Opinie

Wie durft er nog op een racefiets?

Wilfried de Jong

Tijdens een afdaling vloog Remco Evenepoel uit de bocht, ramde een muurtje en belandde na een salto in een ravijn. Voor de tweede keer in een paar weken dachten liefhebbers van de wielersport even aan een traag gedragen grafkist tussen een haag van geheven voorwielen.

Maar weer drong de dood niet verder aan.

Waar sprinter Fabio Jakobsen uit zijn coma raakte en zelf kon lopen naar een vliegtuig, kwam zaterdagmiddag het verlossende bericht vanuit de Ronde van Lombardije: „Remco is bij bewustzijn!”

Intussen raasden de koplopers door, over een smalle weg met links een stenen muur en rechts een dubbele vangrail. Op alleen angst heeft nog nooit een wielrenner een wedstrijd gewonnen. Kijk naar voren, niet naar achteren, is het devies. Omzien doet een renner na de aankomst en piekeren pas in het hotelbed.

Na de bezinning maakte zich afgelopen weekend woede meester van ploegleiders en wielrenners. Waarom werden ze jaar in jaar uit onderweg met onveilige situaties geconfronteerd?

Het woord was aan de wielerbonden, maar hun trage reactievermogen is nauwelijks meetbaar. Het peloton koerst al jaren op hypermoderne carbonfietsen, terwijl wielerbobo’s thuis in een schuurtje nog bezig zijn het roest van hun stalen brik te schuren.

Fietsen is een gevaarlijke sport. Er zijn veel kwade factoren in het spel.

Dit kan een renner overkomen op de openbare weg:

Overstekende gans. Scheur in asfalt. IJzel. Zand en grind. Rondvliegend boterhamzakje. Rollende bidon. Loslopende hond. Fotograferende politieman. Lekke opblaasfinish. Vluchtheuvel. Gladde verkeersstreep. Gat in de weg. Geparkeerde auto. Slingerende etenszak. Paaltje. Afgewaaide boomtak. Modderstroom. Slechte hekken. Meehollend publiek. Gebroken stuur of voorvork. Lekke band.

En dit is de schuld van de wielrenner zelf:

Concentratieverlies. Vermoeidheid. Overmoed. Slordigheid. Uitsloverij. Overschatting. Rivaliteit. Doping. Te laat remmen. Te hard afdalen. Een bocht verkeerd inschatten. Lak aan regels. Lak aan veiligheid. Scoringsdrift. Slecht eten en drinken. Te weinig eten en drinken. Woede-uitbarstingen. Beperkte parcourskennis.

Dit moeten de wielerbobo’s gaan doen:

Betere hekken langs de kant van de weg. Het hele parcours met sperwerogen controleren op gaten in de weg, te gevaarlijke bochten en afdalingen. Meteen ingrijpen als iets onverantwoord is. Overleggen met renners en ploegleiders. Voorkomen is beter dan genezen. Durven vernieuwen.

Na alle valpartijen van de afgelopen weken wordt het vizier toch alweer gericht op de Tour de France. Het annuleren van ‘de belangrijkste wedstrijd van het jaar’ zou gelijk staan aan het afschaffen van dagelijks autorijden op de A4. De Tour móét door. Het peloton in coronatijd perst energie en ambitie in slechts honderd koersdagen.

Het is hollen, niet te veel stilstaan.

Volgens het protocol bij horecabezoek moet iedere bezoeker vragen beantwoorden over zijn gezondheid. Vlak voor de start van iedere Touretappe dan ook maar een ‘checklist’ voor iedere renner. Vertrouw je het parcours? Ben je bang voor de dood? Durf je nog wielrenner te zijn?

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.
Lees ook: Voor hen die de dood in de ogen keken, komt de herstart in Bergamo te vroeg