Opinie

Gelijk

Ellen Deckwitz

Dus zaterdagavond zat ik net in de kleermakerszit toen ik opeens mijn wc hoorde doortrekken. Dat was vreemd, want ik was bij mijn weten alleen thuis, en net toen ik het op een gillen wilde zetten, kwam mijn zus het toilet uit. „Wat doe jij hier nou”, riep ik.

„Ik was in de buurt en kon het niet meer ophouden”, giechelde ze. Er zijn momenten dat ik ervan baal dat ze mijn reservesleutels heeft. Ze liep de woonkamer in en kukelde bijna over mijn meditatiekussen.

„Doe je nog steeds aan meditatie? Weet je niet dat dat ontzettend gevaarlijk is?”

„Ik word er al vijfentwintig jaar vooral heel kalm van”, zei ik.

„Weet je hoeveel van mijn patiënten jarenlang allerlei problemen onderdrukten door maar aan de lopende band te mediteren?”

„Dat wil toch niet zeggen dat ík dat doe”, begon ik, en wilde eraan toevoegen dat ik bovendien geen patiënt van haar was, maar ze was al niet meer te stoppen. Dat het neoliberalisme (jawel) gedijt bij al die talloze werknemers die op kosten van de zaak training krijgen in mindfulness, zogenaamd voor hun eigen welzijn, maar in de praktijk natuurlijk vooral om ervoor te zorgen dat ze minder snel klagen. Zodat ze worden gedrild in verdragen, in plaats van veranderen. Ik wilde ertegen inbrengen dat dat allemaal niet voor mij opging, maar ze was alweer zeven stappen verder: dat meditatie anno 2020 gewoon een trucje is om grote groepen werknemers de mond te snoeren. Door hun het idee te geven dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun onrust, en niet de keiharde economie waarin ze het hoofd maar boven water proberen te houden.

Terwijl ze doorratelde, sloot ik me even af voor haar monoloog. Ze zei zeer zinnige dingen, maar met zoveel agressie dat het weer ongeloofwaardig werd, waardoor ik me ten slotte maar op mijn ademhaling richtte (afsluiten gaat overigens ook veel beter als je regelmatig mediteert). Binnen enkele tellen was ik weer kalm, terwijl mijn zus steeds sterker aan een op hol geslagen fluitketel deed denken.

„En zolang we de wortel van het probleem niet aanpakken, is mediteren slechts een kortetermijnoplossing in plaats van een fundamentele verandering van een systeem dat ons ziek maakt!”, beëindigde ze haar relaas. Ze hijgde wat na terwijl ik een kopje kamillethee voor haar zette.

„Beter?”, vroeg ik, nadat ze een slok had genomen.

„Ik heb gelijk hoor”, zei ze nasidderend, „ik wou alleen dat ik wanneer ik dat verkondig er iets minder belachelijk uitzag. Dan zouden mensen misschien eindelijk eens naar me luisteren.”

En dat is de enige reden dat ze nog geen premier is en wij nog niet gered. Echt.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.