Opinie

Een kwartje voor je gedachten, Slob!

Hoe het er met ons onderwijs voorstaat, kun je horen op de radio. In reclameblokken voor en na het nieuws zijn tal van aanbieders van beter of ondersteunend onderwijs actief. Ik hoor de laatste tijd commercials van ‘Grip op tekst’ en ‘Foutloos rekenen’, maar ook van Luzac, Europese en internationale scholen, die beter en kleinschaliger onderricht beloven dan het reguliere onderwijs kan bieden. Een teken aan de wand. Wie het teken verstaat, begrijpt dat het onderwijsgebouw rot is en dat slimme ondernemers de gaten dichten. Luistert onderwijsminister Arie Slob naar de radio? En zo ja, ervaart hij licht ongemak als hij hoort dat er tal van private partijen beter onderwijs aanbieden? Wordt dat ongemak al sterker bij de wetenschap dat veertig procent van de basisschoolleerlingen het streefniveau voor taal niet haalt en drieënvijftig procent dat voor rekenen niet, bij de uitstroom naar het middelbare onderwijs? Zodat ze daar de schade moeten herstellen? Is zijn jeuk onbeheersbaar geworden bij het nieuws eerder dit jaar dat een kwart van de Nederlandse vijftienjarigen laaggeletterd is? Wat betekent dat ze een brief van de overheid of een huurcontract niet kunnen begrijpen en een e-mail van een Nigeriaanse oplichter niet herkennen? Wie niet kritisch kan lezen is vatbaarder voor dwaalleraren en complottheorieën, voor onbewijsbare aannames over 5G en Bill Gates en subcutane microchips. Hoewel zulke quatsch niet aan lageropgeleiden is voorbehouden, is een gebrekkige taalbeheersing de norm in complotgevoelige online gemeenschappen.

Van de onderwijsminister intussen geen nieuws. Wat doet hij, wat denkt hij? Werkt hij in het allerdiepste geheim aan een deltaplan om het onderwijs te redden? Een kwartje voor je gedachten, Slob!

Veel scholen die pronken met goede resultaten, hebben die te danken aan ouders die extra onderwijs voor hun kinderen kopen bij bijles- en huiswerkinstituten. Soms huren zulke instituten zelfs lokalen in de school zelf – wat de eer van iedere leraar en schooldirecteur te na zou moeten zijn. Van leraren hoor je intussen dat kinderen die extra onderwijs genieten de reguliere lessen verstoren omdat ze de stof al beheersen; ze zijn ze liever kwijt dan rijk.

Een ernstiger gevolg is dat de private aanvulling op het publieke aanbod de maatschappelijke tweedeling stimuleert en de kloof tussen kansarmen en kansrijken verdiept. Het onderwijs zou emancipatie moeten faciliteren en sociale mobiliteit moeten vergroten, maar de ontwikkeling wijst de andere kant op.

Het bijkopen van onderwijs is een teken van systeemzwakte, die iedereen benadeelt: de rijken in hun portemonnee en de armen in hun kansen. Een laaggeletterde en laaggecijferde onderklasse benadeelt in het bijzonder de BV Nederland. Dat zou de aanbidders van de neoliberale Baälsdienst toch moeten interesseren. Maar nee. De stilte doet zeer aan je oren. De minister wijst op de verantwoordelijkheid van de scholen, maar de scholen hebben structureel te weinig leraren en middelen en wijzen terug naar de minister – een gesloten systeem. Ook al beweert het kabinet dat „de onderwijssector er in deze kabinetsperiode het meeste bij krijgt”, de Onderwijsraad komt tot andere conclusies. Over de periode tot 2018 schreef de Raad: „Als we kijken naar de uitgaven per deelnemer zoals berekend door het CBS zien we voor het primair en voortgezet onderwijs echter geen stijging in de rijksbijdragen per leerling en lijkt geen sprake te zijn van algeheel stijgende uitgaven door de overheid.” Ondanks de noodreparaties van Rutte III heeft Nederland netto steeds minder voor het onderwijs over: de trend blijft negatief.

Onze gereformeerd-vrijgemaakte onderwijsminister is vast goed bekend met het verhaal van Daniël, die het teken aan de wand van koning Belsazar kon lezen, dat de vorst vertelde dat hij gewogen en te licht bevonden was. Niets belet hem om dat op zichzelf te betrekken.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.