Die film, kan dat eigenlijk nog wel?

Klassiekers Door de schuivende normen bekijk je klassieke, geliefde films zoals ‘Casablanca’ of ‘The Silence of the Lambs’ anders. Is de oplossing kiezen voor een knipje of voor een duidende disclaimer?

Nu is het Blazing Saddles. HBO Max, de streamingdienst die nog alleen in de VS beschikbaar is, onderscheidt zich met een enorm aanbod historische films. Maar dat geeft ook problemen. Zo haalde HBO Max op 9 juni Gone With the Wind (1939) offline, na een commentaar van John Ridley, scenarist van 12 Years a Slave. De Hollywoodklassieker romantiseert namelijk Amerikaanse slavernij en slavenhouders. Twee weken later was hij terug, nu voorzien van drie duidende video’s.

Maar Blazing Saddles dan, Mel Brooks’ woest smakeloze metawestern uit 1974 rond cowboys en bruine bonen? Dat was toch juist een absurdistische satire op racisme? Een treinconcern aast op het land van dorpje Rock Ridge, waar iedereen Johnson heet. Door de Afro-Amerikaan Bart (Cleavon Little) tot sheriff te benoemen, hoopt het bedrijf op een spontane witte uittocht. Het loopt anders.

Blazing Saddles is nog steeds hilarisch, maar Mel Brooks zelf twijfelde in 2016 al of hij nu nog zou wegkomen met het in de film veelvuldig gebruikte ‘nigger’, dat nu wegens de beladenheid bijna standaard wordt afgekort tot N-woord. Ook toen was dat een shocktactiek: in Rock Ridge – doorsnee wit Amerika, zeg maar – was dat standaardjargon. Maar moderne jongeren schrikken ervan, schrijft een oudere recensent die zijn 14-jarige dochter aan de film blootstelde. Dus legt HBO Max nu vooraf uit dat het satire betreft. Moet dat straks ook bij films van Tarantino, volgens zijn criticus Spike Lee „verliefd op het N-woord”?

Lees ook een artikel van NRC-ombudsman Sjoerd de Jong over het N-woord: Hoe het N-woord boven een schilderij verdween van de kop naar een noot

Hoe dan ook is zo’n disclaimer te verkiezen boven de horkerig-bange omgang van de BBC met The Germans van de sitcom Fawlty Towers („don’t mention the war”). Al in 2013 schrapte de BBC een tirade van het racistische fossiel majoor Gowan, onlangs ging de hele episode offline. Dat bleek na fel protest tijdelijk, maar Little Britain (2003-2005), een serie die politieke correctheid op de hak nam, verdween in juni wel van Netflix en BBC. De makers zelf namen al afstand van hun vaak wrede, neerbuigende sketches over ras, klasse en seksuele oriëntatie.

In de VS lijkt de dood van George Floyd net zo’n kantelpunt voor racisme als de Weinstein-onthullingen in 2017 waren voor seksisme. De geschiedenis bekijk je met nieuwe ogen. Dan wordt de verleiding groot om dubieuze films met stille trom te begraven. Disney verstopt zijn foute Song of the South (1949) al jaren in de kluis: de brave zwarte Uncle Remus vertelt de kinderen van de baas daar verhaaltjes over Broer Konijn tussen spirituals zingende en katoen plukkende Afro-Amerikanen.

Vlekjes wegpoetsen

Waarom dan niet ook wat vlekjes uit geliefde klassiekers wegpoetsen? Kan Breakfast at Tiffany’s (1961) niet zonder dat ergerlijke Japanse karikatuur Mr. Yunioshi? Schaadt het Casablanca (1942), zo’n krachtig, emotioneel statement tegen nazisme, als Ingrid Bergman de 56-jarige, zwarte pianist Sam (Dooley Wilson) niet langer met ‘boy’ bejegent? Het is maar een klein knipje, al laat dat de Weinstein-praktijken van de ‘beminnelijke’ Franse kapitein Renault ongemoeid. Hij dwingt radeloze vluchtelingen seksuele gunsten af in ruil voor visa. Dat geldt als amusant schavuitengedrag.

Verleidelijk, maar hermontage is geschiedvervalsing. Al is de schaamte van regisseur Will Koopman begrijpelijk: zij trok in juli Nederhit Gooische Vrouwen II (2 miljoen bezoekers in 2014) terug voor revisie.

Koopman, die er nu niet over wil praten, versnijdt acht „achteraf ongepaste” (RTL) scènes rond Komo, door Claire (Tsjitske Reidinga) als seksueel souvenir uit Burkina Faso meegenomen. Komo mag gaan als hij een wildeman blijkt te zijn die met zijn handen eet en een bruidje op het voorhoofd fluimt tegen het boze oog. Dat leidde ook toen tot opgetrokken wenkbrauwen. RTL voorzag de tv-serie Gooische Vrouwen, met Aziatische huishoudster Tippie Wan als ‘wandelende bamihap’, van een disclaimer. Stereotypering komt voor in humor en satire, aldus RTL, maar kan vooroordelen ook in stand houden.

Retro-censuur

Dat verdient toch de voorkeur boven retro-censuur. Waar de grenzen van het gevorderde inzicht straks liggen, wordt nu bepaald in media en sociale media, waar ‘traditie’ de loopgraven betrekt tegen ‘afrekencultuur’. Nergens wordt die cultuurstrijd fanatieker gestreden dan in de VS. Dit weekeind riepen rechtse media moord en brand over Kindergarten Cop (1990), waarin Arnold Schwarzenegger undercover gaat als kleuterleider. Een bioscoop in Portland, nu epicentrum van Black Lives Matter-protest tegen Trump, trok de suffe komedie terug nadat een activist er „verheerlijking van intensieve politiebemoeienis” in had gezien.

Tja. Maar het is een feit dat je door die schuivende normen klassieke, geliefde films anders bekijkt. Recensenten van NRC namen er elk één onder de loep. Hoe tenenkrommend zijn ze?

Silence of the Lambs en de transgender


De iconische kannibaal Hannibal Lecter (Anthony Hopkins) en de sterke, gelaagde vrouwenrol (Jodie Foster als FBI-agent Clarice Starling) maken van thriller The Silence of the Lambs (1991) een onbetwiste mijlpaal in de filmgeschiedenis.

Maar de kritiek vanuit de lhbti-gemeenschap over de verbeelding van seriemoordenaar Buffalo Bill – die Starling met behulp van Lecter hoopt te vinden – is alleen toegenomen.

Terwijl in de jaren negentig in het arthouse-circuit de ‘new queer cinema’ van Todd Haynes, Gus Van Sant, John Waters en Gregg Araki floreerde, waren in de grote studiofilms vrijwel alleen rollen weggelegd voor lhbti-personages die zonderling, suïcidaal of moordlustig waren.

Zo ook in The Silence of the Lambs, waarin de gestoorde transgender Buffalo Bill zijn dagen vult met jurken naaien van vrouwenhuid, groteske dansjes doet („would you fuck me? I’d fuck me”) en het liefste knuffelt met een poedel die luistert naar de naam Precious. Hollywood drukte toentertijd de protesten van de homogemeenschap de kop in door bij de Oscaruitreiking rode lintjes te dragen als steunbetuiging aan alle aids-slachtoffers, en producent Orion deed een donatie aan lhbti-organisaties. Zo’n knieval zou anno 2020 onvoldoende zijn om de woede over deze transfobe stereotypering te beteugelen.

Robbert Blokland

Le genou de Claire en de ‘male gaze’


Afgelopen maand was op streamingdienst Mubi klassieker Le genou de Claire (1970) van Éric Rohmer te zien. Een van zijn zes ‘morele verhalen’. De film is een metaverhaal: er is een schrijfster die een boek schrijft en haar oude vriend Jérôme in zijn zomerverblijf aan het meer van Annecy hint een relatie met de 16-jarige Laura te beginnen.

Wat zij fantaseert en wat echt gebeurt blijft in het midden, onder andere door de korte scènes te breken door handgeschreven data, als in een dagboek.

Ondanks alle vrouwen in de film neem Le genou de Claire een puur mannelijk perspectief in. Jérôme speelt met Laura als met een kitten en valt ondertussen voor haar stiefzusje Claire. Of beter gezegd: voor haar knie. Iets wat hij in eindeloze gesprekken met schrijfster Aurora legitimeert door naar zijn aanstaande huwelijk te verwijzen, theorieën over schoonheid en het sublieme uit de hoge hoed te toveren. En ja, je zou allemaal kunnen zeggen dat het daarover gáát, dat Rohmer zich indekt door het ‘morele’ in zijn ondertitel, dat hij als mannelijke feminist iets ontmaskert.

Maar zijn cameravoering ontmaskert hem: die is en blijft bij de geile mannenblik, die een meisje reduceert tot haar knie. Vlak voordat Jérôme zijn knie-epifanie heeft gluurt hij gewoon onder het rokje van het pubermeisje.

Dana Linssen

Fred Astaire en de tapdans in blackface


In de proloog van Zadie Smiths roman Swing Time (2016), vernoemd naar de gelijknamige musical met Fred Astaire en Ginger Rogers, ontdekt de vertelster, inmiddels een twintiger, tot haar grote schrik dat Fred Astaire het nummer ‘Bojangles of Harlem’ uit Swing Time (1936) in blackface uitvoert. Als meisje van gemengde afkomst had zij zich dat nooit gerealiseerd. Dit voortschrijdende inzicht bevangt mij ook als ik anno 2020 naar het dansnummer kijk. Oef, mijn grote held Fred Astaire in blackface: dat kan toch echt niet (meer)…

Zoals altijd in dit soort gevallen helpt historische context. Zo is het de enige keer in zijn lange loopbaan dat Astaire in blackface te zien is. Belangrijker dan dat is het feit dat Astaire met het nummer een oprechte ode brengt aan een van zijn helden, de zwarte danser Bill ‘Bojangles’ Robinson. In het nog steeds opwindende nummer ‘Bojangles of Harlem’ danst Astaire met geheel zwart geschminkt gezicht met drie van zijn eigen, levensgroot achter hem opdoemende schaduwen. Je kunt vallen over die blackface maar je kunt ook betogen dat de schaduwen die Astaire achtervolgen manifestaties zijn van de door witten toegeëigende zwarte dansvormen (vooral tap). Astaires ‘schaduw’ (Bill Robinson) zit voor altijd aan hem vast.

André Waardenburg

MASH en de corpsballenpret


Robert Altmans ruwe komedie MASH (1970) was een enorme hit. Maar toen ik de film onlangs terugzag, bevond ik me tot mijn verbazing in team-Hotlips.

Hotlips, dat is majoor Margaret J. Houlihan, hoofdzuster van militair veldhospitaal 4077 tijdens de Korea-oorlog. Een blonde dienstklopper die valt voor een hypocriete christelijke wezel, majoor Frank Burns. Tijdens hun eerste seks wordt een microfoon onder haar veldbed verstopt en geniet het hele kamp dus mee als ze zucht: „Kiss my hot lips.” Vandaar de bijnaam.

De vijanden van dit kleinburgerlijke stel zijn de chirurgen Hawkeye, Duke en Trapper van ‘The Swamp’, een echte mannentent waar men het zinloze bloedbad in de operatiekamer dragelijk houdt met cynische corpsballenpret. Indertijd stond dit trio voor een ruimdenkende tegencultuur. Hun bejegening van Houlihan oogt anno 2020 als seksistische pesterij. Zo trekt men de zijkant van de tent weg als de majoor onder de douche staat: de mannen hebben een weddenschap of ze ook blond van onder is.

Zo wordt de enige vrouw met enige autoriteit systematisch seksueel vernederd. Gelukkig glimmen de ogen van de gebroken Houlihan weer een beetje als Hawkeye haar even later troost dat ze wel „a damn fine nurse” is. En staat ze daarna als cheerleader langs de lijn te gillen terwijl de mannen sporten. Op haar plaats gezet.

Coen van Zwol

Bridget Jones en de foute man


Een baas die seksueel getinte berichten naar ondergeschikten stuurt, opvoeren als woest aantrekkelijk. Anno 2020 zal het niet snel gebeuren. Hugh Grants personage is in Bridget Jones Diary (2001) een ‘foute man’, maar onweerstaanbaar, mede door grapjes over haar rokje en borsten. Bridget gaat er op in, geen probleem dus?

Deze romkom was al voor #MeToo een guilty pleasure. Geen hoogstaand genre, vrouwelijke personages praten bijna uitsluitend over mannen en laten hun zelfbeeld bepalen door de weegschaal. Tegelijkertijd moet ik steeds enorm lachen om de oneliners, gênante momenten of Bridgets politiek incorrecte moeder, „een wezen uit de tijd dat de augurk nog chic was”.

Toen ik de film herbekeek bedacht ik dat de talloze grapjes over ‘foute mannen’ illustreren hoe lang seksueel ongepast gedrag werd gezien als iets wat er bij hoort. Zo zegt Bridget niets als ‘een vieze oom’ in haar bil knijpt, ondanks haar gebruikelijke „verbale diarree”. Ze neemt zelf ontslag na de affaire met Grants personage en als haar nieuwe chef vertelt dat er bij hem „niemand wordt ontslagen omdat er met de baas is geneukt” reageert ze evenmin.

Volgens auteur Fielding is de film niet onfeministisch: om jezelf lachen is een teken van kracht. Zouden we binnenkort niet alleen grinniken om Bridgets geklungel, maar ook omdat ze stamt uit een tijd dat je je mond hield als je werd betast?

Sabeth Snijders

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.