Hoe je in tien stappen een succesvol complotdenker wordt

Complotdenkers Hoe word je een complotdenker? Lees bijvoorbeeld een opnieuw uitgegeven boek van Baltasar Gracián (1601-1658). Hij geeft tips waar je je voordeel mee kunt doen.

Illustratie Sharon Coone

‘Wee het paard waarvan de meester geen ogen heeft: het zal niet snel vet worden”, schreef de Spaanse jezuïet Baltasar Gracián rond 1647. Iedereen die een boodschap te verspreiden heeft, zal zich dit ter harte nemen: als je niet gezien wordt, kwijn je weg.

In 1647 werd Graciáns Handorakel en kunst van voorzichtigheid gepubliceerd – en recent verscheen een herdruk van de Nederlandse vertaling. De lessen die Gracián hierin geeft, gelden in veel gevallen nog steeds. Ze bevatten algemene wijsheden waar menig managementgoeroe nog een punt aan kan zuigen – ‘niet uw meerdere overtreffen’, ‘met grote mannen sympathiseren’ of ‘nooit als de massa zijn’ – maar ook een aantal levenslessen waarmee complotdenkers hun voordeel kunnen doen.

Want je boodschap is belangrijk, maar als je die niet goed over het voetlicht weet te krijgen, dan heb je er niets aan. Daarom tien lessen aan de hand van Garcián: hoe word ik een betere complotdenker?

  1. Laat anderen niet doorgronden hoeveel je weet

    Het is verstandig je niet voor te doen als iemand met veel kennis en bekwaamheid. Niet alleen omdat ondoorgrondelijkheid de mystiek voedt, maar ook omdat de meeste mensen niet houden van kennis van zaken. „Een verstandig man die door allen geëerd wil worden, voorkomt dat men zijn kennis en kunde tot op de bodem peilt”, schrijft Gracián. Een complotdenker houdt zich van den domme.

  2. Maak onderscheid tussen werkelijkheid en schijn

    „De dingen gaan niet door voor wat ze zijn, maar voor wat zij lijken te zijn. De meeste mensen oordelen alleen naar de buitenkant; een klein aantal ziet daar doorheen.” Dus als iemand de oorsprong van een graancirkel belachelijk wil maken of er ongelovig op reageert, stel dan dat het slechts aan weinigen gegund is door de buitenkant heen te prikken. Zeg tegen dergelijke mensen, die je vaak vijandig gezind zijn, dat er onderscheid is tussen schijn en werkelijkheid.

  3. Lees ook: Het moderne complotdenken kan niet bestreden worden met voorlichting en bewustwording.
  4. Verhul je opzet

    Dit lijkt omslachtig, want je wilt mensen overtuigen en waarschuwen voor alle gevaren die Bill Gates, corona- en klimaatdrammers voor hen in petto hebben. Toch is het goed niet al te open te zijn: alles wat je zegt, kan tegen je worden gebruikt. Bedenk: „Tegen de lynxen van de welbespraaktheid schermt men zich af met de ondoorgrondelijkheid van een inktvis. Zij mogen zelfs onze smaak niet kennen, zodat niemand deze door tegenspraak of lof kan beïnvloeden.” Vaagheid en indirectheid zijn nuttig voor de complotdenker.

  5. Verveel niemand

    Veel complotdenkers vallen in herhaling, waardoor ze het risico lopen dat mensen hen tot één theorie reduceren. Denk aan het scheldwoord ‘graancirkelkut’, waarmee een complotdenker snel weggezet kan worden. Hou in gedachten: „Bondigheid is aangenaam en levert meer resultaten op: zij wint door hoffelijkheid wat zij door beknoptheid verliest. Het is algemeen bekend dat wie lang van stof is, zelden verstandig is. Er bestaan mensen die meer last dan sieraad zijn, zinloze franje die iedereen wegduwt.” Het is kortom niet erg om grote onderwerpen in weinig woorden aan te kaarten.

  6. Wedijver nooit

    Wanneer je met een theorie aankomt die door de mainstream media niet wordt aanvaard, bijvoorbeeld dat 9/11 doorgestoken kaart zou zijn van Israël en de FBI (true story!), dan is het beter daar niet over in discussie te gaan met mensen die een andere visie op 9/11 hebben. Negeer ze, want: „Elke aanspraak die tegenspraak oproept, schaadt ons aanzien. De tegenpartij gaat zich er dan direct op toeleggen ons te belasteren en zwart te maken.”

  7. Wen aan slechte karaktertrekken, als aan lelijke gezichten

    Oppervlakkige duiders van theorieën – ze hebben bijvoorbeeld enkele uren onderzoek gedaan op Facebook – krijgen vaak meer aandacht dan de oorspronkelijke bedenkers van menig theorie. Bekritiseer ze niet, maar omarm ze juist. Ze zijn nodig om aandacht te krijgen voor de goede zaak, of voor de kwade zaak, daar gaat het hier niet om. „Er bestaan onaangename mensen met wie en zonder wie men niet kan leven. Het is daarom wijs aan hen te wennen, als aan wanstaltigheid, zodat u niet steeds opnieuw met afschuw wordt vervuld.”

    Lees ook: ‘Het was een shock dat de overheid niet om me geeft’.
  8. Word geen monster van dwaasheid

    In de tijd van Gracián vielen onder de dwaze mensen alle „ijdeltuiten, kwasten, stijfkoppen, najagers van grillen, berijders van stokpaardjes, zonderlingen, hansworsten, clowns, aanbidders van nieuwigheden, verkondigers van paradoxen, fanatici en andere vertegenwoordigers van buitensporigheden.” Tegenwoordig worden complotdenkers ook als dwazen, clowns of ijdeltuiten gezien. Dat is echter onterecht. De ware complotdenker is eigenzinnig en wars van ijdeltuiterij. Het gaat immers om de theorie en niet om de mens. De valkuil voor elke complotdenker is om op social media aandacht te vragen voor de zaak. Bedenk: social media zijn daar niet voor en je vestigt zo al snel de aandacht op jezelf. Een complotdenker wordt dwaas wanneer hij/zij vlaggetjes in zijn avatar plaatst, om zo mee te doen met de al door Garcián verfoeide fanatici. Complotdenkers worden monsterlijke dwazen wanneer ze hun theorieën versieren met een Luxemburgs vlaggetje in hun avatar bij wijze van Hollands vlaggetje. Bescherm uzelf tegen dergelijke monsterlijke dwaasheden.

  9. Dring je niet op, dan word je niet afgewezen

    Een gewenste gast wordt met egards ontvangen, dat is bekend. Een complotdenker heeft het lastig: hij is vaak een ongenode gast. Het is dus beter om: „Eerder karig dan gul te zijn met uw gezelschap. Wie iets uit eigen beweging onderneemt, zal bij een verkeerde afloop alle lasten dragen, maar bij een goede afloop geen dank oogsten. Als men zich ergens indringt, stelt men zich bloot aan misprijzen. De schaamteloosheid van het opdringen wordt beantwoord met een beschamende afwijzing.” Het is beter die afwijzing in te calculeren en constant vanuit een zekere verontwaardiging te handelen.

  10. Hoed je voor de achterliggende bedoeling

    „Een misleide tegenstander is een overwonnen tegenstander.” Dat geldt natuurlijk voor beide kanten. Dus mocht je geïnterviewd worden over bijvoorbeeld het klimaat, laat je dan niet misleiden door semi-open vragen. Voor elke vragensteller geldt: „De onderhandelaar verbergt zijn bedoeling om deze te kunnen verwezenlijken; hij schuift naar de achtergrond om haar bij de uitvoering op de voorgrond te stellen. Het succes van deze tactiek berust op onachtzaamheid van de andere partij. De aandacht mag echter niet sluimeren als de bedoeling onomwonden lijkt. Indien het ware motief schuilgaat achter het masker van een ander, dient men daar direct doorheen te zien.” Ook dit principe kan het best proactief gehanteerd worden. Wantrouw bij voorbaat iedereen die een vraag stelt over de achterliggende bedoeling.

  11. Denk het tegenovergestelde

    Dit is de hoogste kunst. Dat moet altijd – en het moet nooit. Zeg altijd het tegenovergestelde, maar verander nooit van mening. Wees consequent, maar laat je nergens op vastpinnen. Zeg dat je iemand zou kunnen neerschieten, maar geef ook aan dat je dat nooit kan doen. In de woorden van Gracián: „Bij sommigen moet men alles omdraaien: het ja is nee en het nee is ja. Spreken zij laatdunkend over iets, dan slaan zij het hoog aan, want wie iets voor zichzelf begeert, brengt het in diskrediet bij anderen.”

Baltasar Gracián: Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid verscheen in een vertaling van Theo Kars bij Athenaeum – Polak Van Gennep