Recensie

Recensie Muziek

Jeugdorkest Nederland speelt hun enige concert van dit jaar

Minifestival Na minder dan een dag repetitietijd speelden de talenten van het Jeugdorkest Nederland twee stukken uit voorgaande programma’s tijdens het spontaan georganiseerd minifestival NJO Muziekzomer.

Het Jeugdorkest Nederland tijdens het minifestival NJO Muziekzomer.
Het Jeugdorkest Nederland tijdens het minifestival NJO Muziekzomer. Coen Wouters

Tijdens een normale NJO Muziekzomer klinken er zo’n tachtig grote en kleine concerten in zeventien dagen. Het Nationaal Jeugdorkest (18-26 jaar), Jeugdorkest Nederland (14-21 jaar) en Jong Metropole spelen dan in allerlei bezettingen her en der in Gelderland. Dit jaar kon dat natuurlijk niet, al was er dit weekend plots wel een minifestivalletje. Zaterdag speelde het Jeugdorkest Nederland (JON) alsnog een concert, hun enige dit jaar.

Netjes op anderhalve meter afstand van elkaar speelde het JON twee stukken uit voorgaande programma’s. Het begin van Aram Khachaturians Masquerade Suite klinkt op het eerste oor als een eenvoudige wals, maar daarin zit hem het bedrieglijke; blijf maar eens gelijk als je allemaal nagenoeg hetzelfde ritme speelt. Geen makkelijke binnenkomer en inderdaad bleven de secties al snel aan elkaar hangen. Dirigent Jurjen Hempel hield gelukkig het tempo laag, waardoor iedereen elkaar terugvond. Geef het ze ook maar te doen, hun eerste repetitie was de avond ervoor. Met name het laatste deel was sterk, juist omdat de Galop beter wordt van een beetje chaos. Perfect losjes in het gareel (met een verbluffend geslaagde overgang naar de klarinetsolo) spurtte het over de eindstreep.

Aanstekelijke vrolijkheid

Tijdens de Enigmavariaties van Edward Elgar blijkt over wat goed en wat minder zou klinken geen voorspelling te maken. Het zwierf over bergen en door dalen zonder duidelijke route, al ging het met de blazers aan het stuur steevast richting een top. De violen en alten zetten daarna de route in naar de volgende top. Wie naast de vele geconcentreerde gezichten van begin tot eind zichtbaar de tijd van zijn leven had, was de jonge paukenist; gefocust, maar swingend als een dirigent van het publiek. Wat een aanstekelijke vrolijkheid.

Lees ook: Eindelijk weer samen in een orkest: de opluchting komt uit de tenen

Zondag sloot het minifestival klein af met het jonge Pelargos Kwartet en het kwintet van artist in residence jazzsaxofoniste Kika Sprangers. Beethovens 4de Strijkkwartet klonk in handen van Pelargos mooi, maar wat terughoudend. Contrasten waren subtiel, waardoor spanning ontbrak. Technisch wekten ze bewondering. Met name in de een-tweetjes tussen de eerste en tweede viool in het tweede deel.

Kika Sprangers mag volgend jaar nog eens artist in residence zijn, met alsnog de kans tot grotere, meer theatrale producties. Fijn, want hoewel haar ‘normale’ kwintet goed is, deed de grote, ijzig gekoelde zaal geen recht aan haar muziek; de dromerige jazz met scherpe improvisatorische weerhaken werkt niet onder een airconditioning. In een broeierig zaaltje wil je dit horen, zwetend.