Heijmans mijdt risico’s, maar ze horen bij bouwen

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze week: Heijmans.

Terwijl sector na sector op slot ging, bouwde de bouw de laatste maanden vrolijk verder. Natuurlijk, waar mogelijk werd afstand gehouden, schaften ging gespreid en werk werd uitgevoerd in vaste koppels om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Maar van zware maatregelen of stilstand – denk even terug aan die vorige crisis – was geen sprake. Dit in tegenstelling tot veel landen om Nederland heen, waar de bouw wekenlang volledig stokte.

Zo kon bouwbedrijf Heijmans uit Rosmalen zowaar tevreden terugkijken op het eerste kwartaal van 2020. Omzet, resultaat en kaspositie waren hoger dan een jaar eerder, geholpen door een zachte winter waarin het werk nauwelijks stillag.

Dat Heijmans (1,6 miljard euro omzet in 2019, nettoresultaat 30 miljoen) in financieel rustiger vaarwater is beland, heeft lang geduurd. Tussen 2008 en 2017 leed het bedrijf vaak tientallen miljoenen verlies. Maar het tij is gekeerd door afstoten van buitenlandse bezittingen, meeliften op een aantrekkende economie en afsluiten van veel probleemprojecten.

Goed voorbeeld van het nieuwe beleid bij Heijmans is de omgang met het Zuidasdok, een project waarmee voor Amsterdam een nieuw grootschalig bouwfiasco dreigt na de Noord/Zuidlijn. De geplande ondertunneling van ringweg A10 en uitbreiding van NS-station Zuid gaan gepaard met onenigheid en onderschatting van de complexiteit en kosten. Heijmans liet eind maart zijn contract hiervoor met de overheid ontbinden. Het aanvaardt de hoge bouwrisico’s niet langer. Het project gaat wel door, maar de opdrachtgever knipt het nu in stukken.

„Ze moeten dolblij zijn dat ze eruit zijn gestapt”, zegt analist Andre Mulder van Kepler Cheuvreux. „Dit had een nachtmerrie kunnen worden. De Zuidas is zó volgebouwd, je moet een meter naast een ander gebouw gaan heien.”

Maar hoe lang kan Heijmans de stijgende lijn vasthouden? Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) hangen er diverse donderwolken boven de bouw. De sector, die traditioneel sterk correleert met de economische ontwikkeling, moet vrezen voor een diepe recessie, en ook door de PFAS- en stikstofdossiers sluimert de onzekerheid.

Dat levert kopzorgen op binnen het bouwbedrijf, dat met woningbouw, utiliteitsbouw, infrastructureel werk en vastgoedontwikkeling op vier fronten actief is. „Vooralsnog wandelt Heijmans redelijk relaxed door de coronacrisis”, zegt Mulder. „Financieel is het op orde en bouwprojecten liepen allemaal redelijk door. Het management is meer bezorgd over de stikstof- en PFAS-problematiek.”

Voor PFAS zijn de normen verzacht, waardoor meer bouwprojecten kunnen doorgaan. Stikstof lijkt een grotere bedreiging voor aanbestedingen op de inframarkt. „Het is wachten op een oplossing”, zegt Luuk van Beek, analist van zakenbank Degroof Petercam. „Denk vooral aan grote wegenprojecten, waarbij het heel lastig is aan te tonen dat de stikstofuitstoot er niet door toeneemt. Voor huizen zullen, gezien het enorme tekort, wel oplossingen gevonden worden om door te bouwen.”

Daarbij speelt dat de concurrentie op de inframarkt moordend is. Veel opdrachten worden gegund op prijs. „Dat zorgt voor flinterdunne marges in Nederland, omdat deze markt zo competitief is”, zegt analist Christophe Beghin van zakenbank Kempen. Hij noemt wegvallen van overheidsprojecten een „groot risico”.

Intussen liggen er ook kansen. Van Beek van Degroof Petercam: „Zeker wanneer de coronaregels soepeler worden, kunnen vastgoed- en bouwprojecten makkelijker worden uitgevoerd.”

Hij verwacht bij de halfjaarcijfers van vrijdag een „vrij steady” resultaat. „Maar in de bouw blijf je altijd afhankelijk van projectresultaten.”