Opinie

Met ‘leesplezier’ krijg je kinderen niet aan het lezen, zet in op boekenstraf

Taalvaardigheid In de strijd tegen ontlezing wordt ingezet op ‘leesplezier’. Maar dat schiet niet op, constateert .
Een Nederlands jongetje leest aan het strand in Venetië.
Een Nederlands jongetje leest aan het strand in Venetië. Foto ANP

In 2016 bekladden vijf tieners (twee wit, drie van andere etnische afkomst) een gebouw in Virginia, Amerika, met hakenkruizen en seksistische en racistische leuzen. In dat gebouw kregen Afro-Amerikaanse kinderen onderwijs. Toen tijdens de rechtszaak duidelijk werd dat de tieners geen benul hadden van de historische betekenis van het hakenkruis, oordeelde de rechter dat ze twaalf maanden lang verplicht één boek per maand moesten lezen, en daar een boekverslag van moesten maken. Ze lazen onder meer De vliegeraar van Khaled Hosseini, Nacht van Eli Wiesel en The Color Purple van Alice Walker.

De rechter, mevrouw Rueda, die opgroeide in Mexico, vertelde in een interview dat zijzelf op jeugdige leeftijd aan het lezen was gezet door een betrokken bibliothecaresse. Zonder haar inbreng had ze wellicht nooit de boeken van Leon Uris (over de gevolgen van de jodenvervolging) en Alan Paton (over apartheid in Zuid-Afrika) gelezen.

Het verhaal, destijds opgetekend door de New York Times, werd wereldwijd door verschillende kranten overgenomen. Ondanks de positieve resultaten (geen recidive) kan ik me geen andere gevallen herinneren van opgelegde leesstraf. Jammer, want het maakt in een klap duidelijk waarom lezen ertoe doet. Dankzij boeken doe je kennis op, krijg je een (ander) perspectief op de wereld, verbind je je met personages, kom je voor ethische dilemma’s te staan, ontwikkel je stilistisch vernuft.

Zorgelijke situatie

Ruim een jaar geleden publiceerde de Raad voor Cultuur in samenwerking met de Onderwijsraad het rapport LEES! Een oproep tot een leesoffensief. De situatie in Nederland is zorgelijk. Jongeren lezen wel, maar vooral korte teksten op schermen. Het vermogen tot ‘diep’ lezen neemt af en heeft plaats gemaakt voor ‘skimmen’, fragmentarisch scannend lezen. De gevolgen zijn alarmerend: een op de vijf jongeren dreigt laaggeletterd te worden. Het rapport maakt duidelijk dat de laaggeletterdheid de samenleving miljoenen gaat kosten, en dat het functioneren van het individu in gevaar komt wanneer die zijn verbeeldingskracht en kennis niet ontwikkelt. In een internationaal vergelijkend onderzoek naar lezen van vijftig deelnemende landen bungelt Nederland op de voorlaatste plaats. De oorzaak? Nederlandse jongeren lijken geen tot weinig plezier te beleven aan lezen. Daarom pleit de Raad voor Cultuur voor een leesoffensief. De strijdbare taal van de titel strookt met de verdere inzet en intentie van het rapport om in te zetten op plezier. Plezier, dat kan, zo stelt het rapport, door kinderen aan te moedigen ook sportboeken, thrillers voor de jeugd en graphic novels te lezen; ook het aanstellen van leesconsulenten helpt om een leescultuur te bevorderen.

Hoewel corona een uitgelezen (pun intended) gelegenheid bood om meer te lezen, is de situatie niet verbeterd. Socialemediagebruik nam tijdens de lockdown toe, de jeugd bracht TikTokkend haar dagen door.

Ook ik kan hier een enthousiast pleidooi houden voor dat leuke lezen, maar de ontlezing woont bij mij in huis en ik kan u zeggen: het leuk vinden van lezen is geen garantie voor meer of diep lezen. Mijn dochter heeft tijdens corona thuis twee (!) boeken in een ruk gelezen, een uit zichzelf (Zach King) en een omdat het van mij moest (Een meisje op Schindlers List). Ze vond het „heel leuk” en ging vervolgens weer blijmoedig over op de TikTok-orde van de dag.

De urgentie van lezen

Aan een rolmodel ligt het niet, want je struikelt over boeken in ons huis, al lees ook ik, eerlijk is eerlijk, minder boeken door schermgebruik. Tijdens de vakantie las ik licht, namelijk de thriller Camino Winds van John Grisham. Het leuke (pardon) aan de Camino-serie is dat een flamboyante boekhandelaar de hoofdrol speelt en de thrillers op twee niveaus gelezen kunnen worden: de literatuurkenner lacht ook om de literaire verwijzingen. In Camino Winds komt een tweederangs schrijver in een tropische storm om het leven, en zijn laatste nog te publiceren boek blijkt van zijn harde schijf verdwenen. De boekhandelaar vermoedt moord, het onafgemaakte boek moet opgespoord. Dat boek blijkt (let op: spoiler) te gaan over dementie en miljoenenfraude bij de farmaceutische industrie – waarvan ik mij dagenlang serieus heb afgevraagd (nog steeds eigenlijk) of het wel allemaal verzonnen was. Ik vertelde mijn dochter over het boek, en ze vroeg zich af of dit betekende dat ik als schrijver een gevaarlijk beroep had. Haar nieuwsgierigheid was gewekt, ik zag een kans om als leesofficier toe te slaan.

Onlangs luisterde ik een podcast met Maxim Februari die de urgentie van lezen voor mij nog eens onderstreepte. Toen zijn partner stierf, realiseerde hij zich dat het niet alleen maar het sterven was van een mens, maar dat met zijn echtgenote ook een hele boekenkast en kennis van de Germaanse cultuur voorgoed weg was. Als straks de laatste lezers dood zijn, waar blijft dan alle kennis? Als mijn dochter niet leest, hoe bouwt ze dan haar innerlijke bibliotheek op, haar moraal, haar referentiekader?

Weg met ‘leuk’

Tijdens het lezen van LEES! werd ik somber, want het probleem van ontlezing zit dieper. De talenstudies zijn afgekalfd en daarmee het literatuuronderwijs. Ik wil bovendien niet dat kinderen lezen, omdat het ‘leuk’ is, mijn ambitie ligt hoger. Ik wil dat ze twee keer geboren worden als lezer: de eerste keer als kind, als ze ondergedompeld worden in spannende of magische werelden, en de tweede keer als esthetische lezer, die oog krijgt voor stijl, vorm, schoonheid, fictie, non-fictie, genre. The Color Purple is niet alleen een roman over de emancipatie van zwarte vrouwen, het is óók een negentiende-eeuwse briefroman in een modern jasje. Wie literatuur leest, leert over geschiedenis, sociologie, psychologie, feminisme, intertekstualiteit én stilistische schoonheid.

Tijd voor het echte offensief dus, weg met al dat ge-leuk. Vraag kinderen in de klas wat een hakenkruis betekent, deel meteen boeken uit voor straf als ze het niet weten. Ze mogen geen scherm meer aanraken totdat het leesverslag af is. Ruzie met uw partner? Leg elkaar een boekenstraf op, daarna in gesprek. Lezen is geen hobby voor de vrije tijd, het is noodzaak voor een menswaardige samenleving. Lezen, dat is niet (alleen) omdat we het leuk vinden, maar omdat het móet. Straf me, geef een boek.

Correctie (18 augustus 2020): eerder werd in dit artikel verwezen naar een column van Maxim Februari, waar het een podcast met hem betrof. Dat is aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.