Opinie

Een echte idylle vraagt om de bijl

Als een idylle heel blijft, is het geen idylle, weet Joyce Roodnat. Ze ziet dat bevestigd bij een theatervoorstelling in een park en bij een gouden kers met een bijzondere vulling.

Joyce Roodnat

En hop, daar is ineens van dat lekkere theater, dat nergens op lijkt, de codes laat barsten en zich ook niet houdt aan zo-doen-wij-dat. De zaal is een sereen park met bloeiende kersenbomen, knerpende grindpaden en een fontein die af en toe plasbevorderend klatert. Het publiek zit op bankjes verspreid over het gras. Dit is Mephisto Park, het strijdtoneel van Kim Karssen en Florian Myer die met zijn tweeën een wurgende variatie op Wedekinds klassieker Frühlings Erwachen (1891) neerzetten. Ga het zien, ruik de grond en ervaar bruisende seksuele gevoelens en het rauwe geweld van een meisje en een jongen met poppengezichtjes – het zijne staat op ijdel en nieuwsgierig, het hare smaalt als Villanelle uit de tv-serie Killing Eve (geweldige moord-serie, hij staat op NPO Start). Ze spreken met statige woorden. Woorden zijn een rookgordijn, woorden kun je verdraaien. Gebeurtenissen niet. Wat gebeurt, gebeurt en daar doe je het maar mee. Ze vechten met elkaar, gemeen en zonder voorbehoud, ze proppen aarde in elkaars mond. Omdat het hen opwindt, maar ook in antwoord op zíjn geweld in háár grote witte onderbroek.

En dat mooie parkje waar we met zijn allen vastzitten? Dat gaat aan gort. Elke idylle moet nu eenmaal voor de bijl. Blijft hij heel, dan was het geen idylle, dan was hij onbetekenend welbevinden.

Roos van Geffen: ‘A sweet death’ (2020)

Foto Erik van Zuylen

Ik zie het stuk en het doet me de hele tijd denken aan een gouden kers. Die zag ik eerder deze dag in een tentoonstelling die ik niet bezoek omdat ik ’m graag wil zien maar omdat ik weg wil lopen voor mijzelf – op de Amsterdamse begraafplaats De Nieuwe Ooster, waar ik ben om bloemen te leggen op het graf van mijn jarige oervriendin. Ze is nu bijna vijf jaar dood en ik kan er niet aan wennen.

Ik zoek mijn toevlucht in het bescheiden museum in een hoek van de begraafplaats. Het heet Tot Zover en maakt exposities over sterven en verdriet. Heikel maar het slaagt er wonderwel in om niet de rouw te exploiteren waarmee nu eenmaal een deel van het publiek hier binnenkomt. Nu zijn er de installaties van Roos van Geffen. Ze gaan over de dood van haar vader, of nee, niet over zijn dood maar over haar afscheid van hem. Van haar is ook die kers, hij is van goud, behalve zijn verdorde steeltje. Dat is echt, het houdt een klein stopje op zijn plaats. Het werk heet ‘A sweet death’. Van Geffen vulde deze gouden kers met de amygdaline uit de kern van acht kersenpitten, goed voor een in de mensenmaag dodelijke dosis cyanide, waarin goud oplost. Oftewel, als je deze kers opeet, sterf je en het goud verdwijnt. De gouden kers is een idylle. Liefde, vriendschap, schoonheid, ze vergaan. De rot zit erin, verdriet en dood incluis. Maar de kers is mooi, hij glanst. Dat blijft.