Opinie

Heimwee naar Jesse Klaver van vorig jaar

Tom-Jan Meeus

Vorig najaar presenteerde Jesse Klaver zich als vertegenwoordiger van de constructieve oppositie en best veel mensen, ook in de coalitie, vonden dat lachen. Een oppositieleider tegen ‘scorebordpolitiek’ – wie had dat verzonnen? Baudet benoemt zich toch ook niet tot chef partijkartel?

Het interessante is: nu het kabinet vanaf woensdag anderhalve week vergadert over de begroting voor het komend (verkiezings)jaar, moet niemand verbaasd zijn als Rutte III heimwee krijgt naar de Jesse Klaver van 2019. We mogen dan middenin de coronacrisis zitten, inclusief ongekende recessie, maar insiders weten: zonder steun van minimaal één constructieve oppositiepartij wordt het voor het kabinet onmogelijk zijn begroting (en zichzelf?) overeind te houden.

Wat zich aandient is een politiek-tactisch mijnenveld. Zo zien ze in de coalitie veel nervositeit in het CDA sinds de lijsttrekkersverkiezingen deze zomer. De late steun die minister van Financiën Wopke Hoekstra in juli uitsprak aan Pieter Omtzigt wekte woede in de CDA-top. Hoekstra’s relatie met Hugo de Jonge was nooit geweldig. Vorig jaar schetste ik op deze plek al dat Hoekstra zijn eigen vicepremier – zeer ongebruikelijk – tot vier urenlange overlegrondes dwong toen hij extra zorguitgaven wilde.

Dus nu De Jonge als verantwoordelijk minister en CDA-lijsttrekker na de vertoning van vorige week onder druk staat fors meer geld voor zorgpersoneel vrij te maken, vragen ze zich in de coalitie beducht af of de twee hun animositeit even kunnen laten rusten. De oppositie zinspeelt er nu al op dat ze dit najaar De Jonges hele begroting afstemt wanneer dat extra geld er niet komt. Het zou vrijwel zeker het einde van het kabinet betekenen.

Ook groeit argwaan over de loyaliteit van D66: soms wekken D66’ers de indruk, hoor je in Rutte III, dat ze de coalitie liever zo snel mogelijk verlaten. Een enkele D66’er beaamt dat dit tactisch aantrekkelijk kan zijn. Tegelijk is D66 een van de coalitiepartijen die de verlaging van de winstbelasting voor grote bedrijven wil schrappen. Zonder die schrapping lukt het sowieso niet in de senaat de vereiste steun van minimaal één constructieve oppositiepartij te krijgen voor de belastingplannen van het kabinet.

Zo heeft de constructieve oppositie een half jaar voor de Kamerverkiezingen op gevoelige terreinen het lot van Rutte III in handen. Niemand lacht nu. Intussen herinneren ze er in die oppositie aan hoe Mark Rutte zelf tien jaar geleden aan de macht kwam: door tijdens de laatste begrotingsbehandeling voor de Kamerverkiezingen, najaar 2009, het vertrouwen in zijn voorganger op te zeggen. Alsof de oppositieleiders van nu willen zeggen: dat kunnen wij natuurlijk ook.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.