In Goslar kijkt zelfs de lokale AfD tevreden terug op de vluchtelingenzomer.

Foto Fabian Berg

Reportage

Vijf jaar later blikt het Duitse Goslar tevreden terug op de migratiecrisis

Migratie Wir schaffen das, dit lukt ons, zei kanselier Merkel vijf jaar geleden over de massale komst van asielzoekers naar Duitsland. Het is nog te vroeg om te zeggen of ze gelijk had, maar de stad Goslar heeft het goed gedaan, zeggen zelfs critici.

Dit gaat ons nooit lukken, dacht Christa Hillebrandt, toen ze in de zomer van 2015 terugkwam van vakantie en zag hoeveel vluchtelingen er waren aangekomen in haar woonplaats Goslar, in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Al dertig jaar werkte ze met vluchtelingen, maar zoiets had ze nog nooit meegemaakt.

„Ik dacht: Wir schaffen das nie”, vertelt ze vijf jaar later op een terras op het marktplein van de stad. „Al die mensen die we moesten zien onder te brengen. De meesten hadden alleen een koffer of een plastic zak bij zich. Sommigen hadden niet eens schoenen aan. Ze waren allemaal aan het eind van hun latijn . Niemand sprak Duits. Ze bleven maar komen. Het was bijna een catastrofe.”

De massale komst van asielzoekers in 2015 heeft Duitsland zwaar op de proef gesteld. Bij elkaar kwamen er zo’n 890.000 migranten, en het jaar daarop nog eens zo’n 700.000 – meer dan naar enig ander Europees land. Kon dat goed gaan? Vijf jaar later zijn de meningen daarover nog altijd verdeeld.

Bij veel asielzoekers die naar Duitsland zijn gekomen verloopt de integratie moeizaam. Van de vluchtelingen die tussen 2013 en 2016 zijn aangekomen had begin dit jaar bijna de helft (49 procent) binnen vijf jaar werk gevonden.

Niemand sprak Duits. En ze bleven maar komen

Christa Hillebrandt

Maar al gaat het veelal om onzekere banen, die door de coronacrisis gemakkelijk kunnen verdwijnen, het betekent dat een grote groep al een belangrijke stap op weg naar integratie heeft gezet.

En hoewel de helft nog géén werk heeft en afhankelijk is van een uitkering, verloopt de integratie van asielzoekers op de arbeidsmarkt iets sneller dan bij de mensen die in de jaren negentig op de vlucht voor de oorlog in Joegoslavië naar Duitsland kwamen. Toen had na vijf jaar nog slechts 44 procent werk.

In het district Goslar gaat het vijf jaar na de komst van enkele duizenden asielzoekers goed, vertellen hulpverleners, een bestuurder, een AfD-politicus, een Syrische apotheker en een bejaardenverzorgster uit Albanië op grond van hun ervaringen aan NRC.

Om die te kunnen plaatsen eerst terug naar vijf jaar geleden.

Christa Hillebrandt werkt al 35 jaar met vluchtelingen in Goslar. Foto Fabian Berg

Historisch

In heel Europa was de volksverhuizing van 2015 en 2016 een ingrijpende historische gebeurtenis. De bezorgdheid erover droeg in het Verenigd Koninkrijk bij aan de uitslag van het Brexit-referendum en daarmee aan het vertrek van de Britten uit de Europese Unie.

Italië en Griekenland, waar de meeste migranten aan land kwamen, voelden zich in de steek gelaten door de rest van Europa. Hongarije, Polen en andere Oost-Europese landen weigerden mee te werken aan een Europese verdeling van de asielzoekers. En bijna overal leidde de angst voor migranten tot groei van radicale anti-immigratiepartijen.

In Duitsland was er aanvankelijk breed gedragen enthousiasme voor het opnemen van de vluchtelingen. Op het station van München werden ze met applaus en teddyberen ontvangen. Initiatieven om hulp te bieden schoten overal als paddenstoelen uit de grond. Zelfs boulevardblad Bild begon een campagne onder het motto #refugeesWelcome: Wir helfen.

Geen politicus in Europa heeft haar lot zo aan de vluchtelingencrisis verbonden als Angela Merkel. Het maakte de bondskanselier fel omstreden – gehaat en bewonderd tot ver buiten Duitsland, met een intensiteit die mensen meestal reserveren voor politici uit eigen land.

Haar ondergang werd het niet, ook al leek het daar soms wel op uit te draaien. Ze verloor steun in haar eigen partij. Kiezers liepen weg. De radicaal-rechtse anti-immigratie- én anti-Merkel-partij Alternative für Deutschland (AfD) groeide uit tot de grootste oppositiepartij in de Bondsdag.

Migratie in Duitsland in cijfers
Migratie in Duitsland in cijfers.

Maar inmiddels is Merkel weer de populairste politicus van het land. De AfD wordt verscheurd door een interne strijd en daalt in de peilingen. Het toelatingsbeleid is strenger geworden, het aantal asielzoekers is sterk afgenomen.

De vraag hoe Europese landen met vlucht en migratie moeten omgaan is nog altijd niet opgelost. Maar het alles overheersende thema in de Duitse politiek is het niet meer.

De politicus die in 2018 nog zei dat „migratie de moeder van alle problemen” is, minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU), profileert zich nu met andere thema’s, zoals de bestrijding van extreem-rechts geweld. Hoe bitter de strijd over de vluchtelingenpolitiek afgelopen jaren ook was, het land is er niet gedestabiliseerd door geraakt

„Duitsland is een sterk land”, zei Merkel op 31 augustus 2015, toen duidelijk begon te worden wat er op Duitsland afkwam. „Het motief waarmee we deze dingen aanpakken moet zijn: we hebben zó veel voor elkaar gekregen – dit lukt ons, wir schaffen das!

Foto Fabian Berg
Foto Fabian Berg

Foto Fabian Berg
Goslar, aan de voet van het Harz-gebergte.
Foto’s Fabian Berg

De uitspraak zou Merkel nog lang worden nagedragen, althans de drie laatste woorden waartoe het citaat al snel werd bekort. Critici verweten haar dat die woorden door migranten werden opgevat als aanmoediging om naar Duitsland te komen. Ook zou er een grote onderschatting uit spreken van de enorme inspanningen die nodig waren om zó veel migranten op te vangen en een plaats te geven in de samenleving.

Wir wollen das gar nicht schaffen”, zei Alexander Gauland, destijds leider van de AfD in Brandenburg, nu ere-voorzitter en co-fractievoorzitter in de Bondsdag. Maar niet alleen de AfD veroordeelde de ‘welkomscultuur’.

Bij een groot deel van de bevolking begon de stemming om te slaan toen Merkel een paar dagen na ‘Wir schaffen das’ besloot de grenzen niet te sluiten voor de vluchtelingenkaravaan die via de Balkan en Oostenrijk naar Duitsland trok.

Ambtelijke diensten dreigden te bezwijken onder de asielaanvragen. De regering wekte de indruk de controle over de massale toestroom van migranten volledig te zijn kwijtgeraakt.

Onvrede sloeg de eerste dagen van 2016 om in woede en angst na de Oudejaarsnacht in Keulen, toen honderden vrouwen – in het gedrang bij de Dom en het station – door groepjes mannen werden belaagd, bestolen en aangerand. De meeste vermoedelijke daders waren van Noord-Afrikaanse komaf, anderen hadden een Midden-Oosterse achtergrond.

De politiek stond net als elders in Europa onder hoogspanning. Extreem-rechtse groepen, die al sinds de jaren negentig vermeende buitenlanders en vluchtelingencentra aanvielen, voerden hun gewelddadige activiteiten op. Pegida demonstreerde tegen ‘de islamisering van het Avondland’. En politici bleven herhalen dat de islam niet bij Duitsland hoort.

In de media was veel aandacht voor wat er sinds de ‘vluchtelingenzomer’ ernstig verkeerd ging – van terroristen die met de vluchtelingenstroom het land waren binnengekomen en aanslagen pleegden, tot moorden en verkrachtingen door asielzoekers. Ook kleine incidenten, zoals jonge migranten die zich misdroegen in een zwembad, werden snel onderwerp van het telkens oplaaiende nationale vluchtelingen- en integratiedebat.

Steeds meer steden klaagden dat ze zich geen raad wisten met de asielzoekers, dat de gymzalen waar ze waren ondergebracht uitpuilden en dat de kosten de pan uit rezen.

Maar ondertussen werd op talloze plaatsen in Duitsland stug doorgewerkt, met vallen en opstaan, aan opvang en integratie. Door vrijwilligers, leraren, overheidsdiensten en de migranten zelf. Zij deden, met wisselend succes, hun best het ‘Wir schaffen das’ in de praktijk te brengen.

Daar was afgelopen jaren minder aandacht voor dan voor de ontsporingen. Terwijl die praktische inspanningen in hoge mate bepalen of Merkels woorden uiteindelijk zullen uitkomen of niet.

Monika Dittmann begeleidt als vrijwilliger andere vrijwilligers in Goslar die vluchtelingen helpen. Foto Fabian Berg

Stad die niet klaagde

Goslar, aan de voet van het Harz-gebergte, was in de vluchtelingencrisis een opmerkelijk geval. De stad kláágde in 2015 en 2016 niet over de migranten die haar door de deelstaatregering van Nedersaksen werden toegewezen. Het lokale politieke bestuur verkondigde juist dat er best meer vluchtelingen mochten komen.

Met zo’n 135.000 inwoners heeft het district Goslar (de stad en omliggende regio) in 2015 1.543 asielzoekers opgenomen, en nog eens 1.182 een jaar later. Ze kwamen vooral uit Syrië, Iran, Irak, Afghanistan en Ivoorkust. Hoe kijkt Goslar nu terug op de gastvrijheid van toen? Is men teruggekomen op de ‘Willkommenskultur’, of heeft Goslar het ‘geschafft’?

„Toen Merkel ‘Wir schaffen das’ zei, betekende dat voor mij: Als wij dit niet doen, met al onze economische kracht, wie dan wel?”, zegt Monika Dittmann. Na haar pensionering als lerares Duits en gym, begeleidt ze sinds 2015 – onbetaald – vrijwilligers in Goslar die vluchtelingen helpen.

De stad koos meteen al een andere aanpak dan veel andere steden. Dittman: „Van het begin af aan hebben we de mensen decentraal ondergebracht: niet in gymzalen of andere grote opvangcentra met alle nationaliteiten door elkaar, maar in eigen woningen, zodat ze meteen Duitse buren hadden. Het hielp dat we hier leegstand hadden” (onder meer door de neergang van de mijnbouw, red.).

„We informeerden de nieuwkomers meteen over van alles. Over afvalscheiding bijvoorbeeld. Over Kehrwoche – dat in een huis met meerdere appartementen iedereen een week aan de beurt komt om het trappenhuis schoon te houden. En ze moesten natuurlijk de taal leren, terwijl sommigen van hen analfabeet waren.

„De bereidheid om te helpen is hier nog altijd groot. In mijn database staan 220 vrijwilligers die zich voor vluchtelingen willen inzetten. Duitsland is sterk door het christendom getekend. De evangelische kerk financiert ons vrijwilligersbureau.

„Voor mijzelf speelt mee dat mijn ouders na de Tweede Wereldoorlog als vluchtelingen uit Pommeren, in het huidige Polen, hierheen zijn gekomen. Ze hebben me opgevoed met het idee dat je mensen in nood moet helpen.”

Lees ook: De exodus en ons geweten

Het heeft lang geduurd voor Duitsland erkende dat het een migratieland is. Maar een kwart van de Duitse bevolking van 83 miljoen mensen heeft een migratie-achtergrond.

Dat gaat onder meer terug op de grote volksverhuizingen van na de Tweede Wereldoorlog, de massale werving van zogenoemde gastarbeiders in de jaren zestig en zeventig en de komst van vluchtelingen tijdens Balkan-oorlogen in de jaren negentig. Dat veel Duitse families daardoor een migratiegeschiedenis hebben kan ertoe hebben bijgedragen dat er betrekkelijk veel begrip voor migranten bestaat.

Lang niet alle migranten die sinds 2015 en 2016 naar Duitsland zijn gekomen zijn vluchtelingen. Uit de Balkan bijvoorbeeld komen veel mensen om te ontsnappen aan armoede, werkloosheid en alledaagse corruptie. De meesten van hen krijgen geen asiel en moeten weer vertrekken. Velen proberen toch te blijven, ook in Goslar. Zoals Behije Zalli, een bejaardenverzorgster uit Albanië.

Behije Zalli uit Albanië mag als bejaardenverzorger in elk geval nog twee jaar in Duitsland blijven. Foto Fabian Berg

Ouderenzorg

Met man en dochtertje van vijf kwam Behije Zalli in de zomer van 2015 uit Albanië naar Duitsland. Hun asielverzoek is inmiddels afgewezen, maar ze zijn niet teruggegaan.

„In Albanië had ik had mijn opleiding tot verpleegkundige voltooid, maar in het ziekenhuis mocht ik alleen als schoonmaakster werken. Om als verpleegkundige aan de slag te kunnen moest ik mijn baas 5.000 euro smeergeld betalen.

„Mijn man was politieman, maar hij en al zijn collega’s werden ontslagen toen een politicus zijn eigen mensen wilde aanstellen. We zagen geen andere uitweg dan te vertrekken.”

In Duitsland heeft Zalli de taal geleerd en een opleiding tot ouderenverzorgster voltooid – net een week geleden heeft ze haar examen gehaald. Ze straalt, want zij mag nu in de ouderenzorg werken en dat betekent dat zij en haar gezin in elk geval nog twee jaar in Duitsland kunnen blijven – en misschien wel voor onbepaalde tijd.

„Als kind ben ik in het vuur gevallen en sindsdien heb ik geen haar op mijn hoofd. Daarom moest ik altijd een hoofddoek dragen. Hier in Duitsland heb ik voor het eerst twee pruiken gekregen.

„Ik heb het geluk gehad dat ik hier persoonlijke hulp kreeg van mevrouw Hillebrandt, die hier de integratie van vluchtelingen coördineert. Zij heeft steeds gezegd: Frau Zalli, Sie schaffen das!

„Wij willen hier echt blijven. Ik ga me specialiseren in stervensbegeleiding.”

‘Ga niet schelden’

Jaarlijks wijst Duitsland een derde van de asielaanvragen af, zo’n zestigduizend gevallen, onder meer omdat mensen uit economische motieven zijn gekomen. Slechts een klein deel van hen wordt uitgezet (de eerste helft van dit jaar 4.600 mensen), maar het overgrote deel niet – omdat hun vaderland onveilig is, of omdat ze zelf of de Duitse deelstaten niet meewerken.

„Ik begrijp niet waarom economische vluchtelingen hier niet mogen blijven”, zegt Christa Hillebrandt, die inmiddels 35 jaar met vluchtelingen werkt, in Goslar. „Niemand laat voor zijn plezier alles achter zich, om na een heel moeilijke reis helemaal opnieuw te moeten beginnen.

„Waarom kan mijn kleinkind opgroeien in overvloed, en mag een moeder die haar kind niet kan voeden niet hierheen komen? Die kinderen hebben ook recht om te leven. En wij hebben deze mensen nodig, onze samenleving vergrijst. We moeten ze alleen wel helpen te integreren.

„Als vluchtelingen een woning krijgen ga ik altijd mee. Dan bel ik aan bij de buren en zeg ik: dit zijn meneer en mevrouw zo-en-zo. Ze hebben af en toe uw hulp nodig. Als er problemen zijn, ga niet schelden maar bel mij op.

„Door Merkels ‘Wir schaffen das’ voelde ik me aangemoedigd. We hebben afgelopen jaren veel fouten gemaakt, bijvoorbeeld met veel te korte taalcursussen. Het zal nog lang duren voor alle problemen zijn opgelost. Maar er is heel veel gelukt. Van ‘mijn’ vluchtelingen is niemand teruggestuurd. Degenen die in Goslar zijn blijven wonen helpen nu elkaar.”

Duitsland blijft Duitsland, „met alles wat ons lief en dierbaar is”, verzekerde Merkel een jaar na haar omstreden ‘Wir schaffen das’-uitspraak. Maar de stroom migranten van de afgelopen jaren, die overigens al voor 2015 op gang was gekomen, heeft Duitsland wel veranderd, in allerlei opzichten. De zorgsector bijvoorbeeld kan in Duitsland al lang niet meer zonder migranten. Zo werken er maar liefst 4.500 artsen uit Syrië in Duitsland.

In een tijdschriftartikel uit 2016 over de vluchtelingen in Goslar kwam een jonge Syrische apotheker voor. Hij was in 2013 naar Turkije gevlucht, om te ontkomen aan militaire dienst in het leger van president Assad.

In 2014 kwam hij met het vliegtuig aan in Duitsland. In Goslar had hij een apotheek gevonden waar hij weliswaar zijn vak niet kon uitoefenen, maar als stagiaire toch kleine klusjes kon doen.

Najeeb Sayd Ahmad kwam als apotheker uit Syrië en werkte zich in Goslar op tot bedrijfsleider. Foto Fabian Berg

Niet bang

Nu staat Najeeb Sayd Ahmad in een witte jas achter de toonbank van de Hubertus Apotheek in een buitenwijk van Goslar. Hij spreekt inmiddels Duits, heeft de Duitse apothekersopleiding afgerond en is sinds 2018 bedrijfsleider.

„Ik moest bij nul beginnen. Eerst werd ik hier niet gezien als mens, als Najeeb, met hobby’s en een verleden in Aleppo. Ik was alleen een vluchteling. Maar ik wilde geen vluchteling zijn, ik ben ertoe gedwongen. Wij komen hier niet om het geld, maar om verder te kunnen leven.

In het begin werd ik hier niet gezien

Najeeb Sayd Ahmad apotheker

„Mijn toekomst is hier. Ik heb hier mensen leren kennen, mensen die me nog steeds helpen. Ik voel me nu inwoner van Goslar.

„Merkel zei: Wir schaffen das, maar ik zeg: Wir schaffen das zusammen. Niet alleen de Duitsers, maar ook wij vluchtelingen moeten zorgen dat het lukt. Wij moeten niet terughoudend zijn, maar ons openstellen. We zijn verschillend, maar dat geeft niet, daar moeten we niet bang voor zijn. En de Duitsers moeten niet bang zijn voor de vluchtelingen.”

AfD tevreden

Het is nog te vroeg om te zeggen of Duitsland het ‘geschafft’ heeft, maar de twijfel of het kán lukken is wel afgenomen.

In Goslar zegt Landrat Thomas Brych, de hoogste bestuurder van het district (Landkreis): „Ik denk dat het hier goed gelopen is.”

Welke lessen heeft hij geleerd? „Breng mensen als het even kan niet met honderden tegelijk in grote gymzalen onder, maar vang ze decentraal op. En geeft ze heel snel een basale integratiecursus.

„Wij hebben daarvoor meteen een groot hotel afgehuurd, waar de vluchtelingen na aankomst in eigen kamers met vol pension werden ondergebracht voor een eerste integratiecursus, die acht tot twaalf weken duurde. Van daaruit kregen ze vervolgens een woning.”

Lang niet iedere stad had daar de mogelijkheden voor. Maar toch vindt Brych (SPD) dat Duitsland de vluchtelingencrisis goed onder controle heeft gekregen. Over Merkels ‘Wir schaffen das’ zegt hij: „Ik begreep precies wat ze bedoelde, maar politiek werkt alleen als je het ook uitlegt. Achteraf is het makkelijk praten, maar ze had erbij kunnen zeggen dat niet één Duitser in nood hierdoor ook maar iets minder zou krijgen.”

In Goslar kijkt zelfs de lokale AfD tevreden terug op de vluchtelingenzomer. „Goslar heeft het relatief goed gedaan”, erkent de fractievoorzitter van de anti-immigratiepartij in de gemeenteraad, Dirk Straten. „Wij vinden het niet goed dat afgewezen asielzoekers nauwelijks worden teruggestuurd. Maar in grote lijnen is het hier allemaal vreedzaam verlopen. Aanvankelijk bestond de vrees dat het stadsbeeld sterk zou veranderen. Dat is niet gebeurd.”


Vijf jaar ‘Wir schaffen das’

In de zomer van 2015 kwamen honderdduizenden vluchtelingen naar Duitsland en de rest van Europa. Een groot deel van hen reisde via de Westelijke Balkanroute: ze staken bij Turkije de Middellandse Zee over naar Griekenland, en vandaar ging het door de Balkanlanden naar de Schengenzone.

En ook na de Turkijedeal, die in maart 2016 werd gesloten, bleven mensen aankomen in Griekenland.