Reportage

Voor hen die de dood in de ogen keken, komt de herstart in Bergamo te vroeg

Wielrennen De Ronde van Lombardije vertrok zaterdag vanuit het door Covid-19 zwaar getroffen Bergamo. „We moeten doorgaan. Deze stad geeft nooit op.”

De start van de Ronde van Lombardije was dit jaar minder feestelijk, maar toch kwamen vele honderden naar het stadscentrum om een glimp om te vangen van gemaskerde wielrenners.
De start van de Ronde van Lombardije was dit jaar minder feestelijk, maar toch kwamen vele honderden naar het stadscentrum om een glimp om te vangen van gemaskerde wielrenners. Foto Marco Bertorello/ AFP

Als de avond over Bergamo valt en een oude accordeonist zijn handen naar elkaar toe beweegt, dwarrelt er over het Piazza Lorenzo Mascheroni een theatrale romantiek die de vakantieganger doet vergeten in een stad te zijn waar vijf maanden geleden de houten grafkisten in een macabere processie van militaire voertuigen naar crematoria elders werden gereden, toen de ovens de doden niet verwerken konden.

Zij die niet met eigen ogen hebben gezien wat sterven door Covid-19 daadwerkelijk betekent, rijden zaterdagochtend vrij van trauma naar de Viale Roma, poseren voor fotografen, en stellen zich in rijen op voor de start van de 114de Ronde van Lombardije.

Voor Bauke Mollema, winnaar in 2019, is Bergamo de stad waar het zo leuk was om er met vrouw en kinderen doorheen te slenteren. Hij keek in maart met „verbazing en ontzetting” naar wat zich hier allemaal afspeelde, maar aan de vooravond van de wedstrijd is voor dat gevoel geen plaats. Dan denkt hij aan niets anders dan de koers. Van een tragedie in deze straten kan hij zich geen voorstelling maken.

Lees ook: De stilte is oorverdovend als het grootste talent van het peloton in het ravijn verdwijnt

In de jeugdige redenering van Remco Evenepoel, de Belgische topfavoriet, zullen de Italianen er heus alles aan doen om het niet tot een nieuwe uitbraak te laten komen. Hij voelt zich veilig voor de start, maar een paar uur later kan hij een bocht naar links niet houden en duikt hij over een bruggetje een ravijn in. Bekken gebroken, einde seizoen. Mathieu van der Poel staat bij „de bizarre situatie” niet te veel stil. Hij concentreert zich liever op de coronaprotocollen die ervoor moeten zorgen dat hij zijn sport kan blijven uitoefenen.

Verspreid aan het parcours

Maar er staan zaterdagmiddag ook renners met een veel zwaarder gemoed aan de start. Simone Ravanelli, geboren in Bergamo, voelt een storm aan emoties vlak voor zijn debuut. In een normaal jaar waren zijn vrienden en familie naar de start gekomen, ze zouden lachend met elkaar op de foto gaan, omdat meedoen aan de Ronde van Lombardije niet iedereen is gegeven. Nu zullen ze ergens verspreid aan het parcours staan. „Het was moeilijk, zó moeilijk”, zegt hij steeds.

Drie maanden zat hij binnen, daarna ging hij nu en dan voorzichtig weer naar buiten voor een training. Hij heeft zich alleen gevoeld in die periode, zegt hij. Nu mag hij ineens weer koersen, zo’n monumentale wedstrijd nog wel, startend vanaf zijn geboortegrond. Hij weet niet goed wat hij moet voelen. De lichtheid van zijn bestaan is voorlopig naar de achtergrond verdrongen. Even verderop staat Mattia Cattaneo, renner in Vlaamse dienst, woonachtig op nog geen kilometer van de start. Hij kan nog steeds niet doorgronden welke ellende er over zijn thuis is uitgestort. Daar is het verdriet nog te vers voor, hoewel zijn familie gespaard bleef. Het ergste vond hij die vervloekte sirenes.

Geen mens in Bergamo aan wie ze voorbijgingen, omdat het tijdens de lockdown muisstil was in de stad. Dat onheilspellende geluid trok door de muren naar binnen, door kieren in ramen, en bereikte iedereen die horen kan – vaak in bed, als het op het stilst was. Ferruccio Rota, voorzitter van de gemeenteraad, zegt achter zijn bureau in het gemeentehuis dat de mensen in Bergamo deze tragedie nog jaren bij zich zullen dragen.

Je kunt op straat zien dat de schrik er nog diep in zit. Bijna niemand die zonder mondkapje naar buiten gaat, en zij die dat wel doen zijn een regelrechte bedreiging. Daar maakt Bettineschi zich kwaad over als hij door de oude stad loopt en hij jongeren de situatie schromelijk ziet onderschatten. „Ze voelen zich onsterfelijk”, zegt hij. „Maar dit virus is echt. Ik zou willen dat we daar wat tegen konden doen. Maar het is onmogelijk om alle hangplekken te controleren.”

Hosties in de buitenlucht

Aan de rand van het Cimitero Monumentale di Bergamo, de begraafplaats waar zoveel coronaslachtoffers liggen, wordt op vrijdagnamiddag in de katholieke kerk van Ognissanti een dienst gehouden voorafgaand aan de nationale feestdag Ferragosto. Hoewel de kerk bij lange na niet vol zit, volgt een deel van de kerkgangers de dienst buiten, op gepaste afstand van elkaar, en met een mondkapje voor. De pastoor komt de hosties buiten brengen, zijn handen in plastic gestoken.

Er vielen zesduizend doden in de provincie Bergamo, en zeshonderd in de stad die in februari nog in een roes leefde. Atalanta Bergamo won op 19 februari in de Champions League met 4-1 van Valencia, in een volgepakt stadion vol uitzinnige mensen. Achteraf bleek het virus toen al rond te gaan. Een paar weken later was de sfeer in de stad volledig omgeslagen, toen het aantal positieve gevallen bleef oplopen, en ook het aantal doden.

Lees ook: Het virus, het leed, en het mooie voetbal van Atalanta Bergamo

Er brak paniek uit in Bergamo, zegt Monica Santini, ceo van het gelijknamige wielerkledingmerk, gevestigd even buiten de stad. „Omdat er een groot tekort aan medisch materiaal ontstond.” Vanuit de regering kwam de oproep aan lokale bedrijven om mee te helpen de crisis te bezweren. Santini besloot het productieproces voor het eerst sinds de oprichting in de jaren zestig om te gooien. Honderd medewerkers die normaal zeempjes aan wielerbroeken naaien en prints op shirts persen, moesten nu mondkapjes maken, op het hoogtepunt in maart zo’n 20.000 per dag.

Haar werknemers waren bang in die dagen, zegt Santini. „Maar ze hadden het gevoel te kunnen helpen in de strijd tegen het virus. Ze konden iets terugdoen, hadden een doel.” Met de daling van het aantal positieve coronagevallen nam ook de vraag naar mondkapjes af en inmiddels maakt Santini ze alleen nog voor klanten die hun eigen logo erop willen. Er liggen nog een paar dozen in het magazijn. Voor de rest is het normale productieproces weer hervat, zoals ook het gewone leven in Bergamo weer wordt opgepakt.

„We weten dat de mensen daar behoefte aan hebben, economisch gezien, maar ook psychologisch”, zegt gemeenteraadsvoorzitter Ferruccio Rota. „Wielrennen hoort bij Bergamo. Het is een sport van zelfopoffering en passie, precies zoals de mensen hier zijn. Daarom is de Ronde van Lombardije nu welkom. Dit is een kans om de stad, het land en Europa te laten zien dat Bergamo opnieuw wil beginnen, zonder te vergeten wat er is gebeurd.” Debutant Ravanelli spreekt van een wedergeboorte. „We waren de eersten die met het virus te maken kregen, en nu zijn we ook de eersten die er weer uit komen.”

Amateur en ambulancebroeder

Maar voor hen die de dood in de ogen keken, met de vingertoppen aanraakten zelfs, komt een herstart nog te vroeg. Andrea Natali (39) neemt een paar uur voor de start plaats op een terras in het centrum. Een aantal van zijn trainingsmaatjes zal aan de start staan, hij zal ze aanmoedigen. Naast verdienstelijk amateurrenner is Natali ambulancebroeder. Op zijn telefoon staan foto’s die dateren van 9 maart, waarop te zien is dat hij, slechts beschermd door een mondkapje, aan het werk moet. Door het tekort aan medisch materiaal verloor hij een collega. Zelf is hij niet besmet geraakt. Op een filmpje van een paar weken later staat Natali in een wit park, heeft hij een plastic laskap voor zijn gezicht, en laat hij zich afspuiten met een desinfecterende spray.

Er loopt een groep jongeren langs het terras. Natali vervloekt hen die deze vakantiedagen naar de discotheek gaan en denken dat het gevaar geweken is. „Het probleem lijkt nu kleiner, maar het kan overal zo weer oplaaien als mensen niet blijven nadenken. Het ligt aan ons, aan ons gedrag.”

Natali werkte op het hoogtepunt van de uitbraak in maart diensten van meer dan twaalf uur zonder pauze, reed wekenlang met loeiende sirenes van intensive-care naar intensive-care. „Ik kan de beelden nog voor me zien”, zegt hij, terwijl er een traan over zijn rechterwang zo zijn mondkapje in valt. „Op een gegeven moment moest ik een overlijdensakte bij een arts afgeven, maar ik wist niet precies waar ik moest zijn. In het ziekenhuis liep ik de verkeerde kamer in. Daar lagen twintig lijken met alleen een deken om ze af te dekken. Zo was het overal in Bergamo. Er was geen plek voor ze. Dus ja, we moeten doorgaan. De stad geeft nooit op. Maar deze Ronde van Lombardije zal anders zijn dan in andere jaren. Minder feestelijk. Want we hebben meer tijd nodig.”

Bij de start even na twaalf uur is het toch druk geworden. Vele honderden zijn naar het stadscentrum gekomen om een glimp om te vangen van gemaskerde wielrenners. Nadat ze zich een minuut stilhouden ter nagedachtenis aan al wat de voorbije maanden in Bergamo verloren ging, beginnen mensen massaal te klappen. Andrea Natali laat zijn tranen de vrije loop. „Grazie”, zegt de speaker. „Grazie Bergamo.”