Reportage

De stilte is oorverdovend als het grootste talent van het peloton in het ravijn verdwijnt

Wielrennen Remco Evenepoel was favoriet voor de eindzege in de Ronde van Lombardije, maar de 20-jarige Belg viel in een afdaling van een viaduct. De Deen Jakob Fuglsang won de Italiaanse klassieker.

De Belgische renner Remco Evenepoel wordt verzorgd na zijn val van een viaduct.
De Belgische renner Remco Evenepoel wordt verzorgd na zijn val van een viaduct. Foto Marco Bertorello/AFP

Ineens zoomt de Italiaanse regie in op een fiets die geparkeerd staat tegen een stenen bruggetje na een scherpe bocht naar links. Niemand weet precies waarom. De Ronde van Lombardije is al even geleden ontploft, er is een beslissende schifting ontstaan, en nu duiken zeven renners zonder angst en besef van tijd de afdaling na de top van de Colma di Sormano in, een beruchte weg met scherpe, onoverzichtelijke bochten en een kruimelig wegdek. Stuurfoutje en het is gedaan met je. In het recente verleden klapten hier al renners over de vangrails.

Aan de finish in Como niets dan consternatie. Van wie is die fiets? Een amateurrenner die daar stond te kijken? Een valpartij is niet live in beeld gebracht, en de koers gaat gewoon door. Koppen tellen dan maar. Er gaan nog maar zes renners aan kop, waar is nummer zeven? Terug naar de brug, verder inzoomen op die fiets. Klein frame, laag zadel. Verder kijken onder het zadel, daar zit het kaderplaatje, met het startnummer. Nummer 111, Remco Evenepoel. Maar waar is de renner die hoort bij de fiets?

In de volgwagen van Deceuninck-Quickstep worden ze gek. Op de koersradio horen ze iets als „chute numéro 111, Remco Evenepoel”. Maar ook daar hebben ze geen live beelden gezien. Het zal met gierende banden en hevig claxonnerend door de haarspeldbochten gegaan zijn, zo snel mogelijk naar Evenepoel toe. Vloekend, tierend. Uitgerekend hij, de grote man voor deze Ronde van Lombardije. Hij kon ’m bijna niet verliezen – ja, van zichzelf. Maar de ploeg had het parcours tot in het kleinste detail verkend, twee keer zelfs.

Daags voor de wedstrijd blaakte Evenepoel van het zelfvertrouwen. Nooit eerder had hij een wedstrijd zó goed voorbereid. Hij lachte vol bravoure, liet zich ontvallen de startlijst niet eens te hebben bekeken, kon hem het schelen wie zijn concurrenten waren. Hij is de man van het moment, won vier etappekoersen op rij, ofwel alle waar hij aan de start verscheen. In de Ronde van Polen, vorige week, reed hij de rest van het peloton op bijna twee minuten. Ongezien in het hedendaagse wielrennen. En ook nu, onderweg naar de top van de Colma di Sormano, met stukken tot 30 procent, fietste hij, twintig jaar oud, met de allerbesten van de wereld mee omhoog. Alles crescendo, tot hij in het luchtledige verdween.

Groepje breekt in stukken

Eindelijk komt de Italiaanse televisie met een herhaling. Van bovenaf wordt zichtbaar dat het groepje van zeven in stukken breekt. Het is Vincenzo Nibali die zijn collega-renners niet voor het eerst in een afdaling onder druk zet. Hij wordt gezien als een van de beste dalers van het peloton. Kiest strakke lijnen, remt op het allerlaatste moment, of helemaal niet. Angst om te vallen kent de Siciliaan niet.

Er gebeurt iets rechtsboven in beeld, een renner buitelt voorover, maar niet meteen duidelijk is om wie het gaat. Er moet een digitale loep aan te pas komt om te zien dat Remco Evenepoel in pas zijn tweede jaar als profwielrenner de bocht naar links over het bruggetje niet kan houden, vol in de remmen moet, met zijn voorwiel tegen een muurtje op rijdt, en voorover het ravijn in stort en uit het zicht verdwijnt. In Como is de stilte oorverdovend.

Niemand weet hoe diep het gat is waar Evenepoel naar beneden is gevallen. Vijf, tien, twintig meter? Dieper nog? Hebben die bomen daar zijn val kunnen breken? Of is hij in één klap naar beneden gestort? Overleef je zoiets? Minutenlang geen enkele beweging aan het bruggetje. Motoren van de organisatie stoppen er, er wappert iemand met een rode vlag om andere renners te waarschuwen voor gevaar. Wat er vooraan de race gebeurt, is niet belangrijk meer. De Ronde van Lombardije wordt volgend jaar heus weer verreden. Waar het om gaat is het lot van Remco Evenepoel.

In de bocht parkeert een ambulance, de broeders laten zich via de zijkant van de helling glijden. Inmiddels is Davide Bramati ook bij de plek van het ongeluk aangekomen, de Italiaan is de ploegleider van Evenepoel. Hij springt zo snel van de helling af dat hij uren later nog staat te trekkebenen.

Evenepoel ligt tussen de bomen in de foetushouding op de grond. Hij is bij kennis, kan praten, maar heeft veel pijn aan de rechterkant van zijn lichaam. Mensen van zijn ploeg houden zijn hand vast, zijn gezicht is lijkbleek geworden. Om zijn nek gaat een brace, hij wordt op de brancard gehesen en naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gereden. Zijn vader en vriendin, zaterdagochtend nog vrolijk door startplaats Bergamo paraderend met een mondkapje van zijn eigen kledinglijn om neus en mond, haasten zich ook naar het Sant’Anna- ziekenhuis in San Fermo, vlak bij Como.

Toeterende buschauffeur

Ondertussen is de Ronde van Lombardije beslist, in het voordeel van Jakob Fuglsang, de Deen die een week geleden in de vierde etappe van de Ronde van Polen nog bijna twee minuten van Evenepoel aan zijn broek kreeg. Het is de tweede monumentale klassieker die Fuglsang wint, na Luik-Bastenaken-Luik vorig jaar. George Bennett uit Nieuw-Zeeland wordt tweede, de Rus Aleksandr Vlasov derde. Op een voor publiek afgesloten parkeerplaats aan het Comomeer gaan leden van Team Astana uit hun dak. De buschauffeur toetert alsof hij vandaag gewonnen heeft.

De Deen Jakob Fuglsang, winnaar van de Ronde van Lombardije. Foto Marco Bertorello/AFP

Momenten later stuurt ploegleider Bramati de parkeerplaats op. Hij verschijnt in tranen aan de dranghekken, is zich voor de tweede keer binnen twee weken tijd verloren geschrokken. Eerst Fabio Jakobsen, die een doodsmak maakte in Polen nadat hij door Dylan Groenewegen uit balans werd gebracht, en nu Remco Evenepoel, voor wie hij even vreesde toen hij aan de elektronica in de ploegleiderswagen zag dat de data van zijn renner stopte. Zijn fiets bewoog niet meer. Dan moest hij gevallen zijn. En dat was zo.

„We hebben weinig geluk gehad de laatste weken, of juist veel, het is maar net hoe je het ziet”, zegt Bramati, 52 jaar, oud-renner. „Dit was niet fijn na het ongeluk met Fabio. Wéér een renner zonder fiets. Dat is niet goed. Volgend jaar ga ik de Ronde van Lombardije niet meer vanuit de auto volgen. Want dit is niet leuk voor een ploegleider. Ik ga wel mee als verzorger, bidons uitdelen.”

Herhaling van 2017

Bramati maakte al een keer eerder mee dat een van zijn renners in de afdaling van de Colma di Sormano in een ravijn stortte. Dat was de Belg Laurens De Plus, in 2017, „een bocht eerder”, zegt hij. Ook landgenoot Jan Bakelants viel toen. Een jaar later was het gat in de vangrails nog altijd zichtbaar. Schande sprak men daarvan, dat de organisatie dat níét gerepareerd had. Bakelants was lange tijd geblesseerd, De Plus hield slechts een kleine breuk aan zijn knieschijf over aan de crash. Mentaal had hij er langer last van. Vlak voor hij het ravijn indook, vreesde hij heel even voor zijn leven. Bramati vindt de afdaling niet te gevaarlijk. „Er gebeurt hier wel vaak wat ja. Maar goed, vallen hoort bij wielrennen”, zegt hij.

Achter Bramati parkeert de Belg Pieter Serry zijn fiets. Hij kijkt aangeslagen, zag net als iedereen de fiets met kleine framemaat tegen het muurtje staan toen hij zelf nog naar beneden moest. Hij kan nu alleen maar hopen dat zijn piepjonge ploegmakker, het grootste talent van het peloton, het er zonder al te grote kleerscheuren vanaf brengt.

Eén minuut voor acht wordt bekend dat dat niet het geval is. Evenepoel heeft zijn bekken gebroken, en zijn longen zijn gehavend. Het seizoen is voor hem voorbij.