School moet streng zijn en snel testen

Onderwijs Scholen doen er alles aan om te voorkomen dat ze weer alleen online onderwijs mogen geven. Maar lesgeven op 1,5 meter is voor leraren bijna onmogelijk. „Oh nee, ik mag helemaal niet rondlopen.”

Leerlingen van het Mendel College in Haarlem zijn verplicht in de gangen en kantine mondkapjes te dragen.
Leerlingen van het Mendel College in Haarlem zijn verplicht in de gangen en kantine mondkapjes te dragen. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Een coronabesmetting op school zorgt voor onrust, weet Paul Constandse, directeur van de Bisschop Ernstschool in Goes. Een week voor de zomervakantie had hij te maken met een besmette leerling en ouder. Daarop lieten sommige ouders zichzelf en hun kind ook testen. Anderen hielden hun kind uit voorzorg thuis. „Ze zeiden: ik heb een eigen bedrijf, ik neem het risico niet. Het was een spannende week: ik was elke dag weer blij als de uitkomsten van coronatesten negatief waren.” Uiteindelijk bleef het bij die ene besmetting.

Lees ook: Ik ben klaar met thuiszitten

De les, zegt hij: op het juiste moment met ouders communiceren. „Houd het eenvoudig. Ik heb voor Zeeuwse begrippen te maken met veel ouders, van 400 leerlingen. Dan verspreiden geruchten zich snel, zeker via sociale media. Het is belangrijk dat je de rust bewaart. Ouders die mij mailden, heb ik persoonlijk gebeld.”

Nu de basis- en middelbare scholen weer volledig opengaan terwijl het coronavirus nog rondgaat, ligt het voor de hand dat meer scholen te maken krijgen met besmettingen onder leraren en personeel. Wat moeten zij dan doen?

Bij een besmetting moeten scholen zo snel mogelijk contact leggen met de lokale GGD, zegt de woordvoerder van GGD Zuid-Limburg. Die zal zelf ook altijd contact opnemen met de school. De GGD doet bron- en contactonderzoek en informeert de schoolleiding over de leerlingen en docenten met wie de besmette persoon in contact is geweest. De GGD geeft ook advies over welke maatregelen nodig zijn, en begeleidt de school bij de communicatie naar ouders.

Na snelle testresultaten weer open

Carlijn Schimmel, intern begeleider van christelijke basisschool Ouverture in het Twentse Glanerbrug, is erg te spreken over de samenwerking met de GGD. Toen een docent een paar weken voor de zomervakantie benauwdheidsklachten kreeg („Een jonge vent, heel sportief”) en besmet bleek met het coronavirus werd binnen 24 uur al het personeel getest. „Er waren best wat collega’s met hooikoorts in die periode. Die gingen twijfelen: is het misschien toch corona?”

Al na een dag kwam de uitslag: „Allemaal negatief, gelukkig.” De Ouverture sloot na de besmetting de deuren, maar kon door de snelle testresultaten al na een paar dagen weer open. Dat is, zegt Schimmel, een van de beste lessen: snel testen zodat je weet waar je aan toe bent.

Of er ook kinderen besmet waren, is onduidelijk. „Die werden, en worden, niet getest. Er waren kinderen ziek of snotterig, maar daarvan heb je er altijd wel een paar in de klas: kinderen zijn nu eenmaal vaak verkouden. De ene collega belt na een snotneus al de ouders op om hun kind te komen halen, de ander wacht wat langer.”

De Ouverture is sinds deze week weer open en ook de zieke docent is weer aan het werk. De maatregelen op de school om corona tegen te gaan zijn niet anders dan voor de vakantie, zegt Schimmel: „Geen ouders in de school, wc’s vaker schoonmaken en extra vaak handen wassen. Hopelijk kunnen we het virus zo tegenhouden.”

Op middelbare scholen zijn de risico’s op besmetting groter. De VO-raad, de koepel van middelbare scholen, werkt momenteel met het ministerie van Onderwijs aan een uitgebreider draaiboek waarin staat wie wanneer welke beslissing neemt bij een besmetting op school. „Het antwoord is afhankelijk van de aard en omvang van de besmetting en de lokale situatie”, aldus een woordvoerder. De PO-Raad, de vereniging van basisschoolbesturen, gaf eerder al tips aan scholen die te maken hebben met een besmetting. Trek goed op met de GGD, communiceer direct, bewaar de rust en wees streng. „Blijf zeggen dat je geen fysieke vergaderingen mag hebben, handen moet wassen en thuisblijft als je je niet lekker voelt.”

Lees ook: Hoe de wereld zijn scholen weer opent

Ook leerlingen bezorgd over besmettingen

Scholieren zijn vooral opgelucht dat ze weer gewoon naar school kunnen, merken ze bij het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS). Maar zorgen zijn er ook, zegt voorzitter Nienke Luijckx. „Leerlingen zijn vooral bang om familieleden te besmetten. Ze hebben nog niet het gevoel dat ze echt veilig naar school kunnen.” Uit een online peiling van het LAKS, die deze week door ruim tweeduizend scholieren werd ingevuld, blijkt bovendien dat er nog veel onduidelijk is voor leerlingen: Hoeveel risico loop ik nu echt? Moet ik een mondkapje op? Luijckx: „Die onduidelijkheid vinden scholieren niet fijn, horen wij. En het is ook niet goed uit te leggen.”

Luijckx is geen voorstander van een mondjeskapplicht voor alle scholieren, die sommige scholen deze week invoerden. „Maar als straks blijkt dat het aantal besmettingen toeneemt en er maatregelen getroffen moeten worden dan zijn mondkapjes een serieuze overweging. Alles beter dan terug naar online onderwijs.”

José van der Lijke: ‘Ik hou mijn hart vast’

José van der Lijke (45), docent maatschappijleer op RSG Magister Alvinus in Sneek.

José van der Lijke

„Ik sta nu met honderd vwo 4-leerlingen aan het water. We gaan de hele dag surfen en suppen om elkaar te leren kennen. Heel coronaproof allemaal, lekker buiten, kleine groepjes. Ik merk aan de leerlingen dat ze het heel fijn vinden om weer naar school te gaan. Zelf ben ik ook blij dat ik weer écht les kan geven. Elkaar kunnen zíen, een blik, een grapje: dat is hoe onderwijs werkt. De muziek zit tussen de noten.

Maar het is dubbel: ik vind het ook spannend om weer voor de klas te staan. Dat gevoel kan ik een tijdje uitschakelen, maar soms overvalt het me. Mijn vader is 84. Stel dat hij via mij besmet raakt? Dat is een reëel gevaar. Het aantal besmettingen onder jonge mensen stijgt en we weten dat zij andere mensen kunnen besmetten. Ik hou m’n hart vast, eerlijk gezegd. Als je als docent compleet zorgeloos het nieuwe schooljaar instapt, ben je naïef.

„Onze school heeft prima maatregelen genomen om het risico op besmetting zo klein mogelijk te maken. Er zijn spatschermen in de lokalen, leerlingen desinfecteren hun handen voor ze het lokaal ingaan en tussen de lessen door worden alle tafels schoongemaakt.

Ik merk wel hoe lastig het is om je aan alle regels te houden. Gisteren deelde ik iets uit in de klas. Pas halverwege dacht ik: oh nee, ik mag helemaal niet rondlopen! Dat voelt tegennatuurlijk.

„Ik ben geen voorvechter van mondkapjes op school, maar ik denk niet dat we er aan ontkomen.”

Henk Vegter: ‘1,5 meter lukt niet’

Henk Vegter (52) is wiskundedocent op een school voor voortgezet speciaal onderwijs.

Henk Vegter

„Ik heb het enorm naar m’n zin weer op school. Die anderhalve meter is alleen gewoon niet te doen. We hebben gangen van ongeveer twee meter breed, waar keurig lijnen staan die de looprichting aangeven, maar als ik langs een clubje leerlingen moet, dan kom ik al bij ze in de buurt. Of als iemand vraagt: ik weet niet hoe de rekenmachine werkt, dan moet ik er toch naast gaan staan, of tegenover. Zelfs met collega’s is het lastig: we hadden een vergadering met dertig man, dan zitten we in een kring. Dat is 80, 90 centimeter, dan houdt het wel op.

„Leraren die zeggen dat het wel kan, lesgeven op anderhalve meter, die houden óf onnatuurlijk veel afstand óf ze weten niet wat anderhalve meter is. Ik heb daar aan het begin van de coronacrisis een filmpje over gemaakt voor mijn YouTube-kanaal Rekentube: als je op een stoep staat, moeten er vijf stoeptegels van dertig centimeter tussen zitten .

„Volgens de definitie zit ik in de risicogroep, maar ik maak me niet heel veel zorgen. Als je echt alleen maar in angst moet leven, wordt het hem ook niet. Ik ga ervan uit dat mensen thuisblijven als ze klachten hebben.

„Als ik voor de klas de hele dag een mondkapje op moet, waardoor leerlingen tijdens de uitleg mijn gezicht niet zien en me minder goed verstaan – nou, dan zou je me heel ongelukkig maken. Wie dat wil, mag er best een op, maar ik vind dat je leraren en leerlingen daar vrij in moet laten.”

Amarins Spandaw:‘Er is veel onzekerheid’

Amarins Spandaw (48) is docent Frans, en net begonnen op een nieuwe school in het Gooi.

Amarins Spandaw

„Het was geweldig om kinderen weer op school te zien, ik vind het ontroerend. Ze zijn denk ik meteen weer gewend, maar ze denken wel dat ze veel achterstanden hebben. ‘We hebben veel minder geleerd’, zeggen ze. Ze zijn blij en ook meteen weer moe. Dat merk ik zelf ook: van half negen tot drie non-stop les – een soort oceaangolf, maar ik vind dat hartstikke leuk.

“Ja, er zijn natuurlijk vragen over veiligheid, vooral van docenten die een kwetsbare partner hebben of mantelzorg verlenen. Er is veel onzekerheid: nemen pubers het virus mee naar school, kunnen ze het verspreiden? Ik geef les aan de brugklas tot en met 5 havo, kinderen van 11 tot 18 jaar oud. Kunnen zij je besmetten? Ik weet het niet. Maar afstand houden is onmogelijk in ons vak. Alleen al gisterochtend: dan cruise je door een haag van leerlingen over het plein om de hoofdingang te bereiken. En even later gaan er zo 150 door de klapdeuren. In een lessituatie is anderhalve meter ook lastig. ‘Mevrouw, mag ik wat vragen?’ ; dan ga je niet anderhalve meter verderop staan. Ik zeg ook niet altijd: ‘Zet een stap achteruit’.

“Ik ben niet bang dat ik het virus krijg, maar ik wil het ook niet hebben. Ik ben ook moeder, en ik heb ouders van boven de 75. Het is denk ik pech hebben of geluk. Ik donder mezelf maar gewoon weer in het leven.”