Churandy Martina: „Ik ben het liefst op mezelf en heb oog voor de natuur. Dan is golf ideaal.”

Interview

Churandy Martina: ‘Als je meer geld wilt, ga je foute dingen doen’

Churandy Martina | Interview De Curaçaose sprinter Churandy Martina (36) wil in 2021 nog één keer naar de Olympische Spelen. Daarna ziet hij wel wat er op zijn pad komt. „Ik ben niet veeleisend.”

De eerste bal is nog niet geslagen of een medewerkster van de Edese Golf Club Papendal komt aanrijden met een golfkarretje. Of we die willen gebruiken? We slaan het aanbod vriendelijk af, want met Churandy Martina is afgesproken het interview te doen tijdens een wandeling. De Curaçaose sprinter heeft gekozen voor een rondje golf. Hij, op de atletiekbaan supersnel over 100 en 200 meter, is verslingerd geraakt aan een relatief traag spel. „Ik houd van rust”, verduidelijkt de 36-jarige Martina. „Doorgaans mijd ik drukte, ik ben het liefst op mezelf en heb oog voor de natuur. Dan is golf ideaal, het is een sport die bij me past.”

Zijn nieuwe liefde ontdekte Martina op zijn Caribische geboortegrond, terwijl er bijna in de achtertuin van zijn woning op Papendal een 18-holes-golfbaan ligt. Jarenlang geen aandacht aan besteed, tot hij in 2016 terugkeerde van Curaçao, waar hij op uitnodiging van een golfresort een balletje sloeg met voormalig profgolfer Robert-Jan Derksen. Zijn nieuwsgierigheid voor golf was gewekt en terug op Papendal bezocht hij steeds regelmatiger de driving range, het oefenterrein. Om uiteindelijk les te nemen bij clubprofessional Thomas IJland.

Martina haalde zijn golfvaardigheidsbewijs en verbeterde binnen een jaar zijn handicap van 54 naar 24. Zijn specialismen zijn putten en chippen, de ‘lange slag’ vereist nog de nodige oefening, evenals het gewroet in het zand van bunkers. Bij het afslaan heeft Martina een lichte afwijking naar rechts, zal deze middag blijken.

Afscheid na Tokio

Op de eerste van negen holes vandaag, verdwijnt het balletje met een grote boog rechts in hoog gras. Of hij na de Olympische Spelen van Tokio stopt? Goede kans van wel, zegt hij, tenzij hij topfit blijft en gesponsord – zijn contract bij Nike loopt over een jaar af. Aanvankelijk wilde hij na de Spelen van 2020 bij de WK van 2021 in Oregon afscheid nemen, maar nu beide toernooien een jaar zijn opgeschoven, vreest hij dat 2022 onhaalbaar wordt. Hij wordt dan 38 jaar. „Eerst goed voorbereiden op de Spelen en daarna zie ik wel verder”, zegt hij.

Maar als het onderwerp later nogmaals ter sprake komt, klinkt Martina stelliger. „Nog één jaar hard werken, dan kan ik lekker stoppen. En als je stopt, moet je blij zijn”, zegt hij nadat hij op de tweede hole van de dag zijn bal in één keer op de green heeft geslagen. „Ik heb alles gedaan wat ik wilde doen en mooie resultaten behaald. Ik heb nergens spijt van.”

De derde afslag is niet goed. „Mijn handen bewegen sneller dan mijn heup, dan krijg je die afwijking naar rechts”, zegt Martina. We praten over zijn diskwalificatie op de Spelen van Beijing in 2008, toen hem na protest van de Amerikanen de zilveren medaille op de 200 meter werd afgenomen. Hij zou een voet iets buiten zijn baan hebben gezet. „De jury heeft geoordeeld dat ik buiten mijn baan ben geweest, dan is dat zo. Wat kan ik ermee? Alleen als mensen erover beginnen, herinner ik me dat moment. Het heeft geen litteken achtergelaten.” Martina is tevreden over de lengte van zijn volgende afslag. „Over die bunker, kom op, over die bunker.” Maar weer eindigt de bal in hoog gras.

Hij vertelt dat hij wel in het bezit is van de zilveren medaille uit Beijing. Een geschenk van de Amerikaan Shawn Crawford, die als vierde over de finish kwam maar door de diskwalificatie van Martina en ook Wallace Spearmon, opschoof naar de tweede plaats achter Usain Bolt Een paar weken na de Spelen kreeg hij in Zürich de medaille van Crawford. Omdat hij hem had verdiend, en niemand anders, vond de Amerikaan. De medaille ligt in een kluis in zijn woning in Clermont, in de Amerikaanse staat Florida. Martina hecht veel waarde aan de medaille, geschonken of niet. „Natuurlijk, het is een olympische medaille, hè. Ik vind ook wel dat ik er recht op heb.”

Band met Nederland

Op de vierde hole van de dag raakt Martina bijna een boom, maar vindt hij in twee slagen toch de green. Het gesprek komt op zijn leven na de sport. Martina weet één ding zeker: hij zal zich zeker niet in Nederland vestigen. „Die winters, en die regen en wind. Ik heb de zon nodig, man. Ik houd een band met Nederland, maar hier permanent wonen, nee. Het wordt Curaçao of Clermont, ligt eraan wat ik na mijn carrière ga doen.”

Nadat de afwijking naar rechts Martina opnieuw parten heeft gespeeld bij afslag vijf, stelt hij vast dat de kans klein is dat hij trainer wordt. „Als een atleet niet hard wil werken, waarom zou ik hem dan trainen? Hij moet een doel hebben, naar een kampioenschap willen. En niet om mee te doen, maar om een finaleplaats te halen, dan kan ik helpen. Niet voor de leuk, daar ben ik veel te streng voor.” Streng is hij ook voor zichzelf. „Ik sta veel te dicht op de bal”, klaagt hij als zijn bal op de volgende hole weer in hoog gras is beland. Het wordt eentonig.

Ja, hij is op de hoogte van de sociale onrust op Curaçao en van de ruzie met de Nederlandse regering over de voorwaarden voor coronahulp, maar over politiek wil hij het niet hebben. Het boeit hem matig. „Ik weet dat het mijn familie goed gaat. Dan is het goed. Ik volg het nieuws niet zo. Ik probeer altijd positief in het leven te staan en politiek is zelden positief. Je kunt problemen niet altijd ontlopen, dat klopt. Maar dit zijn mijn problemen niet. Wat kan ik eraan doen, man?”

Goede swing, rechte klap, Martina slaat op de een na laatste hole de bal dwars door een boom in een bunker. Op weg naar de bal praten we over doping, waarvan de sprintnummers decennialang zijn doordrenkt. Het zal allemaal wel, is de grondhouding van Martina. „Ik heb me altijd van doping gedistantieerd. Het is heel simpel: het mag niet, dus ik doe het niet. Nee, ik maak me niet boos als concurrenten doping gebruiken. Als ze gepakt worden, pech voor hen. Natuurlijk zouden veel uitslagen anders zijn zonder doping. Maar wat kan ik eraan doen? Niks, dus maak ik me er ook niet druk over.”

Geld om te leven

Op de laatste hole ‘topt’ hij de bal. Martina helt te vroeg voorover en kijkt de bal te snel na. En dan gaat-ie omhoog en, wederom, naar rechts. In het clubhuis vertelt hij dat hij vanwege de corona-uitbraak veel inkomsten misloopt. Vervelend, maar Martina tilt er niet zwaar aan. Zijn A-status garandeert hem een basisinkomen via sportkoepel NOC-NSF en daarmee is Martina tevreden. „Ik vind geld niet belangrijk. Als dat wel zo zou zijn geweest, dan had ik misschien wel doping gebruikt. Als je steeds meer geld wilt, ga je foute dingen doen. Je heb geld nodig om te leven, zo sta ik erin. Ik heb wat gespaard, kan eten en heb een dak boven mijn hoofd. Ik ben niet veeleisend.”

Martina bekijkt op zijn horloge de resultaten van een dagje golfen. Al met al vijf kilometer gewandeld in nog geen twee uur. Bij registratie van zijn score zou hij zijn handicap hebben verbeterd naar 23,7. De validatie blijft uit bij gebrek aan een officiële partner die de uitslag moet bevestigen, maar Martina kan zich er niet druk over maken. Dát hij zich heeft verbeterd, dat telt. „Als je ergens niets aan kunt doen, waarom zou je dan boos worden? Er verandert niks, maar ik kan er hoofdpijn van krijgen of ziek worden. Ik ben blij met wie ik ben: een evenwichtig mens.”