Rust bij Tata is slechts pauze in slepende machtsstrijd

Arbeidsconflict Bij Tata begint dezer dagen nieuw overleg over de positie van de IJmuidense fabriek binnen het Europese concern. Het ongenoegen dat pas tot stakingen leidde, sluimert nog altijd.

Tata Steel. Wijk aan Zee.
Tata Steel. Wijk aan Zee. Foto Leo Vogelzang.

Terwijl de stranden rond IJmuiden volstroomden, keerde in de nabije staalfabriek de rust terug. Na weken van stakingen en maanden van protest kregen boze staalarbeiders begin juli wat ze wilden: de garantie dat er tot 2026 geen gedwongen ontslagen vallen. Vakbond FNV claimde een overwinning, de directie van de fabriek sprak de hoop uit dat iedereen zich nu op de toekomst kon richten.

Maar de stilte is bedrieglijk. Het akkoord tussen de ongeveer negenduizend werknemers van de voormalige Hoogovens en eigenaar Tata Steel is hooguit een pauze in de machtsstrijd die het kwakkelende staalconcern al maanden in zijn greep houdt. Dat valt op te maken uit interne documenten en gesprekken die NRC voerde over ruzies in de top van het bedrijf.

Wantrouwen domineert de verhoudingen, en belangenconflicten tussen de Europese directie en de Nederlandse dochter zijn niet beslecht. Bovendien wacht het personeel nog altijd op details van het omstreden ‘transformatieplan’ dat bijna een jaar geleden door de Europese leiding is aangekondigd om de Britse en Nederlandse fabrieken van Tata toekomstbestendig te maken. Mede door goedkoop Chinees staal verkeert de Europese staalindustrie al jaren in een diepe crisis. De coronapandemie maakt de vooruitzichten nóg veel somberder.

Dezer dagen beginnen opnieuw gesprekken tussen de Nederlandse personeelsvertegenwoordiging – vakbonden en centrale ondernemingsraad – en de Nederlandse directie, mogelijk ook de Europese. Centraal in die onderhandelingen staat de positie van de IJmuidense fabriek binnen het Europese concern Tata Steel, dat op zijn beurt weer onderdeel is van het industriële conglomeraat van de Indiase familie Tata.

Lees ook: Samen tegen de eigenaar, zo werkt dat in IJmuiden

Macht in IJmuiden

Formeel is de autonomie van ‘IJmuiden’ binnen het concern stevig verankerd, met een eigen directie en raad van commissarissen (rvc). In de praktijk gaat het er om hoeveel zeggenschap zij hebben. Dat werd in mei pijnlijk zichtbaar toen de bij werknemers populaire directievoorzitter Theo Henrar aan de kant werd gezet, ondanks protest van Nederlandse commissarissen.

Personeel en de Nederlandse bedrijfstop willen dat er zo veel mogelijk op decentraal niveau gebeurt, in IJmuiden dus. IJzererts gezamenlijk inkopen, dat is prima. Maar een overkoepelende verkoopafdeling voor de Britse en Nederlandse activiteiten? Of een gezamenlijke afdeling personeelszaken, zoals nu het geval is? Daar zien ze maar weinig in. Op de achtergrond speelt vrees dat de Indiase aandeelhouder de Europese staalactiviteiten wil integreren onder één groot hoofdkantoor, mogelijk om het bedrijf klaar te maken voor verkoop, iets wat de Europese directie overigens ontkent.

„De wil van de Europese top om te centraliseren heeft de afgelopen jaren tot heel veel bureaucratie geleid”, zegt Frits van Wieringen, voorzitter van de Nederlandse ondernemingsraad. „Het zorgt voor trage besluitvorming. Wij vragen aan de [Europese] directie: geef nou eens echt aan wat volgens jullie centraal geregeld moet worden, en waarom.”

Daar komt een tweede eis bij: een goed ‘strategisch plan’ voor de toekomst. Uit een intern document dat is opgesteld door ex-topman Hans Fischer van Tata Steel Europe, waar NRC eind juni over berichtte, blijkt dat de diverse takken van Tata Steel nauwelijks een langetermijnstrategie hebben. De bonden willen hierover meepraten, bijvoorbeeld als het over investeringen en vergroening gaat. Of zelfs (gedeeltelijke) nationalisatie, als het aan FNV-bestuurder Roel Berghuis ligt.

Verouderde fabrieken in Wales

Bij één belangrijke kwestie hebben de vakbonden en de ondernemingsraad relatief weinig invloed. Dat is de vraag wat er met eventuele winst van de Nederlandse fabriek moet gebeuren. In IJmuiden, waar recent nog winst werd gemaakt, zien ze de verlieslatende en verouderde Britse Tata-fabrieken in Wales al jaren als blok aan het been. Hoewel de precieze geldstromen onduidelijk zijn, heerst in Nederland de overtuiging dat ‘IJmuiden’ voor een deel van de Britse verliezen opdraait.

In Nederland willen ze daarom het liefst zelf zeggenschap houden over de besteding van een deel van de winst, om het geld te kunnen investeren in de fabriek. De afspraken hierover lopen in 2021 af. Binnenkort moeten de Nederlandse directie en commissarissen – president Peter Blauwhoff (ex-Shell), Leni Boeren (ook commissaris bij Air France-KLM) en Marius Jonkhart (ook commissaris bij Ecorys) – opnieuw overeenstemming bereiken met de Europese leiding.

Dat gebeurt in een gespannen sfeer, afgaand op gesprekken over twee verhitte vergaderingen, die dit voorjaar tussen de Nederlandse commissarissen en de Europese Tata-baas Henrik Adam plaatsvonden. Bij de eerste, op 5 maart, was ook voormalig Tata-topman Hans Fischer aanwezig om de bevindingen te delen van zijn onderzoek naar de verhoudingen in de top.

Die worden gekenmerkt door „kolossale” wederzijdse verdenkingen, concludeerde Fischer, iets wat onbedoeld werd bevestigd door het verloop van de vergaderingen. Zo maakten de Nederlandse commissarissen topman Adam forse verwijten. Hij zou hen niet, onvolledig of veel te laat op de hoogte stellen van belangrijke besluiten. Ook zien of spreken de Nederlandse commissarissen zelden iemand anders uit het Europese bestuur dan Adam zelf.

Overrompelde commissarissen

Ruzie kregen de aanwezigen over Adams voornemen een vertrek van toenmalig topman Henrar van Tata Steel Nederland te forceren. Volgens de analyse van Fischer was de relatie tussen Henrar en Adam zo slecht dat herstel niet realistisch was. Bovendien zou Henrar, naast topman van IJmuiden ook commercieel directeur, te veel functies combineren. Adam drong er daarom op aan een vertrekregeling te treffen met Henrar, die als adviseur zou kunnen aanblijven om publicitaire schade te voorkomen.

De Nederlandse commissarissen voelden zich overrompeld door Adam en waren fel gekant tegen het ontslag. Vooral Jonkhart en Boeren zouden hevig hebben geprotesteerd: ontslag van Henrar was volgens hen in niemands belang, ook omdat hij het gezicht van Tata Steel was in Den Haag. Het zou bovendien tot onrust leiden op de fabrieksvloer, waarschuwden zij. De commissarissen vonden bovendien dat Henrar niks fout had gedaan. In tegenspel hadden Adam en de Indiase aandeelhouder blijkbaar geen zin, concludeerden de Nederlandse commissarissen.

Drie weken na de laatste vergadering, van 29 april, maakte Tata Steel bekend dat Henrar het bedrijf „in onderling overleg” zou verlaten. De commissarissen brachten daarop hun eigen verklaring naar buiten: zij keurden de stap af. Tekenend voor de verhoudingen is dat later nog is gesteggeld over de notulen van de vergaderingen die voorafgingen aan het ontslag van Henrar. Volgens Adam had Blauwhoff uiteindelijk min of meer ingestemd met een vertrek van Henrar, iets wat de Nederlandse president-commissaris ontkende. In de definitieve notulen staat dat de drie Nederlandse commissarissen zich verzetten tegen Henrars ontslag, wordt aan NRC bevestigd.

Niets wijst erop dat de verhoudingen nu zijn hersteld. Ook bij het Nederlandse personeel is de onvrede over Henrars vertrek blijven leven, vertelt ondernemingsraadvoorzitter Frits van Wieringen. Wat niet helpt, is dat er nog altijd geen opvolger is. Van Wieringen: „Er zou snel een vervanger komen, is ons beloofd. Maar we hebben nog niets gehoord.”

Tata Steel Nederland wilde geen commentaar geven op de verhoudingen in de top. Ook Tata Steel Europe ging daar niet inhoudelijk op in, maar benadrukt „de krachten [te willen] bundelen” om de crisis in de staalindustrie het hoofd te bieden.

Correctie (17-08-2020): in een eerdere versie van dit stuk stond dat er tot 2024 geen gedwongen ontslagen vallen bij Tata Steel IJmuiden. Dit moet 2026 zijn.