Opinie

Sancties tegen personen in Wit Rusland niet genoeg

EU-beraad

Commentaar

De Europese regeringsleiders hebben zich deze week na een ingelaste vergadering terecht ferm uitgelaten over de ontwikkelingen in Wit-Rusland, een land dat direct raakt aan de grenzen van de Europese Unie. Zij erkennen de uitslag van de presidentverkiezingen van 9 augustus niet. Er is steun uitgesproken aan de bevolking van de voormalige Sovjetstaat in hun strijd voor democratische grondrechten. Het „buitensporige en onaanvaardbare overheidsgeweld” tegen demonstranten wordt afgewezen, aldus de schriftelijke verklaring die na afloop van het beraad werd uitgegeven.

Nu is papier geduldig, en zeker als het om papier van de Europese Unie gaat. Veroordelingen zeggen niets als er ook geen consequenties aan worden verbonden. Dat doen de EU-leiders gelukkig wel. Er komen sancties tegen personen die verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het geweld, de repressie en de vervalsing van de verkiezingsuitslag.

Het verleden heeft in andere zaken bewezen dat dit soort maatregelen op den duur wel degelijk effect kunnen hebben. Als mensen in hun bewegings- dan wel bestedingsvrijheid worden beperkt gaat dat knellen.

Tegelijk heeft hetzelfde verleden bewezen dat het forceren van veranderingen door middel van sancties een kwestie van lange adem is. De vraag is of de opstandige bevolking van Wit-Rusland zo lang kan wachten. Er zal meer nodig zijn. Maar op dat terrein valt van de Europese Unie weinig te verwachten, zo maakt hun verklaring duidelijk. Dan blijft de daadkracht van Europa steken in vrijblijvende oproepen aan de zo bekritiseerde autoriteiten van Wit-Rusland om „een uitweg” uit de crisis te vinden. Het klassieke beeld van de EU als blaffende hond die niet kan en wil bijten, doemt opnieuw op.

De inwoners van Wit Rusland die zich de afgelopen tijd zo hebben geroerd zullen genoegen moeten nemen met een Europese Unie die betrokkenheid toont maar zich verder – afgezien van de sancties tegen individuen – afzijdig houdt. Wat dat betreft heeft Europa geleerd van Oekraïne. Het gretig omarmen door de EU van de wens van een deel van het land de verworven onafhankelijkheid van de Sovjet Unie te bezegelen met een EU-lidmaatschap heeft destijds averechts gewerkt. De met geopolitiek verbonden subtiliteit was even weg toen Europese politici begin 2014 hun ongeclausuleerde steun betuigden aan de demonstranten op het Maidanplein in de Oekraïense hoofdstad Kiev. Het was koren op de molen van Rusland dat Europa kan betichten van inmenging in binnenlandse aangelegenheden.

Ook de demonstranten in Wit-Rusland beseffen dat al te veel EU-engagement hun zaak geen goed doet. Het gaat om vrijheidsrechten in hun land, niet om aansluiting bij de Europese Unie. Althans, op dit moment. Deze houding maakt hen sterker tegenover de door hen zo bekritiseerde president Aleksandr Loekasjenko, de dictator die het dankzij de steun van Moskou al zo lang kan volhouden.

Opvallend is dat de naam van Rusland nergens valt in de verklaring van de EU-leiders over de ontwikkelingen in Wit-Rusland. Het is te hopen dat dit een uitvloeisel is van de zogeheten stille diplomatie. Veranderingen in het land kunnen immers niet zonder instemming van het Kremlin. Als de Europese Unie werkelijk veranderingen wil zien in Wit-Rusland zullen de EU-leiders allereerst de Russische president Poetin moeten aanspreken.