Reportage

Zonder kroeg geen dorp, vinden ze in Ommel

Dorpskroeg Ommel Een café, dat heeft een Brabants dorp echt nodig, voor de voetballers, de kaarters, de biljarters en de ladies night. Dan moet die kroeg wel openblijven.

Debby (zwarte blouse met streepjes) en Jan (bruine polo) zijn vanaf september uitbaters van café De Pelgrim.
Debby (zwarte blouse met streepjes) en Jan (bruine polo) zijn vanaf september uitbaters van café De Pelgrim.

Zestien Swinckels van de tap en één glas witte wijn. Om de vakantie te vieren is op het terras van café De Pelgrim in Ommel een groep van zestien jonge mannen en een jonge vrouw aangeschoven. „Tequila!”, klinkt het later. Nog een vol dienblad. Om negen uur maken de meeste mannen hun broeksknoop pas dicht als ze van de wc terug naar de tafel lopen.

„Soms zijn er op vrijdag en zaterdag helemaal geen gasten”, zegt Anne Vervoordeldonk (38), die vanavond bedient in het enige café in het Brabantse dorp met duizend inwoners, net onder Helmond. „Dan gaan ze uit eten in een stad, of ergens anders naar de kroeg.”

Op andere dagen is het verloop van de avond beter te voorspellen. Op dinsdag komen de biljarters voor „een potje en een Palmpje” – tijdens toernooien Spa Blauw of Radler. De kaarters, onder wie de kapelaan (La Trappe Blond en nootjes) zijn er dan ook. Het groepje mountainbikers van de zaterdag drinkt na een lange rit vooral speciaalbier. „Een grote pot Ayinger”, zegt Anne. En op zondag komen de voetballers. „Die beginnen met bier, sommigen eindigen met whisky.”

Toen de mannen van WhatsAppgroep ‘De Ommelse Toppers’ hoorden dat De Pelgrim zou gaan sluiten, ontstond half grappend het plan om het kleine bruine café mét feestzaal en snackbar in het hart van Ommel, over te nemen. Voor de elf mannen, die elkaar van de basisschool kennen, inmiddels tegen de vijftig lopen en altijd in en rond het Brabantse dorp zijn blijven wonen, is de dorpskroeg historisch erfgoed. Een van hen opperde: „Kunnen wij het niet kopen?” Terwijl in de appgroep de bier-emoticons heen en weer gingen, keken zwembadbouwer Jan Verspeek en voormalig kapster Debby Verspeek elkaar aan: „Zullen we?”

Jan Verspeek (49) geeft een rondleiding door de feestzaal – nog even en het is zijn feestzaal. Lambrisering, een houten dansvloer en een bruine bar. Zijn vrouw Debby (47) en hij zijn er nog getrouwd. Bij een pilaar met een brede rand, die op drukke avonden ongetwijfeld als bar dient, blijft hij staan. „Even kijken of het er nog zit.” Hij strijkt met zijn vingers over een oneffenheid. „Met Oud en Nieuw heeft John hier een paar brandende sterrenflikkertjes neergelegd.” Dat is nu ongeveer dertig jaar geleden.

Debby kijkt glimlachend toe, ze staat aan de rand van de dansvloer die al zeker veertig jaar oud is. „Weet je nog, Jan”, zegt ze, „hier hebben we les gehad.” Jan en Debby, die elkaar leerden kennen toen ze vijftien en zeventien waren, zaten op stijldansen, in de evenementenzaal van de kroeg die een andere naam krijgt. „We vertellen nog niet hoe wij het gaan noemen.”

Op 1 september beginnen Debby en Jan. Het echtpaar dat De Pelgrim nu nog runt stopt ermee omdat de eigenaar het pand wilde verkopen. Zij deden het werk in het café ‘erbij’, naast hun reguliere baan.

Nadat Debby en Jan in de vriendenapp opperden om het café te gaan uitbaten en de gezichten ervan te worden, „gingen de mannen bij elkaar zitten”, zegt Debby. Samen schraapten ze het geld voor de aankoop van het pand bij elkaar – ongeveer vier ton. De verkoop in het café en de snackbar en de verhuur van de feestzaal en het aangrenzende appartement moeten voor inkomsten zorgen.

Het café is vooral een plek voor mannen. De damestoiletten blijven op veel avonden ongebruikt

Spookgebied

Het lijkt de laatste jaren vaker voor te komen dat een dorp of buurt zijn lokale kroeg koopt om die voor sluiting te behoeden. Misschien is dat omdat bruine kroegen snel verdwijnen. In het eveneens Brabantse Boerdonk kochten 62 inwoners het plaatselijke café dat op omvallen stond. Een dorpscoöperatie in Ferwerd (Friesland) schafte een paar jaar geleden café ’t Hoekje aan. In Amsterdam-Noord redden mensen uit een hechte buurt ‘hun’ kroeg ’t Sluisje van de ondergang.

De motivatie is vaak hetzelfde: ze willen niet dat hun woonplek een spookgebied wordt. Zonder kroeg geen gemeenschap.

Lees ook: In Esbeek namen dorpsbewoners het café over

De bakker en de supermarkt zijn allang uit Ommel verdwenen, en ook de kruideniers die de laatste jaren een poging hadden gedaan, hielden het uiteindelijk niet vol. Het leerlingenaantal van de basisschool danst al jaren rond het minimum voor deze plek: vijftig. Vijf jaar geleden dreigde sluiting, maar doordat het dorp in actie kwam is de school er nog. Wat er ook nog is: een kerk, een voetbalvereniging én de kroeg. Die drie houden elkaar in stand.

Lees ook: Corona is slechts de laatste dreun voor de kroeg

Debby en Jan zijn niet van die types die hun leven en carrière allang voor zichzelf hadden uitgestippeld. Jan legde plafonds in varkensstallen aan, maar stopte daarmee omdat hij gek werd van het binnen zijn. In de buurt was net een bedrijf begonnen dat zwembaden bouwt, het perfecte alternatief. Debby begon haar werkende leven als kapper, maar ging het huishouden managen na de geboorte van hun eerste zoon; er volgden nog drie kinderen.

Debby en Jan zitten naast elkaar op het terras, ze kijken uit over een plein waar in normale zomers de kermis staat, maar waar nu vooral lege parkeervakken zijn. „Zonder het café is dit geen plein, dan is dit dood”, zegt Jan.

Het café ging precies op het goede moment in de verkoop, zeggen ze. „Zwembadbouw vergt nogal wat van mijn knieën en rug, dus iets minder fysiek werk komt goed uit”, zegt Jan. „Voor mij is het thuis minder druk, nu onze andere drie kinderen ouder zijn”, zegt Debby. „En onze zoon, die is…”

„Overleden. In 2017.”

„Daarom dachten we ook, het kan nu weer.”

Han werd veertien jaar. Hij had de ziekte van Sanfilippo, een stofwisselingsziekte die gepaard gaat met afwijkingen in de hersenen en het hart, en die uiteindelijk tot de dood leidt.

„De gemeenschap heeft zo veel voor ons gedaan”, zegt Jan. „Ze hebben veilingen georganiseerd voor de patiëntenvereniging, ze hebben ons geholpen met de zorg voor al onze kinderen.”

„We hebben geluk dat we in een dorp wonen”, zegt Debby. „Van de vereniging kennen we ook ouders van kinderen met de ziekte van Sanfilippo uit de stad en die krijgen amper hulp.”

„Het was tijd om iets terug te doen”, zegt Jan.

„Zonder het café is het plein dood,” zegt Jan Verspreek (staand).

Foto Merlin Daleman

Ladies night

Hoewel er steeds meer vrouwen komen, is het café in Ommel nog vooral een plek voor mannen, zegt de huidige barvrouw Anne. Zij maakt op dinsdag de wc’s schoon. „Heel vaak is het op de damestoiletten: weer niks te poetsen.”

Dat vrouwen de kroeg niet platlopen heeft met de geschiedenis van Ommel te maken, denkt Debby. „Dit was een boerendorp. De man werkte en de vrouw bleef thuis.”

Ze wil dat wel anders zien, als zij en Jan de scepter zwaaien. „Maar je moet het niet forceren.” Dat je verandering niet moet afdwingen merkte Debby ook toen haar wekelijkse ‘ladies night’, aanvankelijk gewoon een bijeenkomst met vriendinnen in de kroeg, een beetje uit de hand liep; er kwamen posters voor de avond en ineens was het heel officieel, waardoor veel meer vrouwen uit het dorp naar De Pelgrim gelokt werden. Wijn en bier drinken tot een uur of drie en daarna op de eikes, een spiegelei bakken bij een van de vrouwen thuis. „Op die kroegavonden bleven de mannen vaker thuis. Als al die vrouwen er zijn, dan gaan we niet, dachten ze.”

Herberg

De cafécultuur in Ommel begon net als in veel Nederlandse plaatsen ooit in een herberg voor handelsreizigers en bedevaartgangers. In de meimaand, die door katholieken de Mariamaand wordt genoemd, worden nog altijd zo’n 50.000 hosties uitgereikt aan deelnemers aan kerkdiensten. De bedevaartgangers komen vooral ’s ochtends voor thee en koffie en zijn ook een belangrijke bron van inkomsten.

Al sinds de vijftiende eeuw komen bedevaartgangers naar Ommel om de beeltenis van Maria, ‘troosteres in elke nood’, om gunsten te vragen. Het beeld is meermaals op mysterieuze wijze verplaatst, en daardoor werd Ommel een bedevaartsoord. Mensen vragen haar om geluk in het leven, genezing van ziekte, verzoening binnen het gezin, dankbaarheid na huwelijksjubilea, en er zijn „betrekkelijk veel intenties voor agrarische bedrijven”, meldt het Meertens Instituut.

Terwijl op deze warme zaterdagavond buiten nog eens tequila wordt geserveerd, zijn in het café zes mannen bezig met een biljarttoernooi. Ze zijn stil, gefocust, houden anderhalve meter afstand. „De biljarters zijn de beste groep”, zegt Jan. „Wat omzet betreft, bedoel ik.” Ze moeten op elkaar wachten, en de potjes duren lang.

De gemeenschap geeft de laatste weken veel wensen door, zegt Debby: een andere wijn, misschien nieuwe speciaalbiertjes. Op termijn mag het wel wat minder bruin, vinden Debby en Jan. „We beginnen gewoon zoals het nu is”, zegt Debby. „Je moet niet te veel willen veranderen.”