Minder eiwit in het voer, meer problemen voor de koe

Veevoer Door het droge voorjaar bevatte het gras te weinig eiwit, stellen experts. Zonder krachtvoer waren er koeien ziek geworden.

Anderhalve week geleden stond dit grasland in Doorwerth aan de oever van de Rijn nog blank. Donderdag wordt het al gehakseld en ingekuild als veevoer voor de winter.
Anderhalve week geleden stond dit grasland in Doorwerth aan de oever van de Rijn nog blank. Donderdag wordt het al gehakseld en ingekuild als veevoer voor de winter. Foto ANP

Melkveehouders hebben in de eerste helft van dit jaar minder gras van hun weilanden geoogst dan in voorgaande jaren. En het gras dat ze hebben opgeslagen (ingekuild gras) bevat minder eiwit.

Dat blijkt uit een inventarisatie die Wageningen University & Research uitvoerde in opdracht van het ministerie van Landbouw. Op basis van deze inventarisatie heeft minister Schouten (ChristenUnie) besloten de geplande krachtvoermaatregel te schrappen.

De maatregel, die op 1 september zou ingaan, stelde een maximum aan de hoeveelheid eiwit die een kilo krachtvoer mag bevatten. Een koe die minder eiwit eet, scheidt hier minder van uit via urine en feces, waardoor er minder ammoniak wordt gevormd. Doel van de maatregel was om de uitstoot van stikstof (in dit geval in de vorm van ammoniak) te verminderen.

Was de maatregel doorgegaan dan had dat „in sommige gevallen” zeker tot gezondheidsproblemen bij koeien geleid, zegt voerdeskundige Jan Dijkstra van de Wageningse universiteit. Hij was niet bij de inventarisatie betrokken. Hoewel er een „enorme variatie” is per bedrijf, zegt Dijkstra, kun je grofweg stellen dat het rantsoen van een koe voor 50 procent bestaat uit gras – waarvan 15 procent vers gras en 35 procent ingekuild gras. Snijmaïs heeft een aandeel van zo’n 20 procent. En circa 30 procent is krachtvoer en zogeheten vochtige bijproducten, zoals bierbostel. „Als er in het grasdeel minder eiwit zit, zal een boer dat vooral via krachtvoer compenseren, want daarvan is de samenstelling makkelijk te reguleren”, zegt Dijkstra. De koeien krijgen dan krachtvoer waarin meer eiwit zit. Maar de maatregel van Schouten stelde een bovengrens aan die hoeveelheid. En dat had voor sommige groepen koeien problematisch kunnen worden, zegt Dijkstra. Kalveren bijvoorbeeld. „Die hebben, net als kinderen, veel eiwit nodig.” Een eiwittekort kan ten koste gaan van de afweer.

Ook koeien in de zogeheten late lactatie – de weken voordat ze stoppen met melk geven, om daarna een kalf te krijgen – hebben speciale voedingseisen met extra veel eiwit. „Een tekort kan tot leververvetting leiden en tot verplaatsing van de lebmaag”, zegt Dijkstra.

Het Wageningse onderzoek gaat uit van data van laboratoriumketen Eurofins. Het bedrijf analyseert onder meer monsters van ingekuild voorjaarsgras dat boeren opsturen. Normaal zijn dat er zo’n 19.000. Maar de Wageningse onderzoekers moesten het met de data van ruim 3.000 voorjaarskuilen doen.

Dijkstra vermoedt dat veel boeren nog geen monsters hadden opgestuurd. De onderzochte monsters bevatten gemiddeld 7 gram minder eiwit per kilo drooggewicht vergeleken met het gemiddelde over de afgelopen vier jaar. Waarschijnlijk is het droge voorjaar hier de oorzaak van.