Recensie

Recensie Muziek

Festival Walk the Line is meer wandelen dan muziek

In coronatijden vergt de muzikale zwerftocht door TivoliVredenburg nogal wat tijd, ten koste van de optredens.

Archiefbeeld van het Ruysdael Kwartet.
Archiefbeeld van het Ruysdael Kwartet.

Op papier ziet het er goed uit – de estafette van Walk the Line-concerten in het Utrechtse TivoliVredenburg – maar de praktijk blijkt weerbarstig. De wandeling van ruim twee uur langs vier zalen en optredens, leek soms op een voetbalduel: veel onderbrekingen en weinig zuivere speeltijd. Van het oorspronkelijke programma sneuvelden vier van de tien aangekondigde stukken. En Ensemble De Formule ruilde het openingsdeel van Schumanns Pianokwintet in voor dat van Franck.

Al met al resulteerde Walk the Line tussen half elf en één uur in zo’n drie kwartier muziek en een mooie lezing over de ontwikkeling van het strijkkwartet door componist Leo Samama. Conclusie was dat het concept niet optimaal werkt in coronatijden, want alle voorzorgen staan een snelle doorstroming van publiek in de weg. De podia behoorden toe aan de Zeister Muziekdagen, het festival dat geen doorgang kon vinden in deze periode.

Naast het ervaren Ruysdael Kwartet, dat ruim twintig jaar geleden debuteerde in Zeist, richtten de schijnwerpers zich vooral op musici voor de toekomst. Bijvoorbeeld op het Viride Kwartet, vier musici die elkaar als middelbare scholieren leerden kennen op de School voor Jong Talent van het Haags Koninklijk Conservatorium, waar ze net een bewogen eerste jaar achter de rug hebben. Hun optreden met Haydn, Beethoven en Pijper zat muzikaal en programmatisch ingenieus in elkaar: zoals het openingsdeel van Beethovens Quartetto Serioso eindigde op een vraagteken en een indrukwekkend antwoord kreeg in Pijpers Vijfde Strijkkwartet – met een prachtige donkere altviool – was een vondst.

Het Ruysdael Kwartet trapte af met onder meer een opgewekte Mozart, waar geen ochtendhumeur tegen bestand kon zijn. En Ensemble De Formule besloot met Francks Pianokwintet, waarin de vijf jonge musici zich konden verliezen in de storm en de stilte van de hartstocht. Ze illustreerden daarmee het betoog van componist Leo Samama, dat het strijkkwartet is uitgegroeid tot het geheime dagboek van componisten.