Reportage

‘Een wonder dat het op het eiland zo lang goed ging’

Terschelling Terschelling bleef lang bijna coronavrij. Toen kwam er een uitbraakje op jongerencamping Appelhof. „Ik schrik er toch wel erg van.”

Jongeren die verbleven op camping Appelhof bij de veerboot naar Harlingen.
Jongeren die verbleven op camping Appelhof bij de veerboot naar Harlingen. Foto Jacob van Essen/ANP

Vanuit hun rieten tuinstoeltjes in de voortuin kijken Sytse Schoustra (69) en zijn vrouw uit op de haven van Terschelling. Eersterangs aanschouwen ze de met koffers en weekendtassen zeulende gezinnen die in een lange sliert van de boot het eiland op lopen, familie omhelzen en dan richting de fietsenverhuur snellen. Vermoeide jongeren met rugtassen, slaapmatjes en vuilniszakken om zich heen geknoopt, nippend aan hun blikjes cola en energiedrank, gaan de andere kant op, naar het vasteland. Aan hun vakantie op jongerencamping Appelhof kwam dit weekend abrupt een einde. Afgelopen week brak er onder tieners corona uit, nu stuurt de camping iedereen naar huis.

Terwijl de jongeren teleurgesteld afdruipen richting de boot, zien de eilanders hoe nog iedere dag massa’s toeristen voet aan wal zetten. „We hebben het met z’n allen altijd gezegd: het gaat een keertje los hier, het kan niet uitblijven”, zegt Sytse Schoustra. „Het is een wonder dat het nog zo lang goed ging.” Schoustra, eigenaar van koffiehuis ’t Wakend Oog, is allang blij dat er weer vakantiegangers rondlopen op het eiland, dat economisch voor het overgrote deel leeft van de toeristen. „Het is wel even schrikken, zo dicht bij huis”, bekent hij, „maar deze mensen zijn ook je brood.”

Spookeiland

Bijna alle eilanders kunnen hem dat nazeggen. Ze zijn direct of indirect afhankelijk van het toerisme, als hoteleigenaar, fietsenverhuurder, cranberryplukker of kroegbaas. Het Waddeneiland veranderde tijdens de lockdown in een spookeiland. De inwoners kwamen plotseling alleen nog elkaar tegen. „Doodeng was het hier”, zegt Schoustra. „En economisch was het een vreselijke tijd.”

Het eiland telt zo’n 5.000 vaste bewoners, maar is ingericht op de 20.000 mensen die er gemiddeld ronddwalen. Er zijn vijf supermarkten, restaurants zover het oog reikt, discotheken, campings en hotels. Zonder toerisme is er geen Terschelling, weten de eilanders maar al te goed. De drukte die dat nu met zich meebrengt, nemen de meesten graag voor lief.

Het wijzende vingertje blijft dan ook uit, zowel naar de jongeren als naar Appelhof. „Dit zijn allemaal jongens en meiden onder de achttien, die hoeven zich niet aan dat anderhalvemeterverhaal te houden”, zegt Schoustra. „En ze laten zich ook nog eens braaf testen.” Jan Elkhuizen (48), werkzaam in de cranberryfabriek en verhuurder van twee huisjes op het eiland, vindt het onterecht dat de jongeren de zwartepiet toegespeeld krijgen. „Ik snap het wel, want ze zijn nogal aanwezig op het eiland. Maar ze hebben officieel geen regels overtreden. We zijn met z’n allen een beetje in slaap gesust en nu wordt de jongelui van alles verweten.”

Jongeren doden de tijd met een kaartspel in afwachting van hun vertrek van de populaire jongerencamping Appelhof. Foto Jacob van Essen/ANP

Terpstra en Appelhof, de twee jongerencampings op Terschelling, zijn voor veel tieners dé plek waar ze hun eerste vakantie zonder ouders beleven. Die bestaat doorgaans uit feesten in de discotheek tot in de vroege uurtjes, laat in de middag zwetend de tent uitrollen, bier drinken en de lege kratjes opstapelen tot reusachtige torens.

Camping Terpstra waagde zich er dit jaar niet aan. Om de kans op coronabesmettingen te verkleinen werd de jongerencamping omgebouwd tot gezinscamping. Appelhof nam dat risico wel, en afgelopen week ging het mis. Acht jongeren bleken besmet met het coronavirus. Zo’n tweehonderd tieners die óók op Appelhof stonden en door het feesten met een kuchje of een zere keel rondliepen, meldden zich de dag na het nieuws bij de speciaal opgetuigde teststraat op het eiland. De volgende dag waren dat er nog eens driehonderd. Ook het campingpersoneel en de medewerkers van de Jumbo om de hoek werden getest. Aanvankelijk werd één besmetting gemeld. Op zondag bleek dat in totaal veertien personen die op Appelhof waren geweest, positief zijn getest.

„Ik schrik er toch wel erg van”, bekent een 65-jarige inwoonster van het dorpje Midsland met tranen in haar ogen, hoewel het hogere aantal dan nog niet bekend is. „Eerder dit jaar was je toch wel heel blij dat je op dit eiland woonde, juist omdat hier geen corona was.” Maar ondertussen vindt ze het „prachtig” dat de toeristen er weer zijn, voor de welvaart van het eiland. Ook de jongeren zijn wat de bewoners betreft altijd welkom, ook nu. Het zijn de mensen die door hun goede herinneringen aan hun jeugdvakantie later terugkomen naar het eiland.

Bovendien komen de jongeren van de camping haast niet in contact met de bewoners, weet Elkhuizen. „De Appelhof is een eilandje op zich”, zegt hij. „Mensen van hier hebben daar niets te zoeken, en andersom heeft de jeugd geen geld om fietsen te huren. Ze hangen op de camping of op het strand en dan houdt het wel weer op. Hun cirkeltje is niet zo groot.”

Stampvolle supermarkten

Toch komen bewoners en toeristen elkaar onvermijdelijk tegen op het drukke eiland. Die plekken waar hun paden kruisen baren de bewoners wel degelijk zorgen. „Ze moeten absoluut de taxichauffeurs controleren”, zegt Elkhuizen. „want jongeren gaan veel met de taxi.” Ook de te smalle fietspaden en vooral de stampvolle supermarkten wekken ergernis bij de bewoners: het is er té druk om op gepaste afstand boodschappen te doen, klinkt het.

Gezinnen komen er gezellig met z’n allen boodschapjes doen. Jongelui struinen met groepen van zeven man door de supermarkt om ieder één croissant te halen. „Dit is de meest verschrikkelijke supermarkt ooit!”, roept een eilander tegen een vriendin. „Ze hebben véél te veel mensen binnengelaten.” De eilanders zijn niet anders gewend in het hoogseizoen. Maar nu is er corona. „We hebben maar vijf supermarkten, en overál is het stampvol”, zegt Elkhuizen.

Het vakantiegevoel maakt mensen nonchalant, merkt Michel Aaldering, directeur van de VVV van het eiland. Toeristen moeten er regelmatig op aangesproken worden dat ze óók op het eiland in hun eentje naar de supermarkt gaan, een mondkapje moeten dragen op de boot en afstand houden. „Ze stappen hier van de boot en denken: eindelijk, vakantie. Dat is het echte eilandgevoel”, zegt hij. „Ook hier geldt: doe alsof je thuis bent. Voel je welkom, maar houdt je aan dezelfde regels als thuis.”

Lees ook: Een campagne moet studenten bewuster maken van corona