Historische krimp van Nederlandse economie

CBS-cijfers ‘Corona’ vaagt in drie maanden ruim vijf jaar economische groei weg. Maar het had erger gekund.

Verse bloemen in de veilinghal van FloraHolland. De bloemensector moet het vooral van de verkoop in eigen land hebben, die tijdens de coronacrisis zelfs is toegenomen. Maar het overgrote deel van de export ligt nog steeds plat.
Verse bloemen in de veilinghal van FloraHolland. De bloemensector moet het vooral van de verkoop in eigen land hebben, die tijdens de coronacrisis zelfs is toegenomen. Maar het overgrote deel van de export ligt nog steeds plat. Sem van der Wal/ANP

„Een historische krimp, die we in de jaren dertig zelfs niet hebben gezien.” Een „klap van jewelste” voor de Nederlandse economie. Een „inktzwart” economisch beeld. Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), schuwde vrijdagochtend grote woorden niet toen hij cijfers over het bruto binnenlands product (bbp) in tweede kwartaal van dit jaar presenteerde.

Het bbp van Nederland nam af met 8,5 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor, volgens een eerste berekening van het CBS – die in september nog wordt bijgesteld. Daarmee is „in één klap vijfenhalf jaar aan economische groei weggevaagd”, aldus Van Mulligen. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar was de economie 9,3 procent kleiner. De krimp is voor meer dan de helft toe te schrijven aan de sterk gedaalde consumptie. Die lag bijna 12 procent lager dan een jaar eerder. Ook de export en de investeringen stonden diep in de min, beide met krap 11 procent ten opzichte van een jaar eerder.

In het tweede kwartaal telde Nederland 322.000 banen minder dan een kwartaal eerder, een afname van 3 procent. Tegelijkertijd, zo blijkt uit een aparte, vrijdag gepubliceerde analyse van het Centraal Planbureau, heeft de overheid succes geboekt in het beperken van de schade door de recessie voor de arbeidsmarkt. De Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), waarmee de overheid een deel van salarissen bij werkgevers doorbetaalt, bewees zijn dienst. De werkloosheid in Nederland steeg in het tweede kwartaal wel, van 3,0 naar 3,8 procent, maar het CPB noemt dat „relatief beperkt” gezien de „historische krimp in de productie.” Van Mulligen van het CBS liet zich in gelijke zin uit.

Dat de werkloosheid niet sterker steeg, had ook andere voordelen, meent het CPB: Het voorkwam een hardere daling van de consumptie; mensen die werkloos raken, gaan er in inkomen fors op achteruit. De economische klap was, kortom, veel groter geweest zonder de NOW, meent het Planbureau.

Elders in Europa erger

Veel Europese landen hebben een vergelijkbare regeling ingevoerd, maar de Nederlandse subsidie is in verhouding royaal. Mogelijk heeft dit een rol gespeeld in de relatief geringe economische krimp in Nederland in het tweede kwartaal, vergeleken met die in andere Europese landen. Deze week rapporteerde het Verenigd Koninkrijk liefst 20,4 procent achteruitgang. In de buurt van het Britse cijfer komt het Spaanse: in Spanje bedroeg de krimp 18,5 procent. In Italië werd de economie 12,4 procent kleiner, in Frankrijk 13,8 procent, in Duitsland 10,1 procent. „Een economische catastrofe van de buitenste categorie”, zo vatte Van Mulligen het beeld in Europa samen.

Overigens hadden economen van onder meer ING en ABN Amro al voorspeld dat Nederland en Duitsland de coronarecessie nog enigszins beperkt zouden weten te houden. Juist in het VK en in Zuid-Europa zou die desastreus uitpakken. De prognose was vooral gebaseerd op de diepte en de duur van de lockdowns in deze landen, waar de coronapandemie bovendien relatief zwaar toesloeg. Zuid-Europa is daarnaast sterk afhankelijk van het door de coronacrisis getroffen toerisme.

Lees ook: Zonder steun aan werkgevers was de economische schade veel groter geweest, zegt het Centraal Planbureau

Hoewel Nederland de pandemie in economisch opzicht verhoudingsgewijs nog aardig heeft doorstaan, blijven de cijfers van het CBS schokkend. Het aantal flexwerknemers daalde het afgelopen kwartaal bijvoorbeeld met 272.000 in vergelijking met een jaar eerder. Daarbij gaat het volgens Van Mulligen vooral om jongeren en laagopgeleiden. „Zij vangen de eerste klappen van de crisis op.”

De bedrijfstak cultuur, recreatie en sport stortte met 37,4 procent in door sluiting van locaties als gevolg van de lockdown en, zei Van Mulligen, uit angst voor het virus. „Ook als dit soort gelegenheden niet verplicht dicht waren, meden mensen ze.” 

Overigens waren er ook een paar branches die van de pandemie profiteerden. Aan voeding en genotmiddelen besteedden consumenten in juni 2,7 procent meer dan een jaar eerder. De behoefte aan „luxe producten” en „vermaak” bleek groot tijdens het thuiszitten, zei Van Mulligen. „Elektronica, maar ook bordspellen en legpuzzels waren niet aan te slepen.”

Alsnog ontslaggolf?

Sinds de versoepeling van de beperkende maatregelen zijn er wat lichtpuntjes. Zowel het consumenten- als producentenvertrouwen was in juli bijvoorbeeld minder negatief dan in juni. Tegelijkertijd, waarschuwde Van Mulligen, laten enquêtes onder ondernemers zien dat de verwachtingen over de personeelssterkte nog steeds ongunstig zijn. Als de pandemie weer in ernst toeneemt, kan het zijn dat „alsnog heel veel bedrijven failliet gaan en er alsnog een grote golf ontslagen komt”. 

M.m.v. Marike Stellinga