Opinie

Een verhaal dat van generatie op generatie moet worden verteld

Nederlands-Indië

Commentaar

Deze maandag is het 75 jaar geleden dat Soekarno en Hatta de republiek Indonesië proclameerden. Dat was het begin van het einde van de kolonie Nederlands-Indië. Of eigenlijk, een volgende stap. Koningin Wilhelmina, had tijdens de befaamde radiotoespraak van 6 december 1942 ook al het woord ‘zelfstandigheid’ laten vallen in verband met overzeese gebiedsdelen. En de facto had de Japanse bezetting van Indië sinds maart 1942 al aangetoond dat de zogeheten suprematie van Europese kolonialen door geen volk ter wereld als een gegeven hoefde te worden beschouwd. De merdeka, vrijheid, die op 17 augustus 1945 werd uitgeroepen, vieren miljoenen Indonesiërs tot op de dag van vandaag, en terecht.

Die datum kan niet los worden gezien van de capitulatie twee dagen eerder, op 15 augustus 1945, door keizer Hirohito van Japan. Wat Nederlands-Indië betreft kwam daarmee een einde aan drie en een half jaar van barbaarse bezetting. Miljoenen Nederlandse onderdanen werden daarvan het slachtoffer: niet alleen degenen die volgens de raciale wetten in de kolonie behoorden tot de Europeanen, maar ook de zogeheten vreemde Oosterlingen (lees: Chinezen), en de oorspronkelijke Indonesische bevolking, aangeduid als ‘inlanders’, hadden te lijden onder het vaak ongekend wrede optreden van het Japanse keizerlijke leger.

Het was goed dat koning Willem-Alexander zaterdag aanwezig was bij de herdenking in Den Haag, beter ware het als hij dit moment ieder jaar markeert. Om onduidelijke redenen verschijnt hij tot nu toe om de vijf jaar.

Premier Rutte duidde, in een zeldzaam persoonlijke toespraak, het belang van de bijeenkomst. Nederlands-Indië is inmiddels voor ruim twee miljoen Nederlanders onderdeel van hun familiegeschiedenis. Het gaat volgens Rutte om „het erkennen, ieder jaar weer, van het leed van de burgers, militairen en verzetsstrijders uit alle bevolkingsgroepen die de Tweede Wereldoorlog in Indië doormaakten”.

Een oorlog stopt niet op de dag dat de verliezende partij de wapens neerlegt. Zoals presentator Herman van der Zandt aan het slot van het laatste ‘Bevrijdingsjournaal’ van de NOS zaterdag zei: „Een oorlog is nooit echt voorbij”. In Nederlands-Indië volgde na 15 augustus de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog die na een bloedige strijd op 28 december 1949 eindigde in de soevereiniteitsoverdracht. In het laatste restje Indië, Nederlands Nieuw Guinea, zou de Nederlandse vlag pas twaalf jaar later, in 1962, worden gestreken. Maar in de hoofden van al diegenen die de turbulente geschiedenis vormgaven of ondergingen, gaat deze verder.

Het verhaal van de kolonie, met alle duistere maar ook goede momenten, definieert Nederland ook. Net zo goed als bijvoorbeeld de Jodenvervolging, de Hongerwinter of de Watersnoodramp. Het zijn op zich onvergelijkbare verhalen die doorgegeven moeten worden, zoals de historicus Rutte zaterdag ook zei, van generatie op generatie, ook de komende 75 jaar.

Meer oog voor de verwevenheid van de Nederlandse geschiedenis met die van Indonesië is daarbij op zijn plaats. Het is daarom goed dat bij het onderzoek naar het Nederlands optreden in de Indonesië-oorlog, wordt samengewerkt met Indonesische historici. Een breed perspectief kan een voordeel zijn om gebeurtenissen in het verleden te interpreteren en te begrijpen. Ook voor verder onderzoek naar dat gedeelde verleden.

Die kennis kan mogelijk een bijdrage leveren aan het verbeteren en bestendigen van de relaties met Indonesië. Maar ook aan het onderwijs in Nederland, zodat de verhalen inderdaad niet worden vergeten.