Opinie

‘Ras’ zal bij ons blijven en aandacht vragen

Columnist Amade M'charek
Columnist Amade M'charek

Wordt u ook zo zenuwachtig van ras? Ik bedoel van het woord. Ras, of in het Duits, Rasse. Heel lang was dit een taboewoord bij uitstek. Als iemand ‘ras’ in de mond zou durven te nemen, zouden we opschrikken en in de kritische stand gaan staan. Klaar om te stellen: maar ras bestaat toch niet! En dan zouden we misschien verwijzen naar het befaamde UNESCO-document dat in 1950 naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog werd gepubliceerd. Dat stelt dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs gevonden kan worden voor het bestaan van biologische rassen, ondanks alle claims en inspanningen van de wetenschap waarvoor miljoenen lichamen hier en in verre oorden gemeten en gepast werden, van schedels tot oogkleur, van haarstructuur tot huidskleur, van bloed tot genen.

Het valt me op dat in het huidige antiracismedebat de Amerikaanse traditie van race vanzelfsprekend wordt omarmd en de term ‘ras’ gretig als label wordt gebruikt. Een gevaarlijke ontwikkeling. Woorden zijn machtig. Niet omdat ze niet louter een beschrijving bieden van wat er is, maar wanneer ze het fenomeen waar ze naar verwijzen ook als het ware tot stand brengen. Woorden zijn performatief. Het woord ras is geen uitzondering. Het woord ras uitspreken is een werkelijkheid scheppen. Een werkelijkheid van natuurlijke verschillen en rigide hiërarchieën tussen groepen mensen.

De scheppende kracht van het woord ras heeft te maken met de geschiedenis die aan het woord kleeft en die bij het gebruik ervan gemobiliseerd wordt. Want de raciale wetenschap, die ook een belangrijke rol heeft gespeeld in het koloniale project en bij de slavernij, is geen voltooid verleden tijd. Een belangrijk deel van de kennis die toen ontwikkeld is, het materiaal dat verzameld is en de toegepaste methoden, zijn verweven met onze hedendaagse kennis en maken nog altijd deel uit van de dagelijkse praktijk in onze laboratoria en klinieken. Daarmee zeg ik niet dat onze geneeskunde of wetenschap racistisch is, maar wel dat deze gesedimenteerde raciale geschiedenis om zorg en aandacht vraagt.

Neem het voorbeeld van de genetica. Genetisch onderzoek bewijst haast op dagelijkse basis dat ras niet bestaat. Tegelijkertijd vindt er in een deel van dat onderzoek een herintroductie plaats van het begrip biologisch ras. Omdat er vandaag de dag een ongelooflijke hoeveelheid data geproduceerd wordt, tasten wetenschappers in het duister naar de betekenis ervan. En om chocola van die data te maken wordt ras nu steeds vaker ingezet als categorie. Oude raciale classificaties sluipen zo in nieuwe jasjes weer de wetenschap binnen. Dit betekent dat sociale categorieën gebruikt worden om genetische verschillen te duiden. En zo lijkt ras weer een biologische basis te hebben.

Ras doet een beetje denken aan de hond in het verhaal van Jules Vernes Van de aarde naar de maan (1865). Tijdens deze reis sterft de hond, Satelliet genaamd. Omwille van de leefbaarheid aan boord wordt het kadaver de ruimte in gegooid. Terwijl de astronauten bij het raam staan en de wetten van de natuurkunde bespreken, zien zij steeds een object verschijnen en weer uit het zicht verdwijnen. Satelliet blijft om hen heen cirkelen.

Net als Satelliet zal ‘ras’ bij ons blijven, zich steeds weer manifesteren en om onze aandacht vragen. De uitdaging is om ras als probleem in de ogen te blijven kijken en het niet te omarmen als label voor wie we zijn. Gegeven de macht van het woord en de macht van de wetenschap die haast alle sociale verhoudingen biologisch dreigt te definiëren, kunnen we maar beter zenuwachtig blijven als het over ras gaat.

Amade M’charek is hoogleraar antropologie van de wetenschap ( UvA). Ze vervangt Clarice Gargard tijdens haar vakantie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.