Reportage

Zonder windmolens redt Vlieland het niet alleen

Serie | Nieuwe energie Vlieland wil zo snel mogelijk verduurzamen. Maar hoe doe je dat op een eiland dat voor bijna 90 procent uit beschermd natuurgebied bestaat? En misschien wel belangrijker: hoe verduurzaam je het toerisme?
Vlieland telt zo’n twintig initiatieven voor verduurzaming.
Vlieland telt zo’n twintig initiatieven voor verduurzaming. Foto Sake Elzinga

Het affiche had dit jaar al geprint moeten worden: de Waddeneilanden, de duurzaamste eilanden ter wereld. Althans, dat was de ambitie in 2007. Samen met de vier andere bewoonde Nederlandse Waddeneilanden wilde Vlieland in 2020 zelf voorzien in water en energie. Maar zo ver blijkt Vlieland nog lang niet te zijn.

Na maanden van coronaluwte zit de boot naar Vlieland weer vol. Op het eiland zijn de overnachtingsplekken bijna volgeboekt. Toeristen genieten van de brede stranden, zoeken naar schaduw in de Dorpsstraat en trotseren de glooiende fietspaden door de duinen.

Intussen zijn de bewoners volop bezig met de verduurzaming van hun gemeente. Maar hoe moet je een eiland verduurzamen dat voor bijna 90 procent uit beschermd natuurgebied bestaat en waar in het hoogseizoen naast de ruim 1.100 bewoners nog eens 8.000 toeristen bivakkeren?

De Waddeneilanden werden in hun duurzaamheidsdoelen geïnspireerd door het Deense eiland Samsø, dat in enkele jaren zelfvoorzienend werd voor zijn energie. De transitie daar was niet ingegeven door klimaatambities, maar ontstond uit bittere noodzaak. Nadat de lokale slachterij de deuren had gesloten, zaten veel mensen zonder baan. Om de economie een impuls te geven, investeerde het eiland flink in groene energie. Daardoor is Samsø nu naar eigen zeggen de ‘grootste CO2-neutrale woongemeenschap op aarde’.

Alleen komt het verhaal van Samsø niet overeen met de Waddeneilanden. Elk Waddeneiland verschilt en heeft zijn eigen duurzaamheidsambitie. „Vlieland heeft geen industrie, geen landbouw en ook geen lokale economische crisis”, zegt Elsje de Ruijter, wethouder duurzaamheid (GroenWit) van de gemeente. Het autoluwe Vlieland bestaat vooral uit natuurgebied waar geen duurzame energie geproduceerd mag worden. Daar komt ook het grootste verschil tussen Vlieland en het Deense eiland vandaan: „Samsø staat vol met windmolens en dat mag hier niet.”

Energiestrategie

Het hoge woord is eruit: windmolens. De provincie Friesland wil tot 2030 alleen plannen voor windenergie uitvoeren die al zijn vastgelegd. Dat staat in de conceptversie van de Regionale Energiestrategie (RES) die elk van de dertig energieregio’s in Nederland voor 1 oktober moet indienen. Friesland schreef het tot nu toe dunste en misschien wel minst ambitieuze rapport, waarbij nieuwe plannen voor windmolens worden afgewezen. Dat doet de provincie omdat „zon en wind impact hebben op het landschap” en „die balans moet niet doorslaan”, zei gedeputeerde van Friesland Sietske Poepjes (CDA, Klimaat) in juni tegen NRC. Een tegenvaller voor Vlieland, waar al jaren discussie is over plaatsing van twee grote windmolens. Daarmee zou het eiland zijn eigen stroom kunnen opwekken.

„Ik snap dat de provincie de molens tegenhoudt vanwege het toerisme en de natuur”, zegt De Ruijter. „Maar als je als provincie een ambitie hebt om de doelstellingen van het klimaatakkoord te halen, ontkom je er niet aan die molens érgens te plaatsen.”

Als de windturbines niet op het eiland mogen komen, dan moet Vlieland zijn elektriciteit van de wal halen. En dat wordt steeds lastiger: het eiland heeft maar één stroomkabel en die heeft zijn maximale capaciteit bereikt. Nieuwe , grote zonne-energieprojecten zijn op het eiland niet mogelijk, omdat de elektriciteit niet teruggeleverd kan worden aan het stroomnet. Daarvoor een tweede kabel aanleggen, zoals bij Texel, Terschelling en Ameland wel is gebeurd, is duur: zo’n 15 miljoen euro.

Zo wil Ameland als eerste energieneutraal worden

Bewaakt zonnepark

Ook zonder windmolens probeert Vlieland het energiegebruik te verduurzamen, al zijn die initiatieven bij lange na niet genoeg om volledig zelfvoorzienend te zijn in energie. Achter een hek met prikkeldraad staat, midden op het eiland, een zonnepark. Het is misschien wel het enige bewaakte zonnepark in Nederland, met bordjes die waarschuwen voor waakhonden. De vierduizend zonnepanelen staan op het bewaakte terrein van defensie en zijn goed voor zo’n 15 procent van de elektriciteitsbehoefte van het eiland. Daarnaast is inmiddels een derde van de bewoners, gestimuleerd door de gemeente, overgestapt op duurzame energie.

In Duinwijck, een wijkje met 38 huizen, loopt nog een ander project. Onder aanvoering van bewoner en voormalig gemeentesecretaris Ineke Weber en Antoine Maartens namens milieuorganisatie Urgenda, wordt de verwarming van de huizen verduurzaamd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft er 1 miljoen euro subsidie voor gegeven. Op een nabijgelegen gebouw voor groepsaccommodatie komen zonnecollectoren die binnen twee jaar water gaan verwarmen dat ondergronds wordt opgeslagen. In de winter wordt dat opgepompt voor de verwarming van de huizen.

Het warmtenet ligt er al, maar draait nu op vervuilend aardgas. Dat veranderen kost bijna 30.000 euro per woning. Een dure operatie, beaamt Weber: „Wil je zoiets zonder subsidie rendabel krijgen, dan moet die prijs omlaag.”

Vlieland heeft inmiddels een twintigtal ‘duurzaamheidsinitiatieven’, van projecten voor energiebesparing tot stimulering van zonnepanelen op daken. Het eiland stootte in peiljaar 2016 10.500 ton CO2 uit, volgens cijfers van Rijkswaterstaat. Alleen de kleine gemeente Rozendaal (ruim 1.500 inwoners) stootte dat jaar minder broeikasgassen uit dan Vlieland: 8.200 ton.

De veerboten naar Vlieland zijn goed voor 30 procent van de uitstoot van het eiland

De gemeente hoopt dit jaar bijna 2.500 ton CO2 te besparen. Maar dat is niet voldoende om dit jaar „CO2-vrij” te worden – oftewel CO2-neutraal, waarbij netto geen broeikasgassen worden uitgestoten. En dat was wel het doel van de gemeente. Wethouder De Ruijter zou daarom best het gemeentelijk wagenpark, bestaande uit tien voertuigen, willen elektrificeren, maar dat kan nog niet. „Onze trekker, bijvoorbeeld, doet naast maai- ook zandwerkzaamheden en dat kunnen de elektrische varianten nog niet aan.”

En wat doe je met het vervoer náár het eiland? Rederij Doeksen is goed voor 30 procent van de uitstoot van het eiland, zegt De Ruijter. „Als gemeente kunnen wij de rederij niks opleggen, die heeft tot 2029 een concessie gekregen van het Rijk.”

De nieuwe boten van de rederij zijn milieuvriendelijker en de oude varen langzamer om brandstof te besparen. Veel meer rek zit er voorlopig niet in, volgens de wethouder: „De boot moet betaalbaar blijven voor toeristen, want de meeste eilanders zijn sinds de jaren zestig al afhankelijk van toerisme.”

Vlieland telt zo’n twintig initiatieven voor verduurzaming, van projecten voor energiebesparing tot stimulering van zonnepanelen op daken.
Foto Sake Elzinga
Op bewaakt terrein van defensie staan vierduizend zonnepanelen - samen voorzien ze in zo’n 15 procent van de elektriciteitsbehoefte van het eiland.
Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga
Foto’s Sake Elzinga

Vier keer per dag douchen

Stap voor stap wordt het eiland duurzamer, maar de belangrijkste vraag is misschien wel: hoe verander je het gedrag van de toeristen? In het hoogseizoen bivakkeren op het eiland bijna tienduizend mensen. Die drinken, eten en douchen erop los. Dat leidt tot veel afval en gebruikt linnengoed, en dat wordt allemaal weer vervoerd naar het vasteland. „Het is te duur om dat allemaal op het eiland te verwerken en wassen”, zegt De Ruijter.

Dan is er nog het douchegedrag van de bezoekers. Sommigen douchen wel vier keer per dag, vertellen hoteliers aan de wethouder. Corinne de Groot, manager bij Badhotel Bruin, herkent dat. „De gasten betalen veel voor hun hotelkamer. Dan vinden ze ook dat ze vier keer mogen douchen op een dag en de ramen opengooien terwijl ’s winters de verwarming aanstaat”, zegt De Groot. „Je kunt niet tegen de gasten zeggen: trek een trui aan, wij doen de verwarming omlaag.”

Jan van der Veen, directeur van camping Stortemelk, ziet bovendien dat zijn gasten op het eiland veeleisender worden. „De mensen zijn steeds meer luxe gewend”, zegt Van der Veen. „Bij koud water gaan ze meteen klagen, ze eisen warm water, maakt niet uit hoe.” En tijdens de eerste weken van corona werd er plots veel meer vlees verkocht op de camping. „Terwijl we in ons restaurant steeds meer vegetarische gerechten aanbieden.”

De toeristische sector probeert bezoekers aan te sporen tot duurzamer gedrag. Bij Badhotel Bruins krijgen gasten die hun handdoeken hergebruiken, een voucher voor een gratis drankje. Foto Sake Elzinga

Visitekaartje

Tegelijk ziet hij het bewustzijn bij de kampeerders veranderen. „Ik zie meer zonnepaneeltjes op de tenten, sommigen scheiden afval voor onze composteermachine.” Daar is hij blij mee, want hij wil de camping zo snel mogelijk volledig verduurzamen. „Dat is goed voor de toekomst en voor het toerisme van Vlieland”, zegt hij. „We moeten het toch vooral hebben van de bewuste NRC-, Volkskrant- en Parool-lezers op ons eiland.” Hij gaat er zelf ook in mee. Ondanks de hittegolf staat in zijn kantoor de airco uit.

Badhotel Bruin beloont de toerist voor duurzaam gedrag, zegt manager De Groot. Als haar gasten handdoeken hergebruiken, krijgen ze een voucher voor een gratis drankje. „En daar maken ze gretig gebruik van”, zegt ze. „Je moet de gasten ook bedanken.”

Ook het festival Into The Great Wide Open trok een ander publiek naar het eiland. De organisatie stimuleert duurzaamheid, door festivalgangers die fossielvrij aankomen gratis munten te geven en de rest 5 euro toeslag te laten betalen. „Tijdens het festival gaan krattenvol met duurzamere sojamelk door het koffieapparaat”, zegt De Groot. „Die festivalgangers staan met een zakje wortels in de ene hand en een baby met roze gehoorbescherming in de andere hand naar muziek te luisteren.” Dat is wat anders dan de bitterballen etende toerist die je normaal op de terrassen van het eiland aantreft.

Hoewel al die kleine beetjes helpen om Vlieland te verduurzamen, blijft het eiland zónder windmolens voor de energievoorziening afhankelijk van de rest van Nederland. Wethouder De Ruijter ziet de molens daarom alsnog graag komen. Ze weet ook al waar: aan de oostkant van het eiland. „Dan zie je die molens als je aankomt met de boot”, zegt ze. „Dat is een visitekaartje voor het eiland.”