Universiteiten maken resultaten van medicijnonderzoek nauwelijks openbaar

Onderzoeksrapport Maar 3 procent van de resultaten van klinische studies is openbaar. „Dat is gevaarlijk voor patiënten en verspilling van geld.”

Foto Robin Utrecht

Nederlandse universiteiten en andere onderzoeksinstellingen maken de resultaten van klinische studies, onderzoek waaraan mensen deelnemen, niet of nauwelijks openbaar. Dit is gevaarlijk voor patiënten en zorgt voor verspilling van publiek geld voor geneesmiddelenonderzoek.

Dit staat in een woensdagavond gepubliceerd onderzoek van HAI, een internationale ngo die de afgelopen decennia een goede reputatie heeft opgebouwd in het bevorderen van betere toegang tot geneesmiddelen. In het rapport van HAI komen de onderzoekers tot de „choquerende” uitkomst dat bij ongeveer 3 procent van de afgeronde klinische studies in Nederland de resultaten publiek worden gemaakt. In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk is dat 80 procent, in Ierland zelfs 100 procent.

Nederland presteert „verschrikkelijk”, zegt Till Bruckner, auteur van het rapport Clinical Trial Transparency in the Netherlands. „Dat terwijl Nederland internationaal een zeer belangrijke speler is in het medisch-wetenschappelijk onderzoek.” Nederland telt zeven academische medische centra en een handvol topklinische ziekenhuizen die klinische studies doen, veelal voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Voor de methode van dit onderzoek werkte HAI samen met Oxford University.

Onderzoekers weten vaak niet dat een door hen opgezet onderzoek al is gedaan

De Europese Unie heeft in 2014 een richtlijn aangenomen, waarin staat dat de resultaten van klinisch medisch onderzoek binnen een jaar na afronding moeten worden opgenomen in een Europees register. Op die manier krijgen de artsen, toezichthouders en beleidsmakers alle beschikbare informatie. Het is voor hen van groot belang kennis te nemen van studies waarin een geneesmiddel onvoldoende werking bleek te hebben of gevaarlijk bleek te zijn.

Het beoordelen van geneesmiddelen is een complex proces, waarvoor vaak meerdere onderzoeken gedaan (moeten) worden. „Als je klinische studies draait, zullen sommige per toeval een positief resultaat hebben en andere een negatief resultaat”, legt Bruckner uit. „Stel: uit twee studies blijkt dat het middel meer goed dan kwaad doet en uit acht studies blijkt dat het meer kwaad dan goed doet. Als dan alleen de resultaten van de eerste twee studies worden gepubliceerd, ontstaat er een misleidend beeld van de werking van een middel.”

Vertrouwen wordt beschaamd

Doordat resultaten niet allemaal worden gepubliceerd, weten onderzoekers vaak niet dat een door hen opgezet onderzoek al eens is gedaan. Dan kan het gebeuren dat doodzieke patiënten hoopvol meedoen aan een studie, terwijl eerder - onbekend gebleven - onderzoek al heeft laten zien dat het onderzochte middel niet werkt. „Zo wordt het vertrouwen van patiënten beschaamd”, zegt Jaume Vidal, beleidsadviseur bij HAI. „Daarom is transparantie zo nodig.”

Het zijn vooral universiteiten die verzaken de uitkomsten van hun onderzoeken te registreren. Zo zijn volgens het rapport bij de Radboud Universiteit van 212 klinische studies maar 2 keer resultaten geregistreerd. Van 336 klinische studies bij het Amsterdam UMC zijn géén resultaten geregistreerd. Ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu registreerde géén resultaten van klinische onderzoeken. Het farmaceutische bedrijf Hal Allergy uit Leiden heeft het registreren als enige grote Nederlandse speler grotendeels op orde. „Universiteiten hebben het druk, stellen het steeds uit tot de volgende dag – totdat iedereen het vergeten is”, geeft Bruckner als mogelijke verklaring. Hij hield eerder de praktijk in het VK tegen het licht.

De Europese richtlijn wordt komende jaren nog bekrachtigd in een verordening, waarna het echt verplicht wordt om alle resultaten te publiceren. HAI doet een beroep op Nederland om daar nu al werk van te maken. Vidal wijst erop dat het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) sinds enkele jaren in Amsterdam is gevestigd: „Dat is geen toeval. Dat geeft Nederland de verantwoordelijkheid om het goede voorbeeld te geven.”

In eerdere versie van dit artikel stond, op basis van het rapport van HAI, dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) mede verantwoordelijk is voor de publicatie van onderzoeksresultaten. Dit is onjuist en om die reden geschrapt.