Opinie

’s Werelds eerste corona-opstand

Luuk van Middelaar

Na 26 jaar alleenheerschappij moest het er een keer van komen. Zondag zeiden miljoenen Wit-Russen per stembus dat ze dictator Loekasjenko weg wilden hebben; sindsdien protesteren tienduizenden op straat tegen de flagrante vervalsing van de uitslag. Hoe dit zal eindigen – voor Wit-Rusland, voor Rusland en Europa – is onzeker. Maar waarom nu? Waarom hadden burgers in Minsk, Brest, Vitebsk en op het platteland nu genoeg van hun sterke man en vinden ze, ondanks hard politiegeweld, de moed het hem te zeggen? In één woord: Covid-19. Het virus was de trigger. Wit-Rusland is het dramatische toneel van ’s werelds eerste corona-opstand. Het zal vast niet de laatste zijn.

„Mensen zijn heel erg boos op Loekasjenko om een veelheid aan redenen, van pensioenen tot onderwijs”, zei activiste Olga uit Vitebsk tegen de FT, „maar Covid was de startknop voor de politieke mobilisatie van het volk. Mensen begrepen dat de situatie gevaarlijk voor hen was en dat ze moesten reageren.”

Vanaf het begin ontkende de Wit-Russische leider de pandemie. Hij noemde het een „psychose” en beval als remedie wodka, de sauna en tractorrijden aan – in de stijl van de biddende Bolsanaro of Trump in zijn bleekmiddeldagen. Er kwam geen lockdown. De Wit-Russische voetbalcompetitie ging als enige in Europa door, net als de 9-mei-parade in Minsk. Voor Loekasjenko bestond het virus niet, evenmin als de oppositie. Niet over praten, dan verdwijnt het.

Intussen raakten veel Wit-Russen met Covid-19 besmet; volgens het Johns Hopkins instituut inmiddels bijna 70.000, op een kleine 10 miljoen inwoners (tegen 62.000 in Nederland, op 17 miljoen).

Met deze nalatigheid schond de sterke man het basale sociale contract met de Wit-Russische bevolking: stabiliteit en veiligheid in ruil voor volgzaamheid. Voor de meerderheid van de bevolking een aanvaardbare deal. Bij eerdere verkiezingen, hoewel evenmin eerlijk, was schaamteloze fraude zoals afgelopen zondag niet nodig. „Afwezigheid van vrijheden werd gecompenseerd door bescherming tegen de Russische buur”, aldus een Wit-Russische onderzoeker in Le Monde, „met hem zouden we geen annexatie krijgen, zoals Oekraïne overkwam met de Krim”. Vandaar ook dat de Wit-Russen Loekasjenko ‘Vadertje’ noemden, de half-affectieve en half-ironische bijnaam voor een beschermer.

Die tijd is over. Waar het staatsgezag het bij de virusbestrijding liet afweten, organiseerde de burgerlijke samenleving zichzelf (aldus een Britse kenner van Wit-Rusland).

Drie vrouwen belichamen de volksopstand. Alle drie ‘vrouw van’: twee echtgenotes en één kabinetschef van de drie oppositieleiders die Loekasjenko in het zicht van de verkiezingen het land uit of het gevang in gooide. De politiek onervaren jonge moeder Svetlana Tichanovskaja groeide uit tot hun boegbeeld en raakte een snaar bij het volk. Beslissend was de campagneavond van zondag 26 juli waar ze tegen de menige zei: „Ik ben niet bang meer.” Telefoons dansten er op de tonen van een Catalaans verzetslied uit de dagen van Franco, waarmee ook hun Poolse buren in de tijd van Solidarnosc zichzelf moed inzongen. Svetlana was (in een andere verwijzing naar de Europese geschiedenis die de ronde deed) de Wit-Russische Jeanne d’Arc, een jonge vrouw die haar geknechte volk nieuw geloof in eigen kunnen gaf.

Hier gaat iets mis, zag de dictator die zondagavond. Op een campagnebijeenkomst de volgende dag, 27 juli, beweerde Loekasjenko zelf door het virus te zijn besmet en het te hebben overleefd: „Artsen kwamen gisteren tot deze slotsom. Zonder symptomen.” Maar deze leugen op weg naar een erkenning van het ware virusgevaar kwam te laat. Met zijn falen als beschermer verloor hij zijn gezag en rest hem slechts geweld.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.