Analyse

Met staatsgreep herhaalt geschiedenis van Mali zich

Muiterij Muitende soldaten hebben de president gedwongen af te treden na maandenlang protest. De recente geschiedenis voorspelt meer chaos.

Woensdagochtend zei een woordvoerder van de militairen dat de coup nodig was omdat Mali „in chaos, anarchie en onveiligheid is vervallen”.
Woensdagochtend zei een woordvoerder van de militairen dat de coup nodig was omdat Mali „in chaos, anarchie en onveiligheid is vervallen”. Foto ORTM TV / AP

Vermoeid en zichtbaar gestrest nam de president van Mali, Ibrahim Boubacar Keïta, bekend als IBK, dinsdagavond vlak voor middernacht het woord. Vanachter zijn mondkapje kondigde hij zijn aftreden aan. Eerder op de dag waren hij en premier Boubou Cissé uit hun privéwoningen geplukt door muitende soldaten die ’s middags de legerbasis in Kati, ten noorden van de hoofdstad Bamako, hadden ingenomen.

„Met leven en lichaam” had hij zeven jaar lang Mali bestuurd en nu was het tijd om te gaan. „Heb ik een andere keus, nu sommige elementen in het leger hebben besloten tot deze interventie?”, vroeg IBK. Hij zei zijn regering en parlement te zullen ontbinden. „Ik wens niet dat er bloed wordt vergoten zodat ik mijn zaken kan voortzetten.”

Daarmee is de cirkel van de recente geschiedenis van Mali rond. Keïta kwam in 2013 aan de macht na een staatsgreep tegen zijn voorganger Amadou Toumani Touré. Die staatsgreep begon eveneens met een muiterij – op dezelfde legerbasis in Kati. Maanden van volksprotest zijn aan Keïta’s gedwongen aftreden voorafgegaan, net als bij de staatsgreep in 1991. Staatsgrepen hebben Mali gemaakt, en kijkend naar die recente geschiedenis voorspellen ze weinig goeds voor de toekomst.

Na de staatsgreep in 2012 grepen Toeareg-separatisten hun kans en namen ze met hulp van aan Al -Qaida gelieerde jihadisten de grote steden in het noorden van Mali in: eerst Kidal, toen Gao, toen Timboektoe. De veroverde grond noemden ze Azawad, de eigen staat waar de nomadische Toeareg van dromen sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1991.

Het waren de Franse militairen die het presidentschap van Keïta stutten. Eerst door in 2013 het noorden van Mali te bevrijden van de jihadisten en vervolgens door te blijven. Vanuit Parijs, Brussel en andere Europese hoofdsteden bleven de euro’s naar de regering van Keïta stromen voor zijn hulp bij het gevecht tegen de terreur en de migratie naar Europa. Maar in die zeven jaar verspreidde het geweld zich steeds verder over Mali en de rest van de Sahel. De Fransen, de (Nederlandse en andere) VN-troepen en het Malinese leger bleken onmachtig de jihadisten en andere gewapende strijders te stoppen. Een rapport van de Verenigde Naties beschreef deze maand nog hoe het nationale leger een dorp in de steek liet, waarna 35 dorpelingen werden uitgemoord, ondanks hun wanhoopskreten om hulp.

Lees ook: Is deze Malinese imam de sleutel tot verandering?

Onder de jeugdige militairen die dinsdag aan het muiten sloegen bestond bovendien grote onvrede over de bonussen voor hoge militairen en de geruchten over betalingen van drugskartels aan de legertop.

Grote mensenmassa’s

De weerzin tegen het politiek onvermogen, de aanwezigheid van de Franse troepen, de corruptie en gesjoemel met de verkiezingen in maart, brachten de afgelopen maanden grote mensenmassa’s op de been in hoofdstad Bamako. De demonstraties werden geleid door een in Saoedi-Arabië opgeleide salafistische imam, Mahmoud Dicko. Dicko sprak zich uit tegen de Franse bemoeienis en de goddeloze corruptie. Of hij contact had met de muitende soldaten is niet bekend. Zijn woordvoerder liet woensdag weten dat een coup tegen IBK te verwachten was. Tijdens een toespraak voor de staatstelevisie woensdagochtend zei een woordvoerder van de militairen te hebben ingegrepen „omdat het land in chaos, anarchie en onveiligheid is vervallen”. Hij riep de protestleiders op tot samenwerking voor een overgangsregering. Ook beloofde hij nieuwe verkiezingen.

De Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie en het regionale samenwerkingsverband Ecowas veroordeelden het ingrijpen door de soldaten. Frankrijk en de EU verliezen een trouwe bondgenoot en weten niet wat ze er voor terugkrijgen. Hoe deze machtswisseling in de rest van het land zal vallen is onzeker. De voormalige Toeareg-rebellen, die nog altijd in Kidal zitten onder de naam Coordination of Movements of Azawad (CMA), zouden de chaos opnieuw kunnen aangrijpen om hun autonomie op te eisen, net als in 2012.