Analyse

Het kabinet wil zich uit de economische crisis investeren

Miljoenennota Het kabinet legt vanaf dinsdag de laatste hand aan zijn laatste begroting. Hoewel het tekort al fors is opgelopen, liggen vooral plannen voor nieuwe uitgaven op tafel.

Deze dinsdag komt het kabinet zoals elk jaar bijeen voor een informeel overleg op het Catshuis, de ambtswoning van premier Rutte.
Deze dinsdag komt het kabinet zoals elk jaar bijeen voor een informeel overleg op het Catshuis, de ambtswoning van premier Rutte.

De economie die dit jaar met ruim 5 procent inzakt. De staatsschuld die oploopt tot bijna 60 procent van het bruto binnenlands product. Een begrotingstekort van ruim 55 miljard euro. En bijna 300.000 nieuwe werklozen.

Dat zijn de schrikbarende macro-economische uitgangspunten waarmee het kabinet deze week de jaarlijkse begrotingsbesprekingen voor volgend jaar in gaat. Deze dinsdag komt het kabinet zoals elk jaar bijeen voor een informeel overleg op het Catshuis, de ambtswoning van premier Mark Rutte (VVD).

Alhoewel, schrikbarend? Na alle eerdere alarmerende berichten tijdens de coronamaanden, lijken de jongste prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) nog mee te vallen ook.

Voorzichtig economisch herstel

Het Centraal Bureau voor Statistiek berekende vorige week dat de Nederlandse economie in de eerste helft van dit jaar zo’n 10 procent van haar waarde heeft verloren. Volgens het CPB is inmiddels een voorzichtig herstel opgetreden, dat komend jaar doorzet tot een groei van 3,2 procent. Het begrotingstekort schat het CPB in op iets meer dan 55 miljard euro. Een flink gat in de begroting – eind vorig jaar was er nog een overschot van 14 miljard – maar minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) ging eerder dit jaar nog uit van aanzienlijk grotere gaten in de schatkist. Daarnaast lijken de Nederlandse cijfers nog relatief gunstig te zijn vergeleken met andere westerse landen.

CPB-directeur Pieter Hasekamp had hier maandag bij de presentatie van het concept van de Macro Economische Verkenning meteen een ontnuchterende waarschuwing bij: „Geen misverstand. Deze klap is ongekend hard en moet zich nog grotendeels laten voelen.” Hij wees erop dat faillissementen en werkloosheid met enige vertraging op de huidige crisis zullen reageren. Vooralsnog wist de overheid met snelle en ruimhartige noodsteun bedrijven overeind te houden.

Dit keer gaat alles anders

In het vaste ritme van de begrotingscyclus is de tweede helft van augustus gereserveerd voor de inkomstenkant van de begroting. Het kabinet komt daarvoor vanaf woensdag bijeen in een serie extra ministerraden. De lijnen voor de overheidsuitgaven heeft het kabinet doorgaans in het voorjaar al uitgezet. Met de conceptcijfers van het CPB in de hand probeert het kabinet doorgaans met fiscaal beleid de koopkrachteffecten voor burgers nog wat bij te sturen: de gepensioneerden iets erbij, de tweeverdieners een onsje minder.

Dit keer gaat alles anders. Door de enorme economische crisis waarin Nederland terecht is gekomen, zal het kabinet de komende twee weken toch ook over grote uitgaven moeten beslissen. Het tweede steunpakket loopt tot 1 oktober. Het kabinet zal moeten bepalen of dat op voorhand wordt verlengd en, zo ja, hoe. In dezelfde omvang of zuiniger? Al even generiek of meer specifiek op bepaalde sectoren gericht?

Daarnaast heeft het kabinet als belangrijkste les uit de vorige crisis geleerd dat snel en rigoureus bezuinigen niet per se leidt tot voorspoedig economisch herstel. ‘We gaan ons uit de crisis investeren’, luidt nu de mantra. Dus wordt het vorig jaar nog embryonale plan voor een investeringsfonds van Wopke Hoekstra en Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) weer op tafel gelegd. Daarnaast wil het kabinet kijken welke bestaande investeringsplannen, bijvoorbeeld voor infrastructuur en woningbouw, naar voren kunnen worden gehaald om ook zo bedrijvigheid op gang te houden. Dat vergt voor de komende begroting al de nodige reserveringen.

Winstbelasting omlaag?

Politiek gezien zijn er op voorhand al twee heikele punten. Allereerst de vraag of het kabinet tegemoet wil komen aan de wens van de oppositie om de salarissen in de zorg structureel te verhogen – na de merkwaardige boycot in de Tweede Kamer door de coalitie vorige week, komt de motie hierover van PVV-leider Wilders deze week alsnog in stemming.

De drie linkse oppositiepartijen GroenLinks, SP en PvdA hebben al aangekondigd tégen het Belastingplan te zullen stemmen als het kabinet een bestaand voornemen niet intrekt. Al in het regeerakkoord spraken de coalitiepartijen immers af om de winstbelasting voor grote bedrijven te verlagen van 25 procent tot 21,7 procent. Dat staat nu voor 2021 op het programma.

Binnen de coalitie is er wel begrip voor om hier wegens de veranderende economische omstandigheden opnieuw naar te kijken. Ze weet bovendien dat steun van de oppositie onontbeerlijk is, omdat het kabinet in de Eerste noch de Tweede Kamer nog een meerderheid heeft.

Hoe de laatste Miljoenennota van dit kabinet er ook uit komt te zien, het zal een begroting met een grote slag om de arm zijn. Naast het gewone, magere scenario over de gevolgen van de coronacrisis tot nu toe nog heeft het CPB nog een tweede scenario berekend: wat als er een tweede coronagolf uitbreekt. Daarin zijn de CPB-cijfers nog veel somberder. Als die tweede golf zich op enig moment manifesteert, weet het kabinet dat de begroting waar het nu op broedt onmiddellijk in de prullenbak kan.