Amerikaanse rechtbank hekelt restitutiebeleid nazikunst Spanje

Roofkunst Volgens een Amerikaanse rechtbank mag een in 1939 van een joodse vrouw gestolen schilderij formeel in een museum in Madrid blijven. „Maar Spanje voldoet niet aan het publieke imago dat het land wil uitstralen.”

Het Parijse André Malraux plein in de regen op Camille Pissarro’s ‘Rue Saint-Honoré, après-midi, Effet de pluie’ (1892)
Het Parijse André Malraux plein in de regen op Camille Pissarro’s ‘Rue Saint-Honoré, après-midi, Effet de pluie’ (1892) Museo Nacional Thyssen-Bornemisza, Madrid

De Thyssen-Bornemisza stichting in Madrid is de rechtmatige eigenaar van een geschilderd stadsgezicht van Parijs van de Franse impressionist Camille Pissarro. Dat heeft een rechtbank in Californië woensdag geoordeeld in een restitutiegeschil dat al vijftien jaar duurde. De rechtbank hekelde in de uitspraak de houding van de Spaanse regering.

De zaak werd in 2005 aangespannen door Claude Cassirer, de kleinzoon en enige erfgenaam van Lilly Cassirer Neubauer. Deze joodse vrouw moest Duitsland in 1939 gedwongen verlaten. Het schilderij Rue Saint-Honoré, après-midi, Effet de pluie (1892) van Pissarro moest zij destijds bij een nazitaxateur achterlaten. Ze kreeg er omgerekend zo’n 300 euro voor, geld dat werd gestort op een geblokkeerde rekening waar zij nooit toegang toe kreeg. Claude stierf in 2010, en zijn zoon, David Cassirer, zette de zaak voort.

Nazibuit

Tijdens het proces in Californië voerden advocaten van de Spaanse stichting aan dat baron Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza, die het schilderij in 1976 bij een New Yorkse kunsthandelaar kocht, niet wist dat het nazibuit betrof. Evenmin, zeiden ze, was de herkomst van het schilderij bekend bij de Spaanse regering, die de kunstcollectie van de baron in 1993 kocht voor het Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid. Met de aankoop van die collectie was destijds een bedrag van bijna 300 miljoen euro gemoeid. De Duitse regering compenseerde Lilly Cassirer Neubauer in 1958 bovendien voor de toenmalige marktwaarde van het schilderij.

Naar het oordeel van de rechtbank is de stichting volgens Spaans recht eigenaar van het schilderij. In de uitspraak merken de rechters op dat Spanje de Washington Principles van 1998 heeft ondertekend. Dat is een akkoord waarin 44 landen beloven bij kunstgeschillen uit het nazitijdperk te zullen streven naar een „rechtvaardige en eerlijke oplossing”.

Lichtpuntje

Dit morele streven is echter niet afdwingbaar, constateert de rechtbank in de uitspraak. „Het is misschien jammer dat een land en een regering zich moralistisch opstellen, maar zich vervolgens niet geboden voelen daar naar te handelen. Maar dat is de stand van de wet.”

De advocaat van de familie die de zaak aanspande, E. Randol Schoenberg, reageerde op de kritische opmerking in de uitspraak. „Als er een lichtpuntje in de uitspraak zit, is het de erkenning dat Spanje niet voldoet aan het publieke imago dat het land wil uitstralen. De Pissarro is gestolen van een joodse familie die nooit is teruggekeerd. Punt. Einde verhaal.”