Opinie

Geloof met de Wit-Russen in de kracht van vrijheid

Democratie Hoe de opstand tegen president Loekasjenko afloopt weten we niet, schrijft , maar onmiskenbaar verlangen Wit-Russen naar vrijheid.
Vrouwen in het wit en op blote voeten demonstreren in Minsk.
Vrouwen in het wit en op blote voeten demonstreren in Minsk. Foto Sergei Gapon/AFP

Van alle ontroerende taferelen uit Wit-Rusland is er één dat me niet loslaat. Een man van ergens in de dertig heeft zijn kind op zijn arm. „De verkiezing is...”, zegt hij in de camera, blijft dan zenuwachtig even zwijgen, kijkt opzij naar zijn kind en barst dan uit: „...verválst!”

Dat is het precieze moment dat essentieel is voor elke protestbeweging tegen elke dictatuur: het moment waarop de eenling de barrière van de angst doorbreekt. Een dag eerder had hij in het openbaar die zin niet durven afmaken. Nu is hij een van de tienduizenden die luidkeels hetzelfde roepen en zwaaien met de rood-witte vlag die symbool staat voor een beter Wit-Rusland. Spreek je uit voor de toekomst van het kind op je arm.

Wit-Rusland voegt zich nu in een lange rij anti-Sovjet- en anti-post-Sovjet-protestbewegingen, die soms slaagden en soms mislukten. ‘Kleurenrevoluties’ is een oppervlakkige, politiek beladen term die een veel te beperkt perspectief biedt.

Omdat Wit-Rusland van alle post-Sovjetstaten nog het meest een Sovjetstaat is, kunnen we zelfs helemaal teruggaan tot de Oost-Duitse protesten uit 1953.

Als we zien dat de arbeiders uit de grote staatsfabrieken zich rechtstreeks tegen Aleksandr Loekasjenko keren en naar verluidt een stakingscomité vormen dat de fabrieken overstijgt, zijn we in het Polen van 1980. Of misschien meer in het Armenië van 2018? Of het Oekraïne van 2014? Of – de onvermijdelijke toetssteen – bij de Midden-Europese revoluties van 1989? En vergeet niet dat Wit-Russen het zelf al meermaals geprobeerd hebben. Dit zijn niet de eerste verkiezingen die door Loekasjenko zijn vervalst.

Eén duidelijke boodschap

Telkens herkennen we elementen van eerdere gevallen van burgerlijk verzet, maar er is ook altijd weer iets nieuws. Hier is het de rol van de ‘vrouwen in het wit’ die de handen ineen slaan in een menselijke keten van geweldloos protest en een volmaakt theatraal contrast vormen met Loekasjenko, dat eigengereide schoolvoorbeeld van de mannelijke chauvinistische bullebak.

Het is ondoenlijk om te raden hoe dit zal aflopen, onbegonnen werk. Op zulke momenten weet niemand wat er ’s middags gaat gebeuren, laat staan de volgende dag. Maar het is niet te vroeg om één duidelijke boodschap uit de straten van Wit-Rusland op te vangen.

In een bespreking van het zeer belangwekkende nieuwe boek van Anne Applebaum, De schemering van de democratie, maant de politicoloog Ivan Krastev haar en ons om de idealen en ‘vanzelfsprekende waarheden’ uit 1989 niet als uitgangspunt te nemen om de wereld van nu opnieuw vorm te geven.

Tja, dat hangt er maar vanaf wat we als de ‘vanzelfsprekende waarheid’ van 1989 beschouwen. Wie meende dat de geschiedenis zich vloeiend en onontkoombaar naar een westers soort liberale democratie zou begeven, zou er natuurlijk altijd naast zitten.

Persoonlijk zou ik het geweldig vinden als Wit-Rusland een liberale democratie werd, net als zijn Baltische buren veilig binnen de EU en ook de NAVO. Maar dat zal niet zo gauw gebeuren, vooral omdat Poetin het niet zal toelaten, maar ook omdat er op het ogenblik in het land zelf geen meerderheid voor is.

De Wit-Russische oppositie beklemtoont wijselijk dat dit geen geopolitieke strijd tussen Rusland en het Westen is. Een paar jaar geleden hoorde ik in Minsk de Wit-Russische minister van Buitenlandse Zaken het glanzende vooruitzicht schetsen van Wit-Rusland als een welvarend neutraal land tussen de EU en Rusland, ‘zoiets als Zwitserland’.

Een andere, iets minder autocratische leider

Wie zou er nu geen Zwitserland willen zijn? Maar reëel gezien is het beste waarop we in de nabije toekomst waarschijnlijk mogen hopen een akkoord en een rommelige overgang naar een ander, minder autocratisch leiderschap, zoals in Armenië – en bij Loekasjenko kan alles ook nog zeker erger worden voordat het uiteindelijk beter wordt.

Een arbeider uit de tractorfabriek in Minsk, waar Loekasjenko het spreken werd bemoeilijkt, velde dit indrukwekkend mismoedige oordeel: „De oligarch die hierna de baas van de fabriek wordt, zal niet erger zijn dan de staat nu is.”

Toch was de oorspronkelijke vanzelfsprekende waarheid van 1989 niet die neo-Hegeliaanse onzin over een voorbeschikte richting van de geschiedenis. Dat soort westerse historische hoogmoed kwam eigenlijk pas veel meer naar voren nadat de overgang in Midden-Europa geslaagd leek te zijn, in de beginjaren van deze eeuw, toen een aantal neoconservatieven in de regering van George W. Bush meende dat Irak een nieuw Polen zou kunnen worden, en toen de Arabische Lente van 2011 tot het nieuwe 1989 werd uitgeroepen.

Nee, de vanzelfsprekende waarheid van 1989 was dat mensen die lang onder een dictatuur leven op den duur meestal naar vrijheid verlangen. En op een dag spreken ze zich uit.

„De mensen zijn de leugens zat, zijn het zat dat ze geen vrijheid van meningsuiting hebben”, zegt Aleksandr (41), een elektricien. „We vieren de bevrijding van de dictatuur”, zegt Marni (23), een café-eigenaar. „Er is een nieuwe collectieve geest ontwaakt en die geest kan nooit meer terug in de fles worden gestopt”, zegt Lesya (24), anesthesist. (Met dank aan Johnny O’Reilly voor deze citaten uit de straten van Minsk.)

Dit is de poëzie van het volk, die uiteraard door teleurstellend proza zal worden gevolgd.

Lees ook dit interview: Dit keer stemt de herdenking van ‘1989’ minder vrolijk

De kracht van de vrijheid

En dan hebben we nu Cai Xia, maar liefst oud-docent aan de Chinese Centrale Partijschool, die tegen The Guardian zegt dat ook in China op een dag een verandering in de richting van democratie zal komen, omdat „mensen naar vrijheid verlangen en vrijheid alleen mogelijk is als de rechten van mensen worden beschermd, nietwaar?” Niet voor het eerst vergt het mensen met een lange ervaring van onvrijheid om ons de waarde en aantrekkingskracht van vrijheid voor te houden.

Als we – terecht – de vele tekortkomingen van de liberale democratie in de afgelopen dertig jaar ontleden, lopen we het risico in een soort historisch fatalisme te vervallen; op een ‘schemering van de democratie’ volgt logischerwijs immers de nacht.

Daarmee zou opnieuw de fout worden gemaakt van „dit is de richting van de geschiedenis” – maar dan in omgekeerde richting, en dit zou autoritaire heersers een onverdiend en aanzienlijk psychologisch voordeel geven.

Noem mij zo u wilt een Amerikaan, maar we zouden volgens mij meer in de kracht van de vrijheid moeten geloven – vooral ook omdat dit geloof zelf een groot deel van de kracht van de vrijheid uitmaakt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.