‘Nederland, erken fouten rond Tula’

Slavernijverleden Curaçao Het is tijd dat vrijheidsstrijder Tula ook in Nederland echt eerherstel krijgt, vinden bewoners van Curaçao.

Het Tulamonument (boven) en zogeheten slavenzuilen op plantage Rif St. Marie op Curaçao.
Het Tulamonument (boven) en zogeheten slavenzuilen op plantage Rif St. Marie op Curaçao. Foto’s: Sinaya Wolfert

Voor de grote slavenopstand van 17 augustus 1795 dronk de Curaçaose leider Tula met zijn medestrijders awa di huramentu, ‘gezworen water’. Het mengsel van rum, verpulverde geitenhoorn en een wit poeder gaf hun spirituele kracht en moed. Als de opstand zou lukken, waren duizenden mensen uit slavernij bevrijd. Als het plan mislukte, zo wisten ze, dan stond hun de gruwelijkste straf te wachten. „Ik probeer me voor te stellen wat een moed en daadkracht Tula, Carpata, Mercier, Pedro Wacao en alle andere mannen én vrouwen moeten hebben gehad om zo’n opstand te ontketenen”, zegt de Curaçaose historicus Jeanne Henriquez in een Skypegesprek vanuit haar woonplaats Willemstad.

Ieder jaar op 17 augustus herdenkt Curaçao de historische opstand tijdens de Dia di Lucha pa Libertad: de Dag van de Vrijheidsstrijd, oftewel Tuladag. Er worden verschillende evenementen georganiseerd zoals de Ruta Tula. De opstand wordt daarbij nagespeeld op de historische locaties op Bandabou, het westelijke deel van Curaçao waar de strijd begon.

Dit jaar komt daar iets nieuws bij: de slavenregisters van Curaçao zijn gedigitaliseerd en vanaf deze maandag voor iedereen toegankelijk.

„De slaafgemaakten hadden niets, geen macht, geen wapens. En toch durfde Tula het aan om tegen onrecht op te komen en voor vrijheid te strijden tegenover de veel sterkere koloniale macht. Het is een gigantische daad geweest. Wij, de nazaten kunnen daar inspiratie uit halen en van leren”, vertelt Henriquez. Ze was werkzaam bij het Nationaal Archief van Curaçao en directeur van het Museum Tula, dat gevestigd is in het landhuis bij de voormalige plantage Kenepa (Knip), waar Tula te werk was gesteld. Hier besloot hij precies 225 jaar geleden – ten overstaan van de Nederlandse plantage-eigenaar Caspar Lodewijk van Uytrecht – het werk neer te leggen.

Lees ook: ‘Meeste Nederlanders kennen onze zwarte verzetshelden niet

Zwangere vrouwen afgeranseld

De drang naar vrijheid was Tula’s belangrijkste drijfveer. Daarnaast richtte zijn strijd zich tegen het karige eten, het ontbreken van een vrije (zon)dag voor de slaven en tegen de gruwelijke mishandelingen. Zelfs voor het martelen van zwangere vrouwen hadden de Nederlandse kolonisten een methode: er werd dan een kuil in de grond gegraven waar de vrouwen op hun buik in moesten liggen. De baby werd zo beschermd terwijl de vrouwen werden afgeranseld.

In de Franse koloniën was na de Franse Revolutie en de succesvolle opstand van Toussaint Louverture in Haïti de slavernij in 1794 afgeschaft. De Bataafse Republiek – het toenmalige Nederland – viel vanaf januari 1795 onder Frans bewind. Hierdoor zou dus ook in de Nederlandse koloniën zoals Curaçao de slavernij moeten worden afgeschaft, zo redeneerde Tula. „Tula was goed op de hoogte van de geopolitieke situatie van die tijd en hield een krachtig pleidooi voor de afschaffing van de slavernij tegenover plantagehouder Van Uytrecht, maar die verwees hem naar het koloniaal gezag in Willemstad. Mogelijk had Tula zelfs contact met de vrijheidsstrijders in Haïti. Hij werd namelijk ook wel Rigaud genoemd, naar generaal André Rigaud, die in Haïti vocht”, vertelt Henriquez.

Mariniers, burgers en planters

Terug naar 17 augustus 1795. Als zo’n veertig tot vijftig slaafgemaakten van plantage Knip zich bij Tula aansluiten, nadat hij het werk heeft neergelegd, trekken ze langs de plantages Santa Cruz, Porto Mari, San Nicolas, Santa Martha en San Juan. Slaafgemaakten maar ook vrije mensen strijden mee. Caspar Lodewijk van Uytrecht stuurt snel zijn zoon te paard naar Willemstad om de gouverneur te waarschuwen dat zaken uit de hand zijn gelopen.

Het leger van Tula zwelt aan met meer dan tweeduizend mensen. Plantage-eigenaren slaan op de vlucht, uit de magazijnen van de landhuizen halen de vrijheidsstrijders wapens en degens en bevrijden steeds meer mensen.

De eerste troepenmacht onder leiding van luitenant Pleeger wordt verslagen door Tula en de vrijheidsstrijders. De Koloniale Raad stuurt daarop een detachement met mariniers, vrije burgers en planters onder leiding van kapitein Baron van Westerholt. De Nederlandse pater Jacobus Schinck reist mee als bemiddelaar om Tula en zijn strijdmakkers over te halen de opstand te staken. De twee ontmoeten elkaar op plantage Porto Mari. Schinck tekent het gesprek met Tula later op in een verslag aan de overheid.

Henriquez: „Tula wilde vrijheid voor iedereen. Hun leus was: ‘Pour vaincre ou mourir’ (‘Overwinnen of sterven’). Hij beriep zich op de Bijbel, waarin staat dat alle mensen afstammen van Adam en Eva en gelijk zijn. Waarom gold dat niet voor hen, vroeg Tula zich af. ‘Een hond wordt beter behandeld dan een slaaf. Als een hond een been breekt wordt hij tenminste genezen’, zei hij.”

Hoofd op spies geplaatst

De pater vertrekt zonder akkoord en Tula bereidt zich voor op de volgende confrontatie met het leger. Vanuit de bergen probeert hij zicht te houden op de bewegingen van het koloniale leger. Dat heeft een klopjacht geopend en een aanlokkelijke prijs (geld, vrijheid of clementie) op het hoofd van Tula en zijn medestrijders gezet. Een maand na de opstand wordt zijn schuilplaats verraden. Tula wordt opgepakt, twee weken lang zwaar gefolterd en daarna op gruwelijke wijze vermoord.

„Op 3 oktober 1795 wordt Tula geradbraakt. Van zijn voeten tot zijn hoofd worden alle botten van zijn lichaam verbrijzeld. Daarna wordt zijn gezicht verbrand en wordt hij onthoofd. Zijn lichaam wordt in zee gedumpt en zijn hoofd publiekelijk op een spies geplaatst”, vertelt Henriquez. De extreme straf dient als afschrikking voor de andere slaafgemaakten.

Eeuwenlang wordt Tula vervolgens door het koloniaal bewind afgeschilderd als schurk. Dat beeld wordt er bij de Curaçaoënaars op allerlei manieren heel diep ingeprent. Henriquez: „Ik en velen met mij hebben onderwijs op Curaçao genoten vanuit een puur Nederlandse koker. Over Tula werd niet gesproken of het was uiterst negatief. Op het onderwerp slavernij lag hier heel lang een taboe”.

Slavenzuilen op de plantage Rif St. Marie op Curaçao. Tussen de pilaren hing de slavenbel die bij aanvang en eind van de werktijd geluid werd. Foto: Sinaya Wolfert

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw komt er een kentering. Kunstenaars, theatermakers en intellectuelen zetten Tula op de kaart en werpen een nieuwe blik op de vrijheidsstrijder. Het taboe maakt sindsdien steeds meer ruimte voor trots en zelfbewustzijn. In 1998 wordt er een groot monument geplaatst ter herinnering aan Tula’s opstand en in 2010 werd hij officieel uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.

Groter zelfbewustzijn

De digitalisering van de slavenregisters juicht Henriquez toe. „We kunnen zo meer over onze voorouders achterhalen en het kan verder bijdragen aan een groter zelfbewustzijn over wie wij zijn. De West-Indische compagnie gebruikte Curaçao vooral als handelsdepot en slavenmarkt. Hier vandaan werden onze voorouders in de hele regio verhandeld. Er was verzet, opstanden en maritieme marronage: mensen vluchtten met bootjes richting Venezuela, Saint Thomas, Colombia. Er zijn sporen van onze tambú, de traditionele Curaçaose muziek, aan de kust van Venezuela gevonden, waar wijken van gevluchte slaafgemaakten uit Curaçao ontstonden”.

Lees meer over de slavenregisters van Curaçao

Uit Tula’s strijd zouden de huidige machthebbers van Curaçao volgens Henriquez lessen kunnen trekken: „Ze denken vaak aan zichzelf terwijl Tula dat niet deed. Hij had als doel zijn volk te bevrijden door eerlijk en sterk leiderschap”.

Tula wordt in de onlangs herziene Canon van Nederland genoemd. Maar Nederland heeft Tula nooit gerehabiliteerd, ondanks oproepen van onder meer het Plataforma Sklabitut i Herensha di Sklabitut (Platform voor Slavernij en de Erfenis van Slavernij).

Onlangs werd opnieuw een brief gestuurd aan premier Mark Rutte (VVD). „De misdadige folteringen en moorden tegen Tula en zijn strijdmakkers waren een misdaad tegen de Curaçaose bevolking waarvan de ernstige mentale repercussies tot op heden van invloed zijn op de Curaçaose samenleving”, staat er in de brief.

Henriquez: „Het heeft betekenis als Nederland toegeeft dat er destijds fout is gehandeld door het koloniaal bewind met de moord op Tula en de daaropvolgende lange en bewuste criminalisering van Tula als persoon. Het kan bijdragen aan verdere verwerking van onze geschiedenis.”