Reportage

Koekkoeks romantische zandpaden zijn nu druk bebouwde straten

Landschapskunst Een wandelroute rondom Nijmegen vergelijkt het landschap met negentiende-eeuwse schilderijen van diezelfde natuur uit de collectie van Museum Het Valkhof.

Willem Carel Nakken (1835-1926), ‘Gezicht op de Ooijpolder vanaf de Holleweg bij Berg en Dal’, (ca. 1860).
Willem Carel Nakken (1835-1926), ‘Gezicht op de Ooijpolder vanaf de Holleweg bij Berg en Dal’, (ca. 1860). Collectie Museum Het Valkhof.

Een van de aantrekkelijke aspecten van Nijmegen is de nabijheid van het buitengebied. Vanuit het oostelijke deel van het centrum loop of fiets je eenvoudig en snel naar de Ooijpolder. In de loop van de negentiende eeuw ontdekten lokale kunstenaars maar ook passanten als Théophile de Bock en Willem Bastiaan Tholen de charme van het contrast tussen het vlakke natuurgebied langs de Waal met de hoger gelegen gebieden op de stuwwal ten zuiden daarvan. Doorkijkjes in de bosrijke dorpen Beek en Ubbergen inspireerden romantische meesters als Barend Cornelis Koekkoek.

Lees ook: In de schilderijen van impressionist Willem Bastiaan Tholen schijnt altijd de zon

Om een beeld te geven van zowel de artistieke verbeelding als het huidige uiterlijk van dit landschap, verbindt Museum Het Valkhof een wandelroute aan een kleine schilderijenexpositie. Hoewel het museum hiermee aandacht vraagt voor een mooie deelverzameling, komen de kunstwerken er bekaaid vanaf. De veertien schilderijen zijn nogal slordig (een lijst overlapt twee bijschriften, twee werken zijn met elkaar verwisseld) en in meerdere rijen boven elkaar opgehangen.

Door de raampartij van de galerij van het gebouw lonkt het schitterende panorama oostwaarts over polder en rivier. Naar buiten dus, om te zien wat er daar na een of anderhalve eeuw van de geschilderde landschappen resteert.

Industrieel gemaal

Een pittoresk sluisje aan het begin van de Ooijsedijk dat in verschillende schilderijen is uitgebeeld, heeft in 1933 plaatsgemaakt voor een industrieel gemaal. Maar in het gehucht Persingen staat nog altijd het laatmiddeleeuwse kerkje dat Eugène Lücker honderd jaar geleden in felle kleuren vastlegde. Hoewel het feitelijke standpunt van de schilder net buiten de wandeling ligt, belooft de routebeschrijving een doorkijkje op afstand vanaf het met spierkracht aangedreven zelfbedieningsvoetveer dat bij Persingen de wetering oversteekt.

Doorkijkje richting Ooijpolder geïnspireerd op het schilderij Gezicht op de Ooijpolder vanaf de Holleweg bij Berg en Dal uit ca. 1860 van Willem Carel Nakken. Flip Franssen

Maar kennelijk heeft niemand het parcours verkend. Het mechaniek loopt vast en het metalen schuitje blijft liggen aan de overkant. De omweg van ruim drie kilometer (op een oorspronkelijke route van negen kilometer) voert alsnog langs de precieze plaats waar Lücker zijn schildersezel opzette. Op de oostelijkste uithoek van het extra traject passeer je een punt waar, met de Duitse grens op anderhalve kilometer, de titel van de onderneming, Binnenste buitenland, net zo goed ‘Buitenste binnenland’ had kunnen zijn. Het verklaart meteen waarom het heuvelige landschap aan de rand van polder steevast ‘on-Nederlands’ wordt genoemd – je hebt het land immers al zo goed als verlaten.

Speuren

De relatie met de schilderijen blijft op deze wandeling vaak erg losjes. In het bos bij Ubbergen is het bijvoorbeeld speuren naar de manier waarop waterpartijen ooit hebben behoord tot het park rond een kapitale villa die hier tot 1868 heeft gestaan. De Haagse schilder Carel Jacobus Behr bracht het pand in 1884 in beeld, zestien jaar nadat het was gesloopt. Hoe dit precies zit, blijft onduidelijk, maar het lijkt erop dat de wandelaar hier niet de voetsporen van de kunstenaar drukt. De huidige bebouwde straten van Beek en Ubbergen waren in de negentiende eeuw deels onverharde paden met alleen een kerkje in de verte of een watermolen als romantisch motief. Weidse gezichten over de polder vanaf de heuvels op de weg terug naar Nijmegen, zoals Andreas Schelfhout er in 1840 een maakte, zijn herkenbaarder gebleven, al is er sindsdien heel wat begroeiing bij gekomen.

De meeste landschappen langs de route zijn geschilderd bij een helder daglicht dat ook de wandelaar prefereert. Een uitzondering is een gezicht op de Ooijpolder bij maanlicht dat Peter Franciscus Peters in 1848 maakte. Hij nam de moeite om midden in de nacht op pad te gaan, al valt de inspanning bij nader inzien mee. De sluis die hij uitbeeldde lag op een punt waarvan binnen de muren van de toenmalige vestingstad Nijmegen geen enkel woonhuis of logement meer dan twee kilometer verwijderd was.

Binnenste buitenland. Tentoonstelling en wandeling. T/m 1/11 in Museum Het Valkhof, Nijmegen. Inl: museumhetvalkhof.nl