Reportage

Hoe Wit-Rusland burgers belaagt met granaten en intimideert tot in het ziekenhuis

Demonstraties Als het na de gemanipuleerde verkiezingsuitslag onrustig is in Minsk, wordt NRC-correspondent Emilie van Outeren in haar been geraakt. In het ziekenhuis ziet ze hoe Loekasjenko zelfs de gewonden onder zijn bevolking blijft intimideren.

Demonstranten en de oproerpolitie in Minsk.
Demonstranten en de oproerpolitie in Minsk. Foto Viktor Tolochko / Sputnik6

Van een afstandje lijkt de explosie van een flash-bang-granaat op onweer. Een plotselinge flits die even de omgeving oplicht, gevolgd door een doffe knal. Ik hoor het voor het eerst in de verte donderen als ik zondagavond laat met mijn vertaler Aleksandr Sjoekalo door Minsk loop. „Wat is dat geluid?”, vraag ik. Hij kent het ook niet.

Alex en ik zijn de hele middag op pad geweest om de verkiezingsdag in de hoofdstad van Wit-Rusland te verslaan. In lange rijen spraken we kiezers vol hoop en bravoure, maar ook angst en gelatenheid. Ja, ze wilden allemaal verandering en vrijheden die alleen mogelijk zijn als autocraat Aleksandr Loekasjenko vertrekt. Maar nee, ze leven niet in de waan dat hij zijn 26-jarige presidentschap vrijwillig zal beëindigen.

Op een vrolijke middag vol fascinerende gesprekken volgt een uiterst frustrerende avond. Het regime heeft het mobiele netwerk en vrijwel alle nieuwssites, berichten-apps en sociale media platgelegd, om te zorgen dat nationale en internationale veroordelingen van de gemanipuleerde uitslag niemand bereiken. Om te voorkomen dat officieuze verkiezingswaarnemers kunnen tonen wat zij bij alle stembussen aan werkelijke opkomst geturfd hebben. En vooral om te vermijden dat ontevreden kiezers, die massaal de straat op zullen gaan, zich kunnen organiseren. Dat heeft praktische consequenties: communiceren is beperkt tot sms’jes en geld pinnen kan bijvoorbeeld niet.

Bij gebrek aan coördinatie en leiding waaierden de ontevreden inwoners van Minsk intussen uit over alle straten en pleinen: jonge meisjes in zomerjurkjes op plateauzolen, oudere dames met handtasjes, groepen opgeschoten jongens in het zwart. Allemaal uitgelaten klappend en ‘Zjyve Belaroes’ zingend: ‘Leve Wit-Rusland’.

Lees ook: Zal de EU weer aan de zijlijn blijven?

Oorverdovende klap

Het is mijn eerste bezoek aan Wit-Rusland. Ik ben erop voorbereid dat een protest hier hardhandiger wordt neergeslagen dan ik als correspondent in Midden-Europa gewend ben. Loekasjenko schuwt geen geweld tegen zijn eigen bevolking. Daarom blijf ik hangen op een heuveltje met uitzicht op de ‘Stele’: een opgelichte 46 meter hoge obelisk ter ere van de helden die vochten tegen het fascisme. Niet toevallig gekozen als protestplek tegen de politiestaat.

Daar zien we de lichtflitsen die horen bij de dreunende knallen. „Licht- en lawaaigranaten”, noemen omstanders ze. Tsjechisch fabrikaat. De flash-bang- of stungranaat is niet bedoeld om lichamelijk letsel te veroorzaken, maar zeer omstreden. De luide knal kan leiden tot oogletsel en gehoorschade. Hoewel de metalen buis heel zou moeten blijven bij de explosie, worden er soms metalen deeltjes van het ontstekingsmechanisme weggeslingerd. Die kunnen zware verwondingen veroorzaken, maar dat weet ik dan nog niet.

Op honderden meters afstand stuiven demonstranten rond het monument uiteen, achterna gezeten door de in het zwart geklede mannen van oproerpolitie OMON, die het grove werk doen voor Loekasjenko. We staan op een te grote afstand om geschreeuw of paniek te horen. Te ver om te zien of de mensen die vallen weer overeind komen.

Lees ook:Loekasjenko: de behendige danser op het slappe koord tussen Oost en West

Ik besluit wat mensen te vragen naar hun motieven hier vanavond te zijn en raak aan de praat met een 33-jarige advocaat van buiten de stad die zich Dima noemt. Hij heeft in de Verenigde Staten op school gezeten en spreekt uitstekend Engels. En hij weet heel goed wat er mis is met zijn land. „Na de val van de Sovjet-Unie stonden we er beter voor dan de Baltische Staten, vergelijkbaar met Polen. En kijk ons nu.” Wit-Rusland is onder Loekasjenko blijven steken in het post-Sovjetmoeras van een geleide economie, autoritair leiderschap en minimale mensenrechten, maar met moderne technologie en hoogopgeleide jongeren die de wereld over reizen. Mensen die vrijheid geproefd hebben.

Door ons gesprek merk ik te laat dat het om ons heen drukker en onrustiger wordt. „Volgens mij moeten we hier weg”, zeg ik midden in het interview tegen Dima. Zodra we het op een lopen zetten, slaat vlakbij zo’n chemische bliksemschicht in. Terwijl ik in volle vaart doorsprint, volgt er nog een. Ik word – flash – heel even door het felle licht verblind. En dan komt de oorverdovende klap – bang. Net onweer: niet meer zo mooi en onschuldig wanneer het vol naast je inslaat.

Het is alsof iemand het geluid van de film heeft uitgezet, want ik hoor niets meer, terwijl achter me het schieten doorgaat. Dan voel ik iets scherps mijn linkerdij binnendringen. Onmiddellijk stroomt er warme vloeistof langs mijn pijnlijke kuit naar beneden. Niet nadenken, blijven rennen, het voelt alsof ik in de fik sta, blijven rennen.

Ik ben Alex kwijt, Dima is verdwenen. Ik kan weer horen, vergezeld van een snerpende pieptoon, maar de eerste mensen die ik aanklamp geven verschrikt aan dat ze geen woord verstaan van wat ik zeg. Als ik mijn jurkje optil, zie ik aan de blik van een vrouw dat het bloeden veel erger is dan ik voel.

Twee jongens van 18 en 20 komen me te hulp. Het zijn broers, hier om met hun ouders te demonstreren. Hun moeder spoelt met een flesje water de flinke gaten in mijn been schoon en drukt er katoenen zakdoeken op. De jongens bellen een ambulance.

Als de autoriteiten van een land zomaar granaten naar je gooien terwijl je pen en papier in de hand hebt, kun je er dan op vertrouwen dat ze vervolgens je leven redden, vraag ik me af.

Gelukkig komt de ambulance binnen twintig minuten en is Alex terecht, en ongedeerd. We worden naar een militair hospitaal gebracht. Mijn eerste gedachte: gunstig voor schotwonden. Tweede gedachte: wat als het leger me niet meer laat gaan? Ik ben niet alleen zwaargewond; ik doe mijn journalistieke werk hier clandestien.

Oproerpolitie in Minsk.

Foto Sergei Grits /AP

Politie-pesterijen

In de drukke behandelkamer ligt een naakte man zo dichtbij dat we elkaar zouden kunnen aanraken als we onze armen uitstrekken. Maar hij kan alleen maar kermen en schreeuwen, terwijl de artsen proberen zijn voet te redden. Pas als hij met een doodsbange blik en klapperende tanden mijn kant op kijkt, zie ik dat hij ook in zijn gezicht geraakt is.

Wonden die niet gutsen worden niet behandeld. De spoedeisende hulp is deze eerste avond van protesten zo overbelast dat het protocol luidt: alleen levens redden, de rest komt morgen. Mijn verbrande onderbeen moet wachten.

Op slaapzaal 216, waar ik na het spoelen en verbinden van vijf wonden word binnengereden, liggen twee net afgestudeerde meisjes van in de twintig. Maria heeft een wond onder haar linkeroog en flinke scherfwonden aan beide benen. Sasja laat me een filmpje zien van de rubberen kogel die haar linkerscheen binnendrong en net verwijderd is. „Bij eerdere protesten schoten ze niet op meisjes”, zegt ze, verbaasd over wat haar is overkomen. Dit zijn geen diehard activisten, maar jongeren die zich tot een paar maanden geleden nauwelijks voor politiek interesseerden. „We hebben deze ‘softe dictatuur’ veel te lang gepikt”, zegt Maria, liggend op een klein bedje met wollen dekens.

Gaten in de jurk die Van Outeren droeg.
Foto Aleksandr Sjoekalo
Van Outeren in de ambulance, onderweg naar het militair hospitaal in Minsk.
Foto Aleksandr Sjoekalo
Links: gaten in de kleding van Emilie van Outeren. Rechts: op weg naar het ziekenhuis.
Foto Aleksandr Sjoekalo

Rond twee uur ’s nachts staat er een agent in spijkerbroek naast ons bed om ons te verhoren. Hij wil onze namen en adressen, maar ook foto’s van onze kleding, voor video-analyse. Niet om te identificeren wie er rücksichtslos op óns hebben geschoten, maar om te zien of wíj niet te betrappen zijn op „provocerend gedrag” en „onrust stoken”. Eén vraag stelt hij gelukkig niet: wat ik hier eigenlijk doe.

Een land zonder vrijheid van meningsuiting laat journalisten niet loslopen. Bijna geen buitenlandse correspondent kreeg voor deze verkiezingen een accreditatie. Typerend voor de hybride dictatuur die Wit-Rusland is, kunnen toeristen uit de EU echter gewoon naar binnen. Zo is het toch mogelijk verslag te doen van wat hier gebeurt.

Het politieoptreden buiten onze ziekenboeg gaat onverminderd door. Alleen al in de eerste nacht vallen waarschijnlijk één dode, zeker 80 gewonden en worden naar schatting 1.300 mensen gearresteerd. De militaire artsen en verpleegsters behandelen ons zo goed als ze kunnen met hun apparatuur uit de vorige eeuw. Maar ook in dit ziekenhuis lijkt de politie het voor het zeggen te hebben. Elk uur vindt er wel weer een onderzoek plaats dat weinig met onze medische toestand te maken heeft.

Lees ook:Wit-Russen staan tegenover een muur van agenten

Om half vier moet opeens bloed worden afgenomen om ons alcoholpercentage te meten: dronkenschap is een extra reden voor straf. Een uur later staat er een agent in uniform in de kamer. Hij heeft een lijst met zo’n vijftig namen in zijn hand. De onverstaanbare buitenlander laat hij met rust, maar de meisjes moeten een verklaring tekenen. In hun strafrechtelijk onderzoek wordt ook bekeken of hun „letsel veroorzaakt kan zijn door een val”. Om half zes moeten we alweer voor de politie in een potje plassen. Om kwart voor zeven volgt wéér een verhoor.

Mijn kamergenootjes weten niet of het intimidatie en pesterij is, of dat ze echt het risico lopen gearresteerd te worden. Voor deelname aan ‘zware ongeregeldheden’ kunnen ze vijftien jaar cel krijgen. ’s Ochtends zijn meerdere mannen op onze afdeling verdwenen. We weten niet of ze met lichte verwondingen naar huis zijn, of zijn afgevoerd. Er komen berichten naar buiten over beruchte gevangenissen waar de staat demonstranten zou martelen.

Het is duidelijk dat de autoriteiten het niet op mij gemunt hebben. Loekasjenko is niet uit op een rel met de Europese Unie, maar op het geselen van zijn eigen bevolking. Ik mag na twee dagen weg om in Nederland geopereerd te worden, mijn kamergenotes doodsbang achterlatend. Maria wordt maandagavond laat weer van haar bed gelicht door mannen in uniform, vlak voor er ’s ochtends metaalsplinters uit haar benen gesneden moeten worden.

In Nederland zie ik pas beelden van het buitensporige geweld. Ik hoor dat er tientallen journalisten zijn opgesloten en er gericht is geschoten op verslaggevers die met een camera, of, zoals ik, met een notitieblokje hun werk deden.

Dima, de advocaat die ik zondag interviewde, blijkt diezelfde nacht gearresteerd. Vier dagen later weet nog steeds niemand waar hij is, hoor ik van een vriendin van zijn familie. Vrijdagochtend komt gelukkig het verlossende bericht dat hij met vele andere gevangenen buiten de poort van de gevangenis is gezet en zijn weg naar huis weet te vinden. Hij zou geslagen zijn en heeft twee blauwe ogen. Maar hij is weer vrij, voorlopig. Maria moet zich volgende week melden op het politiebureau.

Correctie (23 december 2020): In een eerdere versie van dit artikel was de verwonding door een rubberkogel die Sasja opliep aan haar scheenbeen niet juist beschreven, dat is aangepast.