Opinie

Fors en pijnlijk is de krimp zeker, maar geen catastrofe

Coronacrisis

Commentaar

Historische krimp, nooit eerder vertoonde oploop van banenverlies, ongekend, catastrofaal. Het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam eind vorige week kwalificaties tekort om de laatste economische cijfers over het tweede kwartaal te duiden. Die waren dan ook nog niet eerder vertoond.

De Nederlandse economie kromp in het tweede kwartaal met 8,5 procent en het banenverlies was enorm: ruim 320.000 banen weg in drie maanden tijd. Hoofdeconoom Piet-Hein Mulligen van het CBS zei dat zelfs in de jaren dertig van de vorige eeuw de Nederlandse economie niet zo hard gekrompen was als nu. „Dat soort cijfers zie je normaal gesproken alleen in tijden van oorlog.” Om daar vervolgens dus de kwalificatie catastrofaal aan vast te plakken. Dat laatste was onnodig en ongewenst. Het CBS draagt op deze manier eerder bij aan een verslechtering van het economisch sentiment (dat vervolgens weer gemeten wordt door datzelfde CBS in het consumentenvertrouwen) dan aan het feitelijk weergeven van de situatie.

Het is evident dat de economie na corona en de lockdowns een periode van extreme krimp doormaakt, dat is het rechtstreekse gevolg van het beleid. Daar nog een sausje van rampspoed overheen gieten past een bureau niet dat zelf het motto ‘Voor wat er feitelijk gebeurt’ voert. Daar komt bij dat het paniekerige commentaar ook nog eens schril afsteekt tegen wat het Centraal Planbureau een dag later op tafel legde.

In de concept-Macro Economische Verkenning, die voorafgaat aan de stukken op Prinsjesdag, constateerde het Planbureau dat de krimp over heel 2020 5,1 procent zal bedragen. Fors en pijnlijk, zeker, maar van een catastrofe is allerminst sprake.

Sterker nog, het CPB gaat ervan uit dat de Nederlandse economie in het lopende derde kwartaal inmiddels weer groeit. Voor 2021 verwacht het Planbureau een toename van de omvang van de economie met 3,2 procent. Toegegeven, het zijn ramingen die met grote onzekerheid omgeven zijn. Het CPB heeft dan ook voor de zekerheid een zogenoemd ‘tweede golf-scenario’ klaar liggen waarbij de krimp doorzet in 2021 en de staatsschuld verder omhoog stuwt.

Toch lijkt de Nederlandse economie, mede dankzij miljarden aan steun van de Rijksoverheid, veerkrachtig te zijn. En juist over de wenselijkheid van méér overheidssteun bij het heropstarten van de economie vergadert sinds vandaag het kabinet onder leiding van premier Rutte. Over één ding zijn Planbureau en kabinet het in elk geval eens en dat is dat niet direct bezuinigd hoeft te worden om de rap opgelopen staatsschuld (59,9 procent eind 2020) weer terug te dringen.

Dat is op zich opmerkelijk, omdat Rutte niet nalaat te benadrukken dat we de huidige crisis zo goed financieel aankunnen omdat we de vorige keer zo hard bezuinigd hebben. Het moet raar lopen als op Prinsjesdag niet een forse investeringsagenda gepresenteerd gaat worden. Dat daarmee de overheidsfinanciën verder in het rood slaan, is op dit moment in politiek Den Haag minder relevant. Dat heeft veel met corona, maar ook zeker met de naderende verkiezingen in voorjaar 2021 te maken.

Na mij de broekriem, lijkt het adagium van de huidige lichting politici. Dat valt te billijken zolang de investeringen daadwerkelijk bijdragen aan het verhogen van het groeivermogen van de Nederlandse economie. Vergroening, innovatie, technologie en de energietransitie zijn bijvoorbeeld terreinen waar de overheid een duwtje kan geven.