Openbaarheid van medicijnonderzoek helpt artsen, bedrijven en patiënten

5 vragen over klinische onderzoeken In Nederland wordt heel weinig onderzoek naar medicijnen goed geregistreerd. Dat is wel van belang.

Een volledige registratie van klinische studies kan voorkomen dat patiënten aan een zinloos onderzoek meedoen.
Een volledige registratie van klinische studies kan voorkomen dat patiënten aan een zinloos onderzoek meedoen. Foto Robin Utrecht/ANP

Waarin een klein land groot kan zijn: academische medische centra in Nederland draaien jaarlijks honderden klinische studies waarin nieuwe geneesmiddelen worden onderzocht. Waarin dat land toch klein kan zijn: de resultaten van de studies worden maar mondjesmaat toegankelijk gemaakt in een Europees register.

Health Action International (HAI), een ngo die al jaren ijvert voor goedkopere en betere geneesmiddelen voor de hele wereldbevolking, heeft na onderzoek vastgesteld dat maar zo'n drie procent van de Nederlandse onderzoeksresultaten correct is vastgelegd in het EU Clinical Trials Register. Tweede Kamerlid Liliane Ploumen (PvdA) heeft hierover inmiddels schriftelijke vragen gesteld aan minister Tamara van Ark (Medische Zorg, VVD), onder meer over de mogelijke gevolgen voor patiënten.

Lees ook: Universiteiten maken resultaten van medicijnonderzoek nauwelijks openbaar

1 Waarom is het belangrijk dat alle onderzoeksresultaten openbaar worden gemaakt?

Omdat onderzoeken met mensen – zogeheten klinische studies – buitengewoon ingewikkeld zijn. Om vast te stellen of een geneesmiddel werkt en niet te gevaarlijk is, geven onderzoekers het aan een groep patiënten – en een placebo of een bestaand middel aan een controlegroep. Als de baten de bijwerkingen overtreffen kan een geneesmiddel in principe worden toegelaten. Omdat een positief resultaat een (statistische) toevalligheid kan zijn, vraagt een toezichthouder vóór goedkeuring doorgaans om een tweede studie ter bevestiging.

In dit systeem zijn alle partijen – onderzoekers, wetenschappelijke tijdschriften, toezichthouders, bedrijven, beleggers, fondsen en media – gericht op de positieve resultaten. Onderzoekers publiceren die graag en vertellen erover op congressen. De studies waarin een geneesmiddel niets doet voor patiënten zijn doorgaans te weinig aansprekend om er veel ruchtbaarheid aan te geven. Daardoor ontstaat bias, de menselijke neiging om een bepaalde richting uit te kijken.

Die bias kan leiden tot een vertekend beeld van de werking van een middel. Het maakt nogal uit of er alleen een of twee positieve studies zijn met een middel, of dat er daarnaast nog enkele zijn met een negatief resultaat. In het laatste geval zijn de positieve studies mogelijk een toevalstreffer geweest. Dat is niet puur theorie. Uit nadere analyse van de klinische onderzoeken (zogeheten meta-analyses) is gebleken dat bijvoorbeeld nogal wat nieuwe kankergeneesmiddelen niet of nauwelijks beter zijn dan de oude. Negatieve studies blijven vaak buiten beeld.

2Wat zijn de regels?

Om te zorgen dat de gegevens van alle onderzoeken op een centrale plek te vinden zijn, heeft de Europese Unie in 2014 een richtlijn aangenomen die instituten voorschrijft om resultaten op de juiste manier te vermelden in het register. Zo kan iedereen met een vrij eenvoudige zoekactie al het internationale klinische onderzoek naar een aandoening of middel vinden. Dat voorkomt ook dubbel werk.

3 Hoe goed houden Nederlandse universiteiten en farmaceuten het EU Clinical Trials Register bij?

Om daarachter te komen gebruikten onderzoekers van HAI een zogenoemde scraper, gebouwd door onderzoekers van de Universiteit van Oxford. Dit computerprogramma schraapte afgelopen juni alle gegevens uit het register zodat deze konden worden geanalyseerd. Zo bleek bijvoorbeeld dat bij alle afgeronde onderzoeken van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, de Rijksuniversiteit Groningen, het RIVM en de Universiteit Maastricht resultaten ontbraken. Van het Radboud UMC werden maar enkele onderzoeksresultaten geteld. HAI blijkt streng: als er ook maar íets ontbreekt, zoals een op de juiste plek ingevulde einddatum, worden resultaten niet meegeteld – dan zijn ze namelijk niet goed vindbaar. Ook bij een ruimere telling worden overigens veruit de meeste resultaten niet gedeeld.

„Nederlandse klinische onderzoekers registreren hun resultaten wel compleet en zorgvuldig”, zegt Hans Romijn, bestuursvoorzitter van het Amsterdam UMC, locatie AMC. „Dat doen ze bij de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, een orgaan dat ook een publiek toegankelijk register bijhoudt. Daar zijn de onderzoeken vindbaar, soms in het Engels.” Daarnaast wijst Romijn op talrijke publicaties in wetenschappelijke tijdschriften.

De Britse onderzoekers zeggen dat Europese transparantieregels duidelijk en ondubbelzinnig voorschrijven dat de resultaten in het Europese register moeten staan.

4Hoe kan het dat Nederland zo achterloopt met het correct melden?

HAI heeft eerst zijn pijlen gericht op landen als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, die na enig aandringen hun resultaten zijn gaan registreren. Het lijkt erop dat Nederland de volgende op het lijstje is.

5 Blijven alle organisaties die klinische studies doen achter?

Nee, één grotere medicijnproducent heeft het registreren wel gotendeels op orde: het biofarmaceutisch bedrijf HAL Allergy met tweehonderd medewerkers in Nederland, dat onderzoek doet naar allergieën. „Wij doen volgens mij gewoon datgene wat van ons gevraagd wordt”, zegt Hans van Schijndel, verantwoordelijk voor de r&d-afdeling. Ook HAL Allergy zelf profiteert van de openbaarheid van gegevens van klinisch onderzoek. „Als farmaceutisch bedrijf is het altijd handig om te weten wat de wereld om je heen doet, dat bijvoorbeeld andere bedrijven ook bezig zijn met pinda-allergie. Maar het doel van zo’n register is vooral dat onderzoeken niet dubbel worden gedaan, dat er geen geld wordt verspild aan onderzoek waaruit eerder al bleek dat iets niet werkt.” Van Schijndel denkt dat het voor grote universiteiten lastiger kan zijn de registratie goed bij te houden. „Universiteiten werken soms samen met grote farmaceutische bedrijven, dan kan het dat hun naam bij een onderzoek staat, maar ze niet weten dat ze de plicht hebben de resultaten te registreren.”