Reportage

Ze overleefden corona. Maar toen moest het herstel nog beginnen

Herstellen na corona NRC volgde drie patiënten die de IC ternauwernood overleefden en daarna langzaam van corona herstelden in Hoensbroek. Over pijn, slapeloosheid, stemproblemen, zelfoverschatting en doodsaanvaarding – en dan toch door willen omdat je je dochter piano hoort spelen.

Marij Nieuwkamer (57) herstelt van corona in revalidatiecentrum Adelante. Ze lag zeventig dagen op de IC.
Marij Nieuwkamer (57) herstelt van corona in revalidatiecentrum Adelante. Ze lag zeventig dagen op de IC. Foto John van Hamond

Antoine Platen loopt op 8 juni kleine stukjes tijdens fysiotherapie in een van de oefenzalen van revalidatiecentrum Adelante in Hoensbroek. Twee keer zeventig meter. Een afstand van niks, maar een mijlpaal na wat de gepensioneerde jurist is overkomen. En als de 67-jarige ex-coronaptiënt uitrust van zijn inspanningen, ziet hij om zich heen de zwaardere gevallen. Zoals een lotgenoot die last heeft van een klapvoet. Bij elke stap lijkt hij door zijn enkel heen te zakken.

Voor Maastrichtenaar Platen en zijn vrouw Petra (59) wordt op 21 maart duidelijk dat ze corona onder de leden hebben. Waar ze het opliepen, is onduidelijk. Antonie heeft het het ergst te pakken. Op 22 maart heeft hij 39,6 graden koorts. Op 23 maart belt hij met de huisarts. Die zegt dat hij gerust vier paracetamol per dag kan nemen. Twee dagen later vraagt Platen om een ambulance. De koorts wil niet weg. Hij ademt steeds zwaarder.

In het MUMC+, het academisch ziekenhuis in Maastricht, gaat hij in twee dagen tijd van de normale afdeling naar medium care naar intensive care. Daar wordt hij in slaap gebracht en blijft hij vijf weken onder zeil. Het spant er een aantal keren om. Hij ademt tweeënhalf keer zo snel als normaal. Zijn bloeddruk loopt op enig moment op tot boven de tweehonderd. Even lijkt hij zelfs het slachtoffer van een hersenbloeding. „Ik heb de klink van de hemelpoort in mijn handen gehad.”

Platen wordt naar eigen zeggen gered door zijn dochters. Al voor hij corona kreeg, vertelden ze hem dat ze eind dit jaar beiden moeder worden. Tijdens zijn coma praten zijn dochters op hem in, dat hij opa wordt, van jongetjes, zoals inmiddels bekend is. Antoine Platen overleeft het.

Maar dan moet het herstel beginnen.

NRC volgde de afgelopen maanden drie coronapatiënten tijdens en na hun opname in revalidatiecentrum Adelante in Hoensbroek, vlak bij Heerlen. Adelante (Spaans voor ‘vooruit’), gehuisvest in een hagelwit gebouwencomplex, heeft van april tot augustus 105 coronapatiënten behandeld, van bijna-dertigers tot bijna-tachtigers. Wat de tijdelijke en blijvende klachten van de nieuwe ziekte zijn, wordt pas gaandeweg duidelijk; het is moeilijk te voorspellen in hoeverre patiënten de oude worden.

Overschatting

Platen kan zijn rechterarm niet bewegen als hij in Hoensbroek binnenkomt. Maar daar komt met hulp van de fysiotherapeut snel verandering in. Hij zegt bovendien baat te hebben bij meditatie: daar deed hij al aan vóór corona. „Het geeft rust. Twintig minuten staat gelijk aan zes uur slapen”, beweert hij. Ook bij Adelante probeert hij dagelijks te mediteren. „Pijn kun je voor een deel wegdenken.”

Voor thuis stelt hij zich al doelen. „Ik hoop straks weer op 90 à 95 procent van mijn oude niveau te functioneren. En ik hoop weer snel eten te kunnen koken. Dat is een hobby. En het is fijn als mijn vrouw na lange werkdagen zo kan aanschuiven.”

Als hij Adelante op 18 juni verruilt voor thuis, hangen er ballonnen en welkomst-teksten. Werk van zijn vrouw – die ook behoorlijk ziek werd maar niet opgenomen hoefde te worden – en zijn dochters. Het voelde feestelijk, na drie maanden afwezigheid. „Alleen de rolstoel in de hoek van de huiskamer beviel me niet. Die wilde ik meteen naar de garage hebben.” In de eerste weken gebruikt hij alleen een rollator, die hij daarna ook naar de garage verbant.

Platens positivisme leidt geregeld tot overschatting van eigen kunnen. Van het voorgenomen koken komt het niet. Hij schilt aardappelen, maar een pan met kokend water is te zwaar. Zijn vrouw doet het nu. Ze is toch thuis, noodgedwongen: de nasleep van haar corona zorgen voor vermoeidheid en frustratie. Petra: „Normaal ben ik de eerste om te roepen: niet zeuren, aan het werk. Nu zit ik zelf al maanden thuis.” Antoine vindt het prettig haar om zich heen te hebben. Samen werken aan herstel is minder eenzaam. Al baalt hij ook dat het langzaam gaat. „Van dag tot dag lijkt het niets. Maar over een hele maand zie je progressie.”

Soms lijkt het zelfs weer de verkeerde kant op te gaan. Eind juni blijkt zijn galblaas ontstoken. Met een recente brief van het ziekenhuis in gedachte vreest hij het ergste: daarin werd gesproken van een mogelijke besmetting met de gevaarlijke VRE-bacterie, die bij verzwakte patiënten lastig te behandelen is. Onderzoek wijst uit dat hij niet is besmet.

Eerder in juni gaat het fout bij de fysio. Platen en zijn vrouw oefenen met balans-egels; halve bollen om het evenwicht op te trainen. Alles gaat prima, tot Platen een oefening moet doen met zijn ogen dicht. Hij valt achterover, op een krukje dat daar staat. „Ik had zomaar mijn nek kunnen breken.” Het blijft bij een snee in zijn hoofd, en een paar dagen pijn en moeilijk zitten en lopen. „Maar het was wel schrikken.”

Antoine Platen (67) mag naar huis, voor verdere revalidatie.
Foto John van Hamond
Antoine Platen (67) mag naar huis, voor verdere revalidatie.
Foto John van Hamond
Antoine Platen (67) mag naar huis, voor verdere revalidatie.
Foto John van Hamond

Adelante behandelt in de eerste maanden van dit jaar de gebruikelijke patiënten: mensen die weer zo goed mogelijk willen functioneren na een ongeval, een ernstige hartaandoening, een herseninfarct, een dwarslaesie, een zware oncologische behandeling. Ze komen uit Limburg en Oost-Brabant, vaak voor poliklinische behandeling, soms voor opname. De eerste stappen maken ze in het zorgcomplex. Daaromheen ligt een glooiend park dat zich prima leent voor oefeningen in de buitenlucht.

Media berichten intussen over een nieuw virus. Het waart rond in China en in Italië, ver weg. Maar eind februari duiken de eerste coronagevallen op in het Duitse Selfkant, net over de grens. En kort daarna in Noord-Brabant. „Toen was wel duidelijk dat het virus ons gebied niet zou overslaan”, zegt Yvette van Horn, revalidatiearts en lid van de raad van bestuur van Adelante. „We zijn gaan aftasten: wat kunnen wij betekenen? Gaan ziekenhuizen straks naar ons doorverwijzen? Dat wilden ze inderdaad. Voordat we konden beginnen was het essentieel dat er voldoende beschermingsmiddelen zouden zijn voor het personeel, zoals mondkapjes en kleding.” Toen er genoeg was voor de eerste weken, was Adelante klaar voor patiënten.

Samenraapsel van medewerkers

Informatie uit China en Italië geeft enige indicatie over wat voor soort patiënten Adelante kan verwachten. Maar over de revalidatiebehoefte moet – uiteraard – nog veel duidelijk worden. Het team van de corona-afdeling wordt noodgedwongen een samenraapsel van medewerkers van andere afdelingen. Op sommigen wordt een klemmend beroep gedaan vanwege hun specifieke deskundigheid als revalidatiearts of fysiotherapeut. In alle gevallen gaat het op basis van vrijwilligheid. Van Horn draait de eerste weken zelf ook mee.

Verpleegkundige Jos Bloemen heeft op 12 maart haar laatste werkdag. Ze wil gaan lopen naar Santiago de Compostela, maar net als haar wandelsabbatical begint, wordt de omvang van de coronacrisis in Europa duidelijk. Van haar pelgrimstocht gaat onder deze omstandigheden niks komen. Ze belt met Adelante. Ze wil werken – op de corona-afdeling.

Revalidatiearts Peter Muitjens bespreekt de deelname aan het coronateam uitvoerig thuis. Zijn vrouw werkt op een IC. Ze vertellen hun drie kinderen dat ze beiden ziek kunnen worden, en dat meedraaien in het team betekent dat ze de eerste maanden niet op familiebezoek gaan, feestjes overslaan en dat er geen vrienden van de kinderen over de vloer kunnen komen. De kinderen staan achter het besluit.

Fysiotherapeut Paul Dobbelsteijn combineert zijn baan bij Adelante met mantelzorg voor zijn vader. Hij doet toch mee aan het coronateam. Hij slaapt de eerste weken in een andere kamer dan zijn vrouw „in het kader van risicospreiding”.

Tijdens een scholing van een paar dagen bereidt Adelante met het MUMC+ de groep – dertig medewerkers – voor op wat ze kunnen verwachten. Een tweede en derde team krijgen ook zo’n stoomcursus, voor het geval er meer handen nodig zijn of mensen uit de eerste ploeg uitvallen.

Het complex van Adelante. Foto John van Hamond

En dan, vanaf begin april, komen de patiënten binnen. Zoals Antoine Platen. En Chris Lindelauf (57), uit het Brabantse Budel.

Lindelaufs vrouw, Ingrid Meurkens (47), kiest eind 2019 een goedkopere ziektepolis voor het gezin. Waarom veel betalen voor meer dan negen fysiotherapiebehandelingen als je nooit wat mankeert?

Op 7 maart 2020 gaan Chris Lindelauf en Ingrid Meurkens met drie bevriende stellen kegelen en eten in een „lekker oubollig café” in Budel. De kegelkelder is zo’n benauwde ruimte dat er wat lollige opmerkingen vallen over corona. Na het kegelen wonen de vier paren een concert bij in dezelfde kroeg.

Lees ook een reportage van eind februari over carnaval in Tilburg. Over ‘coronapret’ en keiharde wind.

Of ze het virus in het café oplopen, zal nooit helemaal duidelijk worden, maar feit is dat zeven van de acht vrienden ziek worden in de weken daarna. Drie belanden in het ziekenhuis. Nummer acht, die zelf gezond blijft, verliest binnen vier dagen beide ouders aan het virus.

Meurkens en Lindelauf raadplegen hun huisarts. „Uitzieken”, luidt diens telefonisch advies. Maar op 20 maart is Lindelauf zo benauwd dat hij terugbelt. Naar het ziekenhuis in Weert, adviseert de huisarts. Lindelauf belandt op de ic. Op 22 maart brengen artsen hem in slaap en schuiven ze een buis in zijn luchtpijp voor kunstmatige beademing (intubatie). Hij wordt daarna een paar keer verplaatst, van het St. Jans Gasthuis in Weert naar het MUMC+ in Maastricht en van daaruit naar het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven.

In de ruim drie weken dat Lindelauf in slaap gebracht op de IC ligt, is de toestand kritiek. Lindelauf herinnert zich er weinig van. „Maar wel dat ik de dood op een zeker moment had geaccepteerd, dat ik het leven had losgelaten.”

Als het ziekenhuis het ergste vreest, wordt Meurkens, die inmiddels weer iets is opgeknapt, bij haar man geroepen. „Toen ik naast hem stond, leek het alsof de ziel al weg was. Zoals je dat bij overledenen ziet. Maar kennelijk wilde het lichaam toch door.” Volgens Lindelauf heeft dat te maken met de telefoonopname van het pianospel van een van hun twee dochters: „Dat is mijn enige andere herinnering uit die weken.” Detuberen lukt pas bij een derde poging, en na het aanleggen van een trancheostoma, een snee in de hals die aansluiting op een beademingsapparaat mogelijk maakt.

Waan over complotten

Lindelauf, bedrijfsleider bij een metaalbedrijf, had vóór corona volle werkdagen en liep geregeld een uurtje hard. Nu verloopt het herstel moeizaam. Op de IC geldt hij als een moeilijke patiënt. „Ze wilden me maar van het bed naar de stoel krijgen. Maar ik was vooral moe, had genoeg aan mezelf. In het begin had ik ook allerlei wanen over complottheorieën.” Hij wilde weg, terwijl hij immobiel was. En om te voorkomen dat hij steeds alle slangen en draadjes lostrok, moest Lindelauf worden gefixeerd. Ingrid Meurkens: „Chris was Chris niet. Ik kreeg vragen van het personeel: of hij altijd zo opstandig was? En leed hij vaker onder paniekaanvallen en depressiviteit? Ze vonden dat hij niet aan zijn herstel wilde werken.” Normaal was Lindelauf geen negatieve man. Nu bekent de Brabander dat hij het kort na zijn detubatie echt niet zag zitten. „Ik dacht dat ik nooit meer thuis zou komen.”

Op 19 april verhuist Lindelauf naar Adelante. „Langzaam maar zeker kon ik een beetje trippelen met een rolstoel. Ik had veel slijmproductie. Als ik hoestte, zat Ingrid soms helemaal onder.”

Na een tijdje kwam een mentale omslag: „Ik dacht: ik kan hier wel een beetje down gaan zitten wezen, maar ik wil naar huis.” Dat ziet Marianne van der Zijden, GZ-psycholoog op de corona-afdeling bij Adelante, bij veel patiënten.

Lees ook: ‘Tijdens corona heb ik een heel nieuw leven bedacht’, over het herstel van coronapatiënt Jan van Veen

„Ze zijn gericht op fysiek herstel. Als psycholoog ben je ondertussen alert op symptomen van post-traumatische stress-stoornis. Zowel gesprekken als observaties zijn daarbij belangrijk.”

Chris zat niet te wachten op verhalen over hoe het was. Die wilde vooruitkijken.

Chris Lindelaufs, ex-corona patient

Lindelaufs grote probleem was slikken. „In mijn mond en keel was veel beschadigd. Ik was bang om te stikken. Ze probeerden het eindeloos met een theelepeltje en wat water. Het lukte dankzij een verpleger. Die haalde gekkigheid met me uit en praatte honderduit. Terwijl ik daardoor werd afgeleid, slikte ik voor de eerste keer. Daarna konden de sondevoeding en de tracheostoma al snel weg en kon ik op 23 mei uiteindelijk naar huis. Mijn vrouw wilde dat ik op de eerste verdieping zou slapen vanwege de trappen. Maar ik heb me vanaf dag één naar onze slaapkamer op zolder gesleept.”

Ingrid Meurkens vond ook de periode na thuiskomst zwaar. „Je wil je verhaal kwijt, over wat er allemaal is gebeurd. Maar behandelaars raadden aan om dat gefaseerd te doen. Chris zat helemaal niet te wachten op verhalen over hoe het was. Die wilde vooruitkijken.”

Op een avond eind juni vraagt Isa Lindelauf haar vader Chris of ze hem de foto’s van de IC mag laten zien. Hij stemt toe. „Ik had nog niets gezien. Heftig! Niet om mezelf zo te zien, maar een meisje van zeventien helemaal alleen in een koud, kil ziekenhuis met volop apparatuur en een vader die er voor dood bij ligt.”

Tranen komen er wederom bij een bezoek aan het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven, drie dagen later. Het ziekenhuis heeft Lindelauf en zijn vrouw uitgenodigd. Of ze de IC nog een keer willen zien. Ziekenhuismedewerkers zien de voormalige patiënt binnenwandelen. Lindelauf: „Je zag hun blijdschap. Als velen het niet redden, is het fijn om zo’n succesje te zien aankomen. We maakten grappen. Dat ze de patiënt uit kamer 8 er maar even uit moesten halen. Want dat was míjn kamer. Toevallig was-ie al helemaal leeg. De intensivist nam wel een uur de tijd voor ons. Hij vertelde dat ik er twee keer echt heel slecht bij had gelegen. Natuurlijk wisten we dat, maar toen hij het zo duidelijk benoemde, schoten we allebei vol.”

Chris Lindelauf in juni. Weer thuis, maar nog kilo’s onder zijn normale gewicht. Zijn gewrichten blijven pijn doen.
Foto John van Hamond
Chris Lindelauf in juni. Weer thuis, maar nog kilo’s onder zijn normale gewicht. Zijn gewrichten blijven pijn doen.
Foto John van Hamond
Chris Lindelauf in juni. Weer thuis, maar nog kilo’s onder zijn normale gewicht. Zijn gewrichten blijven pijn doen.
Foto John van Hamond
Chris Lindelauf in juni. Weer thuis, maar nog kilo’s onder zijn normale gewicht. Zijn gewrichten blijven pijn doen.
Foto Foto John van Hamond

Lindelauf zit begin juli nog een kilo of acht onder zijn normale gewicht. Het vel bungelt om zijn bovenarmen. Wel wint hij elke dag aan spierkracht. Bij een test met lopen, kniebuigingen, knijpen en andere krachtmetingen waren zo ongeveer al zijn scores verdubbeld ten opzichte van de maand ervoor. Een paar keer per week rijdt hij op een sportfiets naar de fysiotherapie in de buurt, zes kilometer heen en zes terug. „Een route zonder veel oversteken, want snel het lichaam en het hoofd draaien kost nog moeite.”

Lindelaufs gewrichten blijven pijn doen. „Met name van mijn schouder, heupen en knieën lig ik delen van de nacht wakker.” Een andere zorg is zijn stem. Lindelauf spreekt nu zacht en met een brommetje. Een zenuw in een van zijn stembanden is geraakt. Meer ex-coronapatiënten hebben klachten na weken van intubatie. Het komende half jaar gaat uitwijzen of de schade al dan niet blijvend is. „Ik ga nu naar een gespecialiseerde stemtherapeut. Als zij me strottenhoofdmassage geeft, hoor ik mijn echte stem weer even, zonder het brommetje. Als het probleem blijft, is er misschien operatief iets mogelijk met het meer naar het midden leggen van een andere stemband.”

In een gewoon gesprek in alle rust kan Lindelauf zich verstaanbaar maken. Aan de telefoon is het al een probleem. Laat staan in ruimtes met rumoer. Laatst was hij op zijn werk. Normaal gaat hij als bedrijfsleider graag de werkvloer op om met collega’s te praten. „Nu kwam ik met geen mogelijkheid boven het lawaai van de machines uit. Dat was confronterend.”

Wachten op zuurstof

Het is 29 mei 2020 als Marij Nieuwkamer (57) in de rolstoel naar buiten rijdt. De afgelopen 77 dagen lag ze in het Heerlense Zuyderlandziekenhuis, waarvan 70 op de IC. Het is onduidelijk hoe ze, maanden ervoor, corona opliep. En van het grootste deel van haar ziekbed weet ze niets meer. Buiten in de volle zon krijgt ze een klaterend applaus van de collega’s, die een erehaag naar de ambulance vormen. Dit is bekend terrein: ze is secretaresse op de longafdeling.

Nieuwkamer (57) slaat geëmotioneerd de handen voor haar mond. Het laatste stukje naar de ziekenauto wuift ze voorzichtig; tot veel meer is ze niet in staat. „Maar dat uitzwaaien gaf kracht.” Een kleine tien kilometer verderop ligt het revalidatiecentrum van Adelante.

Marij Nieuwkamer is op een middag half juni gebonden aan haar kamer bij Adelante. Ze wil best even de gang op, maar wacht op de grotere zuurstoffles die ze daarvoor nodig heeft. Die komt later die middag. Ze kan nog niet zonder die extra zuurstof, toegediend via een slangetje in haar neus. Haar lichaam is nog broos. Het vele liggen en zitten laat zijn sporen na. Op een van haar hielen zit een wond, die zo pijnlijk is dat ze er wakker van ligt. Ook heeft ze last van ontstoken gewrichten aan haar handen.

„Ik vind het verschrikkelijk om zo afhankelijk te zijn. Vragen om iets zit niet in mijn aard. In eerste instantie kon ik zelfs niet praten en moest alles via een spraakcomputer. Met wat geweest is, ben ik niet bezig. Nachtmerries zijn uitgebleven. Afkloppen maar.”

Gewrichten van beide handen blijven ontstoken. De wond op haar hiel, een zwarte vlek, heelt.

Marij Nieuwkamer, ex-corona patient

Zondag 12 juli mag Nieuwkamer voor het eerst even weg bij Adelante. Voor een proefverlof, minder dan een etmaal. Zelfstandig lopen gaat nog niet. Haar man Bert heeft planken gelegd zodat hun huis in Eyserheide ondanks kleine trapjes en drempels rolstoelvriendelijk is. „En op internet heb ik voor een paar tientjes een paar beugels voor op het toilet gekocht.”

Maar Nieuwkamer is die dag vooral buiten. De weldadige rust, het weer en de horizon, die reikt tot aan de Vaalserberg en Duitsland, maken het eigen terras tot een heerlijk alternatief na maanden in de kleine wereld van ziekenhuis en revalidatiecentrum. „We hebben het stil gehouden. De dochter van Bert was er en mijn zoon. Verder niemand. Tussen de middag ben ik gaan rusten. ’s Avonds aten we sushi.”

Bij Adelante moet Nieuwkamer elke ochtend en middag aan de bak. „Vermoeiend, maar de therapeuten proberen voor variatie te zorgen. Mezelf motiveren was vooral lastig als ik lang geen vooruitgang boekte. Toen ik voor het eerst weer liep tussen een brug met gelijke leggers gaf dat een boost.”

Nieuwkamers rechterhand zit in een orthopedische handschoen. Het kost moeite wijs- en middelvinger naar de duim te brengen. „Ik kan weer schrijven met links. Dat kon ik vroeger ook, maar toen moest het van school met rechts.” De gewrichten van haar handen blijven ontstoken. „Het waarom onderzoeken ze.” De pijnlijke wond aan een hiel („een grote zwarte vlek”) heelt langzaam maar zeker.

Nieuwkamer klinkt een beetje hees. Dat hoopt ze met zoon Milan op te lossen. „Die kent de juiste oefeningen.” Milan geeft zangles en speelt in grote musicalproducties (zijn rol nu: Dmitri in Anastasia). Voor zijn zieke moeder nam hij kleine versies van haar lievelingsnummers op. Om haar er doorheen te slepen.

Marij Nieuwkamer (57) herstelt van corona in revalidatiecentrum Adelante. Ze lag zeventig dagen op de IC.
Foto John van Hamond
Marij Nieuwkamer (57) herstelt van corona in revalidatiecentrum Adelante. Ze lag zeventig dagen op de IC.
Foto John van Hamond
Marij Nieuwkamer (57) herstelt van corona in revalidatiecentrum Adelante. Ze lag zeventig dagen op de IC.
Foto John van Hamond

Nasleep onvoorspelbaar

Adelante bouwt de corona-afdeling begin juli af. Revalidatiearts en bestuurslid Yvette van Horn is er blij mee, ook „voor de sfeer hier in huis. Je had de medewerkers in die bubbel en de rest. De mythe van de corona-afdeling ontstond. Door alle aandacht van buiten werd dat alleen maar groter. Er ontstond afgunst. ‘Die van de corona-afdeling mogen en krijgen alles.’ Dat wil je niet, maar het gebeurde toch.”

Van de 105 patiënten die in Hoensbroek hebben gelegen, hebben de meesten nog behoorlijk wat klachten zodra ze naar huis gaan. Zo heeft ongeveer één op de tien patiënten extra zuurstof nodig. De nasleep is onvoorspelbaar. Op hoeveel procent van het oude functioneren komt een patiënt uit? En hoelang gaat dat duren?

Adelante speelt een rol bij de nazorg, vertelt Van Horn. „Alleen hier in Limburg heb je al 4.800 ex-coronapatiënten die een vorm van revalidatie nodig hebben. Eigenlijk te veel. Het betekent dat je tot een vorm van triage voor revalidatie moet komen. Daar werken we aan.”

Een ‘tweede golf’ zou Adelante lastig aankunnen. Van Horn: „De corona-afdeling voor de eerste golf is niet helemaal gefinancierd. Groepsrevalidatie voor patiënten met andere klachten kan vanwege besmettingsgevaar niet op de normale wijze doorgaan en kost meer.”

In de laatste weekends van juli mag Nieuwkamer steeds wat langer naar huis. Terug bij Adelante kijken de behandelaars hoe het haar bekomt. „Ze zijn bang dat ik te veel doe.” Ze hoopt op 1 augustus naar huis te kunnen, zegt ze half juli. „Op 2 augustus word ik 58.” Het lukt. Op 29 juli mag Nieuwkamer definitief naar huis.

Ze loopt inmiddels met een rollator. „Nooit gedacht dat ik daar zo blij mee zou kunnen zijn. Het is weer een stapje op weg naar vrijheid.” Nieuwkamer heeft nu drie keer per week therapie.

Zondag 19 juli vieren Chris Lindelauf en Ingrid Meurkens het leven met een feestje in de achtertuin. Wijn en 48 flesjes bier (Corona) staan koud. De drie stellen van de kegelavond begin maart zijn er, en enkele andere bekenden. Iedereen keurig op anderhalve meter van elkaar, al worden de afstanden wat minder strikt gehandhaafd als de middag vordert.

Bezoekers nemen attenties mee. Lindelauf heeft zichzelf kort ervoor een groot cadeau gedaan. Op de inrit staat een elf jaar oude BMW Z4, de sportwagen waar hij altijd van droomde. „Normaal had na de eerste emotionele impuls de ratio me van zo’n aankoop weerhouden. Of ik had spijt gekregen.” Grijnzend: „Nu niet.”

Hij zegt: „En toch – hoe tegenstrijdig het mag klinken – is het ‘meer, meer, meer’ nu onbelangrijker. Anders dan vroeger geniet ik van de kleine dingen zoals krakende takjes tijdens een boswandeling. En van de mensen die dicht bij me staan. Toen mijn dochters pubers werden, hield het knuffelen op. Zoals dat gaat. Nu knuffelen we weer.”

Voor Antoine Platen blijven – na de val tijdens de fysiotherapie in juni – grote tegenslagen uit. „Maar traplopen gaat nog niet”, zegt hij begin juli aan de telefoon. Minder dan een week later waagt hij zich in een winkelcentrum toch aan een trap. Hij komt boven. Met zijn mobieltje filmt hij het meteen.