Achter het masker van de overvaller: Ahmed

Wie: Ahmed (21)

Kwestie: Overval AH, inslaan etalage juwelier

Waar: Rechtbank Den Haag

De Zitting

Er zijn twee momenten waarop de zaak van Ahmed (21) van papier loskomt. Dat is als een van de drie rechters vraagt om even op het scherm mee te kijken naar bladzij 19 van het dossier. Het blijkt een still van de camera van de Haagse AH-vestiging die Ahmed (21), ook naar eigen zeggen, in februari heeft overvallen.

„Waarom zoekt u eigenlijk niet een baan, als u geld nodig hebt”, vraagt de rechter, „net als die meisjes daar achter die balie?” Ahmed, mager, grijs T-shirt, onzeker, mompelt iets. Dat hij net was ontslagen bij McDonald’s, in de put zat, z’n vader een paar honderd euro kostgeld moest betalen, schulden had, niet wist wat te doen. „Maar ziet u niet hoe u daar staat?”, houdt de rechter aan. „Ja, dat kan niet”, erkent hij.

En het tweede moment is als een andere rechter „Wat moet er nu met u gebeuren?” vraagt, nadat zijn strafblad en psychiatrische diagnose zijn voorgelezen. En informeert of hij tijdens de 159 dagen van zijn voorarrest contact met zijn ouders had. De verdachte zegt onophoudelijk te hebben zitten nadenken waarom hij niet „net als normale mensen” gewoon nee kan zeggen. Dat hij ermee wil kappen, een gewoon leven wil. Maar dat hij wel „vanbinnen nee zegt” maar „vanbuiten” toch ja doet.

Een kennis wiens naam hij niet wil noemen, kreeg hem met gratis wiet zover. Van die persoon kreeg hij het masker en het nepwapen. De officier hoort het voor het eerst en zegt er „niks mee te kunnen”. Met die onbekende deelde Ahmed de opbrengst van de AH-overval. Hij werd er 80 euro beter van. De beide AH-medewerkers kampen met psychische klachten, stress, angst en zijn onder behandeling. Eén van hen heeft PTSS en durft alleen nog met vriendinnen de deur uit. Ze is niet meer tot werken in staat. Ze eisen nu ieder ruim 2.000 euro schadevergoeding.

De juwelier, bij wie Ahmed een paar dagen na de overval een ruit insloeg, vraagt ongeveer 4.000 euro aan kosten.

Ahmed zit ermee in z’n maag. Na de vorige zitting heeft hij om een politieverhoor gevraagd waar hij heeft bekend. De officier vindt dat echter „berekenend”: pas bekennen als het onderzoek al is afgesloten. Ze eist vijf jaar cel, ook omdat Ahmed drie jaar geleden precies zo’n overval pleegde, maar dan met een mes. En omdat de reclassering het herhalingsrisico als hoog inschat. Hij wordt als zeer beïnvloedbaar gezien; z’n wietgebruik is problematisch. Hij doet overdag niets. Tot juni stond Ahmed nog van zijn vorige misdrijf onder toezicht van de reclassering. Die beveelt een hele reeks maatregelen aan, voor het geval er een deels voorwaardelijke straf wordt opgelegd. Ahmed verklaart zich bereid mee te werken. Maar de officier vindt dat het maatregelenpakket van de reclassering pas aan de orde moet komen bij een eventuele vervroegde invrijheidsstelling. Niet als programma bij een voorwaardelijke straf.

Ahmed’s advocaat legt het accent vooral op de persoon van zijn cliënt, over wie eerder psychologische rapporten zijn geschreven. Hij typeert hem als een pion voor kwaadwillenden, iemand die je alles kunt laten doen en op een heel laag niveau functioneert, dat van een 8- tot 12-jarig kind. Hij zou licht zwakzinnig zijn, lijden aan ADHD, autisme, een ernstige algehele ontwikkelingsachterstand hebben, ook in taal- en spraakvermogen, met in identiteit en ego een grote achterstand. Zijn advocaat citeert zinnetjes als „zijn formele denken verloopt niet coherent”. Er zijn ook problemen met z’n geheugen. Hij zou kinderlijk reageren. Hij vertelde zijn advocaat zijn eventuele straf te willen uitzitten „met Holleeder en Taghi”.

De rechtbank veroordeelt Ahmed twee weken later tot drie jaar cel, waarvan één jaar voorwaardelijk met drie jaar proeftijd met toezicht van de reclassering, verplichte cognitieve training en dagbesteding. De drie slachtoffers krijgen allen de gevraagde vergoedingen.