andere vluchtelingen. Én een beetje malle bejaarde Duitse vrouw, die hen dagelijks racistische beledigingen naar het hoofd slingerde.

Daarmee vergeleken is het vijf jaar later een paradijs. De nu dertigjarige Firas woont samen met zijn vrouw Rodin Khlo – in 2015 waren zij verloofd, zij kwamen apart naar Duitsland – en hun 15 maanden oude dochtertje Pella. Ze hebben een prettig huis in Nierstein, ook een klein stadje maar vlakbij Mainz, Wiesbaden en Frankfurt. Firas werkt in Mainz, Rodin studeert in Wiesbaden voor bouwkundig ingenieur. Het huis kijkt uit op de Rijn.

Firas Khalil en zijn vrouw Rodin Khlo met dochtertje Pella in Nierstein vlakbij Mainz. Foto Gert Van Langendonck

Het gezin oogt gelukkig, en dat zijn zij ook, zeggen ze. Maar de verwachtingen die zij hadden van het leven in Duitsland hebben zij wel moeten bijstellen. „Ik had meer verwacht op het vlak van werk vinden; het was allemaal veel moeilijker dan ik had gedacht”, zegt Firas terwijl hij het vlees op de barbecue gooit.

Firas studeerde in Syrië Engelse literatuur. Hij was ook de enige in de groep die voor het vertrek al een beetje Duits sprak. „Ik zag mijzelf Engelse les geven op de middelbare school of zo”, zegt hij. Duitsland erkende Firas’ diploma niet omdat hij alleen een kopie kon overleggen, niet het origineel. Nu zit Firas in een Ausbildung – een driejarig leer-werktraject om opticien te worden. Het salaris in opleiding is verwaarloosbaar; Firas klust ’s avonds bij als bordenwasser in een restaurant.

Het is prettig dat hun beider ouders inmiddels ook in Europa zijn. Die van Rodin zijn via gezinshereniging gekomen: haar jongste broertje was minderjarig toen zij samen naar Duitsland kwamen. Die van Firas wonen in Frankrijk, die van Rodin vlakbij.

Hoe zij de toekomst van hun dochter zien? „Veilig!”

Dat laatste zou een voordeel moeten zijn voor een jong werkend-studerend koppel. Maar de coronacrisis gooide roet in het eten. Firas: „Zij zijn één keer toch gekomen, maar er stond meteen een Duitse buurman voor de deur die zei dat dat niet mocht.”

Rodin: „Het is ook best moeilijk voor hen. Mijn vader is achtenvijftig; hij was ingenieur in Syrië. Nu is hij Duits aan het leren om in aanmerking te komen voor een job.”

De Syriërs die zij kennen doen het na vijf jaar allemaal goed, zegt Firas. „Zij werken of studeren. Rodin heeft twee zussen aan de universiteit, mijn broer is bijna afgestudeerd. Natuurlijk zijn er ook Syriërs die niet werken en geen moeite hebben gedaan om Duits te leren. Maar ik denk dat dat een minderheid is. De Duitsers complimenteren ons vaak met ons niveau van Duits in vergelijking met eerdere generaties migranten.”

Voor Syriërs die na de golf van 2015 zijn gekomen, is het een beetje makkelijker geworden. „Wij hadden destijds veel hulp nodig van de Duitsers, omdat alles nieuw en ingewikkeld was voor ons. Maar toen onze ouders kwamen, hadden zij die hulp niet meer nodig omdat wij er waren”, zegt Rodin. „Wir haben das selbst geschafft”, voegt zij er met een glimlach aan toe.

Aan teruggaan naar Syrië denken ze geen moment. Rodin: „Onze toekomst ligt hier nu.” Gevraagd hoe zij de toekomst van hun dochter zien, kijken beide ouders vertederd naar Pella, om dan in koor te zeggen: „Veilig.”

Orwa: Ik heb geleerd wat eenzaamheid is

Het verhaal van Orwa Khalloul (26) is onlosmakelijk verbonden met zijn viool. In 2015 was hij zo slim geweest het instrument met DHL op te sturen, terwijl hij zelf de Balkanroute liep. In het kamp Friedland, waar hij en zus Razan tijdelijk verbleven, bracht een door Duitsers geschonken viool tijdelijk soelaas.

Maar ook Orwa heeft zijn dromen moeten bijstellen: een carrière als violist bij het Duitse Symfonieorkest zit er niet in. „Je hebt hier veel competitie van vooral Aziatische mensen. Die zijn zo perfect dat je je afvraagt waarom ze überhaupt nog in Duitsland komen studeren. Dat had ik niet verwacht”, zegt Orwa op een terrasje in Wolfenbüttel, Nedersaksen waar hij sinds vier jaar woont.

Violist Orwa Khalloul werkt in een muziekwinkel maar droomt nog altijd van een muzikale carrière. Foto Gert Van Langendonck

Orwa heeft een tijdje gewerkt als verkoper in een muziekinstrumentenwinkel. Dat klikte niet en Orwa is voortijdig gestopt met zijn leer-werktraject. „Toen ik afscheid kwam nemen, zei een oudere werknemer dat mijn leven in Duitsland duidelijk geen succes was en dat ik beter terug kon gaan naar mijn eigen land. Dat deed pijn. Maar de anderen zeiden dat ik er geen acht op moest slaan. De man was uitgerekend zelf nog vluchteling geweest na de Tweede Wereldoorlog.”

Orwa worstelt met de tegenstrijdige signalen die hij krijgt vanuit de Duitse samenleving. „Aan de ene kant moet je geld verdienen, maar aan de andere kant wordt je ook ingeprent dat je je droom moet najagen.”

Hij droomt nog altijd van een muziekcarrière maar dan als leraar. In het streng gereglementeerde Duitsland moet je daar wel een diploma voor hebben. Een vierjarige opleiding aan de universiteit van Dortmund leek ideaal, maar door het coronavirus heeft hij zijn plannen moeten uitstellen. En het niveau van zijn Duits moet omhoog wil hij toegelaten worden.

Orwa heeft in Duitsland ook geleerd wat eenzaamheid betekent. „Mijn tweede verjaardag in Duitsland heb ik helemaal alleen doorgebracht. Ik heb viool gespeeld op mijn kamer.” Eind 2015 woonde Orwa nog samen met zus Razan in een huis in Braunschweig. Maar Razan, die achttien werd tijdens de reis naar Duitsland, koos al snel haar eigen weg. Zij is inmiddels getrouwd met haar leraar Duits, met wie zij een kindje heeft gekregen. Zij wonen in Dortmund.

„Als ik het opnieuw moest doen, zou ik als een bezetene Duits hebben geleerd en werk gezocht.”

Doordat veel Syriërs in verschillende landen, of in verschillende delen van Duitsland zijn beland, is de traditionele familiestructuur vaak weggevallen. Voor wie alleen achterblijft, zoals Orwa, is dat soms moeilijk. „Ik heb geleerd wat depressie is: futloos zijn, dagen aan een stuk binnenblijven. Voor ik naar Duitsland kwam, wist ik niet wat dat was. Mijn muziekleraar, die ook psycholoog is, heeft mij daar veel bij geholpen.”

Inmiddels gaat het beter. Hij heeft Duitse vrienden gemaakt via het plaatselijke orkest waarmee hij speelt, met wie hij elke week afspreekt.

„Het is niet makkelijk geweest, maar het is makkelijker aan het worden. Ik weet dat ik niet altijd goed heb gereageerd op de situatie. Als ik het opnieuw moest doen, zou ik als een bezetene Duits hebben geleerd en werk gezocht.”

Orwa is nu het kamertje aan het opruimen in het huis in Wolfenbüttel waar hij de voorbije vier jaar boven een Duits gezin heeft gewoond. Hij zoekt een appartement in Dortmund. Dichter bij zus Razan, en misschien ook dichter bij zijn droom.

Yara en Hommam: Geen bommen meer, geen angst voor de politie. Het was party time

Op de foto die op 22 augustus 2015 de voorpagina van NRC Next siert, staan drie jonge mensen onder de kop: „Zij hebben het gehaald.” De foto is genomen aan de Großer Müggelsee en de drie Syriërs zien eruit alsof zij altijd in Berlijn hebben gewoond: een zomerjurkje, een topje, flessen Berliner Kindl-bier. Angela Merkel moest toen nog zeggen, Wir schaffen das, maar de foto suggereert dat dat wel goed komt.

Yara Aldebeyat, nu 27, lacht als zij terugdenkt aan de foto. „Die zomer was alles cool. Het was mooi weer, en we hadden Berlijn bereikt. Geen bommen meer, geen angst voor de politie. Het was party time. Het moment van de waarheid moest nog komen.”

Yara Aldebeyat bij haar kraampje op de Neukölln vlooienmarkt in Berlijn. Karim Ben Khelifa

Vijf jaar later wonen Yara en haar man Homam Hamoudi, 29, in een moderne flat in Moabit, een wijk van Berlijn waar veel migranten wonen. Het is niet de hippe Kreuzberg-flat met de „Flüchtlingen Willkommen”-sticker op de deur, waar zij de eerste vier jaar een kamer hebben betrokken. Maar het is thuis.

„Wij hebben drie jaar moeten zoeken voordat we iemand hadden gevonden die ons een flat wilde verhuren die we konden betalen”, zegt Hommam. „Ik mis Kreuzberg, maar die ene kamer was op den duur niet vol te houden.”

Eind 2015 had de euforie plaatsgemaakt voor somberheid. In Berlijn belanden leek aanvankelijk een voordeel – zeker vergeleken met andere mensen in de groep die elders in Duitsland in kampen woonden. Maar omdat er zoveel vluchtelingen waren in de hoofdstad ging hier alles trager. Het waren de dagen dat zij om drie uur ’s nachts moesten opstaan om in de rij te staan voor papieren.

Yara: „In die tijd zijn veel Syriërs erachter gekomen dat zij niet zo bijzonder waren als zij dachten. In Syrië was ik overal de jongste en de beste geweest. In Duitsland betekende het niets dat je goed was met Word en Excel; dat kan hier het kleinste kind. Het was een schok.”

Voor Yara kwam daarbij dat zij al in het middelbaar onderwijs was overgestapt naar een opleiding bedrijfskunde . In Syrië kon dat, maar het Duitse systeem begreep het niet. „Het kwam erop neer dat ik volgens Duitsland de middelbare school niet had afgemaakt. Om hier naar de universiteit te mogen, had ik opnieuw naar de middelbare school gemoeten!”

„Het systeem is niet zo goed als je droomt van een echte carrière. Maar ik weiger nog altijd om mijn verwachtingen bij te stellen.”

Daarom heeft zij zich opnieuw ingeschreven bij de Syrian Virtual University, een online-universiteit die gek genoeg verbonden is aan het ministerie van Onderwijs in Damascus. „Ik hoop dat als ik daar mijn bachelor behaal, mensen mij niet meer gaan vragen naar mijn middelbareschooldiploma.”

Yara en Hommam hebben een deal gemaakt: hij gaat werken zodat zij kan studeren. Ze willen ooit een kind, maar pas wanneer zij zelf steviger in hun schoenen staan.

Het Duitse systeem maakt het hen niet altijd makkelijk. „Jammer genoeg is het zo dat werken in Duitsland niet altijd loont”, zegt Homman. Hij rekent het voor. „Als wij allebei niets doen, dan krijgen wij elk 640 euro per maand van de staat, 1.280 euro in totaal. Als ik voltijds werk verdien ik zo’n 1.200 à 1.300 per maand. Maar dan verliest Yara wel haar uitkering. Als wij allebei gaan werken, dan zitten we goed. Maar dan moet Yara haar droom opgeven voor een diploma en een betere baan.”

„Het systeem is perfect voor de traditionele Syrische familie met drie of meer kinderen waar de vrouw thuisblijft”, zegt Yara. „Het is minder goed als je droomt van een echte carrière. Maar ik weiger nog altijd om mijn verwachtingen bij te stellen.”

Hommam heeft daar minder moeite mee. In Syrië heeft hij toerisme gestudeerd. Zeker sinds corona is dat niet een sector met veel potentieel; hij werkt nu deeltijd in een bakkerij. „Het is soms zwaar, maar het is wat het is.”

De coronacrisis heeft de Syriërs in Duitsland hard geraakt. „Dat geldt voor iedereen”, zegt Homman. „Maar veel Syriërs zitten in een leer-werktraject of hebben tijdelijke contracten. Wij vallen niet onder het systeem van tijdelijke werkloosheid. Voor een bedrijf is het makkelijk om ons af te danken: wij zijn dan opnieuw de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau. Begrijp mij niet verkeerd: wij vragen niet meer geld van de overheid, wij vragen wel betere banen.”

Het ergste, zegt Yara, is het voor mensen die in Syrië een diploma en ervaring hadden die in Duitsland niet worden erkend. „Ik zit in een Whatsapp-groep met zulke mensen en de frustratie is groot. Eén vrouw zei over het Jobcenter: zij geven je geld, maar in ruil nemen ze je ziel af.”

Mazen en Yara: Op een bepaald moment moet je Syrië loslaten

Het eerste wat opvalt in het huis van Mazen Ismail (37) en Yara Alhawi (35) is dat er niet meer wordt gerookt. „Dat is het werk van Khodr”, zucht Mazen. „Op een dag had hij het hele huis volgeplakt met verboden te roken-posters. Wij roken nu op het terras.”

Het zijn niet zelden de kinderen die het snelst integreren. Khodr (10) en zijn broertje Youssef, die vijf jaar geleden in de buik van zijn moeder de reis naar Duitsland maakte, vragen om Duits in plaats van Syrisch eten. Khodrs Duits is accentloos, en een tijdje geleden verraste hij zijn ouders door stiekem Engels te leren. Hij had zelfs een eigen YouTube-kanaal waar hij andere kinderen Engels leerde. Daar moest hij mee stoppen omdat zijn schoolwerk in het gedrang kwam.

Mazen Ismail (37), Yara Alhamwi (35) zoeken met hun zoons Al Khodr (10) en Youssef (4) verkoeling op de Tollensesee bij Neubrandenburg. Karim Ben Khelifa

Mazen was vijf jaar geleden de ongekroonde leider van de groep van vijftig die de reis van Turkije naar Duitsland maakte. Zelf reisde hij meteen door naar Neubrandenburg, helemaal in het noorden van Duitsland. Een vriend had hem verteld dat daar weinig Syriërs zijn. Dat helpt bij het op orde krijgen van papieren – en bij de integratie. Vijf jaar later is Neubrandenburg thuis geworden.

„Ik ben verzot op de natuur hier”, zegt Mazen terwijl wij in een opblaasbaar rubberbootje op de Tollensesee varen. Hij doet mee aan roeitoernooien op het meer, en met het gezin gaan zij soms kamperen aan de andere kant van het water. Hij overweegt zich aan te sluiten bij de Groenen, de politieke partij. Na een tijdje blijkt het bootje lek, en moet Mazen verwoed richting strand roeien.

Dat roept onvermijdelijk herinneringen op aan de tocht van Turkije naar het Griekse eiland Chios, vijf jaar geleden. Mazen en drie andere mannen sprongen toen in het water om de zwaar overladen en langzaam zinkende boot al zwemmend richting de Griekse rotsen te sturen. Vandaag roept de herinnering aan die tocht in de hoofden van Mazen en de anderen vooral nostalgie op.

Mazen Ismail (37) en Yara Alhamwi (35) op hun balkon in Neubrandenburg. Karim Ben Khelifa

Op professioneel vlak is het een gemengd parcours geweest. Mazen was in Syrië politiek activist tegen het regime en dat werk heeft hij in Duitsland voortgezet. Er waren conferenties, uitnodigingen om het Europees Parlement toe te spreken, workshops om de zieltogende Syrische oppositie in ballingschap nieuw leven in te blazen.

„Ik heb ook geprobeerd om de tussenpersoon te zijn tussen de vluchtelingen, de lokale overheid en de bevolking. Ik heb een bedrijfje dat helpt met culturele integratie. In Neubrandenburg en Berlijn hebben we een toneelstuk opgevoerd dat uitging van de hypothetische situatie waarin de Duitsers vluchtelingen waren in Syrië.”

Maar Mazen klinkt een beetje moedeloos wanneer hij over zijn politieke werk praat. „Na vijf jaar is het genoeg geweest”, zegt hij. „Ik moet nu aan mijn gezin denken en onze toekomst hier. Aan teruggeven aan Duitsland ook, door te werken en belastingen te betalen.”

Eerder dit jaar ging hij aan de slag als postbode voor Deutsche Post. Het was een contract van drie maanden, en door de coronacrisis lag vervolgens alles stil. Maar hij heeft gesolliciteerd naar een betrekking bij concurrent UPS.

„Ik ben gelukkig in Duitsland, maar ik ben geen succes. Op een bepaald moment moet je Syrië loslaten. Het werk met de oppositie leidt nergens naartoe. Misschien is de beste manier om Syrië te helpen door zelf succesvol te zijn en geld te verdienen.”

Milad: Ik heb zelf driemaal psychologische hulp gezocht. Maar voor veel Syriërs is dat taboe

Veel mensen wonen op of nabij dezelfde plaats waar zij vijf jaar geleden, vaak bij toeval, zijn beland. Milad Atlaf (35) woonde eind 2015 nog in een container op het terrein van de Technische Universität, in het zuiden van Hamburg. Tegenwoordig woont hij in een rijtjeshuis op een kilometer daar vandaan.

Milad studeerde in Syrië rechten maar ging aan de slag als kapper. „Met een Syrisch diploma rechten ben je hier niets dus ik ben hierop teruggevallen. Ik heb onder meer de voetballers van Hamburger SV en FC St. Pauli geknipt. Beroemde mensen”, glundert hij.

Milad Atlaf voor zijn rijtjeshuis in het zuiden van Hamburg. Foto Gert Van Langendonck

Door de coronacrisis is ook Milad terug bij het Jobcenter. „Voor het coronavirus werkte ik als zelfstandige. Ik heb vaste banen gehad maar het waren altijd contracten van zes maanden of een jaar.”

Gezondheidsproblemen en de coronacrisis hebben roet in het eten gegooid, maar Milad hoopt nog steeds Friseurmeister te worden. Die titel kun je krijgen mits een leer-werktraject van een jaar wordt voltooid. Met het diploma op zak kan hij dan een eigen kapperszaak openen.

Maar hij heeft nog andere pijlen op de boog. „Ik heb twee workshops gedaan voor cameraman. Op de derde workshop hebben ze mij gevraagd om instructeur te zijn. Ik maak video’s van theatervoorstellingen en muziekconcerten. Dus dat is ook een optie: een leer-werktraject om officieel cameraman te worden.”

Haben wir das geschafft? Volgens Milad zijn er twee soorten Syriërs in Duitsland. „Van de mensen die ik ken, spreekt werkelijk iedereen Duits. Zij werken of studeren of zitten in een leer-werktraject. Zelfs mijn zwager van 48 leert Duits en zit in een leer-werktraject in de IT. Ik denk dat dat de helft van de Syriërs zijn. Maar je hebt er ook die alleen Arabisch spreken, geen moeite doen om werk te zoeken en de hele dag joints roken.”

„Hoe kun je het over jouw problemen met het Jobcenter hebben als de mensen daar geen water of elektriciteit hebben?”

Hij wil niet te streng oordelen over die laatste categorie. „Zij zijn vaak depressief, ze hebben paniekaanvallen. Ik heb zelf driemaal psychologische hulp gezocht. Maar voor veel Syriërs is dat taboe: zij willen niet gezien worden als majnoun, gek.”

Hoewel alle Syriërs de gebeurtenissen in het thuisland op de voet volgen, zijn de contacten met Syriërs daar minder frequent geworden. „Hoe kun je het over jouw problemen met het Jobcenter hebben als de mensen daar geen water of elektriciteit hebben?”

Milad heeft zijn eigen manier gevonden om de band met Syrië aan te houden. „Ik zit in een groep van mensen die in Syrië allemaal pater Frans hebben gekend.”

Frans van der Lugt was de Nederlandse jezuïtische priester die sinds 1966 in Syrië woonde; hij werd vermoord in 2014. Van der Lugt organiseerde in Syrië regelmatig wandeltochten met jonge Syriërs van alle religies en achtergronden.

„Wij zaten allemaal in een Whatsapp-groep die, eenmaal in Duitsland, is blijven bestaan. Dat is nu een officiële groep geworden die elk jaar een wandeltocht organiseert, meestal in Duitsland maar soms ook in Nederland.”