Opinie

Hoe de vorige crisis doorwerkt in het nu

Luuk van Middelaar

Midden in gebeurtenissen die ons overvallen, terwijl het ons duizelt en we naar adem happen, kunnen we hun wereldhistorische betekenis niet beoordelen. Te vroeg. De pandemie van 2020 brengt een cesuur, een insnede in de tijd – zoveel is duidelijk. Maar hoe groot zal de breuk zijn tussen voor en na?

Van gebeurtenissen is hun impact de maatstaf. Neem de financiële aardschok van 15 september 2008: die had meteen enorme gevolgen, luidde een mondiale economische ramp in, besliste de Amerikaanse presidentsverkiezingen (die Barack Obama won) en mondde in Europa uit in de eurocrisis. Toch realiseerden we ons pas later dat ‘Lehman Brothers’ veel groter was dan we konden overzien op het moment dat de crisis losbarstte. Het gebeuren voedde de desillusie van de Amerikaanse kiezers over de globalisering, maakte een einde aan China’s respect voor de economische expertise van het Westen en schiep zo ook de voorwaarden voor de presidentsverkiezing van Donald Trump – acht jaar later. Dus mettertijd werd deze gebeurtenis groter.

Hoe het de coronacrisis in dit opzicht zal vergaan, of ze de status van epochenscheiding zal verwerven of in ons geheugen tot tijdelijk ongemak zal slinken, zullen historici na ons beter weten. De pandemische naschokken waarop we ons vandaag kunnen en moeten voorbereiden – economisch, sociaal, geopolitiek – horen er morgen bij.

Fascinerend is ook hoe, omgekeerd, naschokken en ervaringen van vorige crises nu doorwerken in onze omgang met de pandemie. Deze dynamiek treedt scherp aan het licht in het grote Europese akkoord van 21 juli. Natuurlijk, het zwaarbevochten herstelfonds van 750 miljard euro is allereerst een antwoord op de ongekende coronaramp. „Een unieke situatie vraagt om unieke methoden”, bezwoer bondskanselier Merkel keer op keer.

Tegelijk is het herstelfonds het product van een naschok; het is de afsluiting, ja de oplossing van de eurocrisis van 2010-2012. Die enorme klap trof Europa’s leiders en publiek volkomen onvoorbereid. De schok werd al improviserend opgevangen, de muntunie institutioneel versterkt. Maar experts bleven hameren op zwakke plekken en vooral: het publiek in Zuid-Europa vergat de bezuinigingsdictaten uit Brussel, Frankfurt en Berlijn niet. De rauwe belevenissen van het vorige decennium kwamen in de coronacrisis aan de oppervlakte, als sedimentlagen gestolde ervaring. Italië steigerde, ook toen 200 miljard pandemiekrediet beschikbaar kwam, voor het obstakel van voorwaardelijke steun; ‘ons land sterft’, zeiden diplomaten in Brussel, dus moesten het giften worden.

Duitsland weigerde in deze crisis van ziekte en gezondheid weer als Europa’s vrek van dienst op te treden. Zich herinnerend hoe haar portret met Hitlersnor op Atheense spandoeken en Spaanse tijdschriftcovers stond, wendde Merkel de steven. Ze slechtte de twee laatste taboes van het Duitse monetaire denken: gemeenschappelijke schuld en giften. Voor deze ene keer. Maar in Parijs en Brussel weten ze: wie eenmaal over de brug is zal vaker gaan, het precedent staat.

Ook in Den Haag resoneren oude crisiservaringen. ‘Niet te snel bezuinigen’: tien jaar geleden werd het weggehoond, nu zingen De Nederlandsche Bank en Financiën het in koor. Zo ook vloeit in Duitsland voor honderden miljarden staatssteun over de pandemische akkers. Griekse economen die in 2010 of 2015 waarschuwden dat Schäuble & Dijsselbloem hun land kapot bezuinigden, hadden deze les vast liever wat eerder getrokken willen zien.

Aldus werken de gebeurtenissen door de tijd op elkaar in. Europa gaat de coronaramp dankzij de ervaring van de eurostorm kordater te lijf, terwijl de muntunie in de pandemie alsnog de stevigheid verkrijgt die haar in de doodsnood van 2012 niet werd gegund.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.