‘Ik werk en zorg voor mijn gezin, maar als ik het virus krijg, ben ik dor hout’

#GeenDorHout De veelbesproken ‘zwakkeren en ouderen’ laten van zich horen op sociale media, in de hoop het coronadebat te veranderen.

Barbara Duiverman: „Als ik nu weleens buiten vrienden zie, moet ik steeds mijn grenzen aangeven.”
Barbara Duiverman: „Als ik nu weleens buiten vrienden zie, moet ik steeds mijn grenzen aangeven.” Foto Lars van den Brink

‘Als jullie toch blijven praten over dat risicogroepen dood mogen, dan is het tijd dat jullie de gezichten en verhalen bekijken van wie jullie willen opofferen. Ik start. Ik ben Jacquie, 38 jaar, heb tien jaar een partner, 4 katten en ben #GeenDorHout.”

Met de hashtag #GeenDorHout gaan sinds zaterdag duizenden van dit soort persoonlijke berichten rond op sociale media. De directe aanleiding is een opiniestuk van epidemioloog Sander Borgsteede in Trouw, waarin hij zegt: „Willen we de zwakkeren blijven beschermen totdat er een vaccin is of zijn we bereid te accepteren dat zwakkere en oudere mensen eerder overlijden?”

Jaqueline Davis (38) leest al maanden berichten waarin mensen debatteren over of ouderen en kwetsbaren het verdienen om te leven of niet. Daar was ze „klaar mee”, vertelt ze. Zij was de eerste die tweette met deze hashtag, in de hoop dat anderen haar voorbeeld zouden volgen. ‘De risicogroep’ is voor veel mensen een te abstracte term, zegt ze. Als mensen verhalen lezen en gezichten zien, ontstaat er een beter beeld bij hoe breed de risicogroep is, zo is haar idee.

‘Dor hout’ verwijst naar een opmerking van Marianne Zwagerman, die aan het begin van de coronacrisis in een column bij radiozender BNR zei dat het coronavirus „best eerlijk te werk gaat. De zeis [...] gaat vooral door het dorre hout”. Zwagerman vindt dat jonge en gezonde mensen met de coronamaatregelen te veel moeten opofferen om kwetsbaren te beschermen.

Ze is kláár met debatten over de vraag of de risicogroepen het verdienen om te leven

In een paar dagen tijd werden ruim 20.000 tweets verstuurd met deze hashtag en ook op Facebook en Instagram ging het onderwerp viral.

Heeft zo’n online maatschappelijk protest invloed? Volgens Marcel Broersma, hoogleraar media en journalistieke cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen, is de kracht van sociale media dat mensen elkaar vinden en ervaringen delen, en zo samen „een stem in het maatschappelijk debat” kunnen laten horen. „Als journalistieke media het vervolgens oppikken, wat nu dus gebeurt, wordt de beweging effectiever.”

Intussen heeft minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) er ook over getweet: „‘Dor hout’, wát een nare term is dat. Ik geloof echt dat rekening willen houden met elkaar en voor elkaar willen zorgen ons juist in de genen zit. En voor degenen die dat soms even kwijt lijken te zijn, is #geendorhout een zeer terechte, waardevolle actie. Lees die verhalen!” Broersma: „Zo geeft sociale media burgers de mogelijkheid iets op de publieke agenda te zetten. Dat is nieuw de laatste jaren en kán heel effectief zijn, denk aan #MeToo en #BlackLivesMatter.”

Initiator Davis hoopt dat mensen door de vele persoonlijke verhalen bereid zijn meer rekening te houden met de coronamaatregelen, om deze groep te helpen. Dat is een slimme strategie, zegt hoogleraar Broersma. „Uit onderzoek weten we dat het effectief kan zijn om in een rationeel debat met emotionele argumenten een tegengeluid te geven. Zwagerman is kil en feitelijk. Persoonlijke verhalen daar tegenover zetten kan mensen de ogen openen en motiveren zich beter aan de maatregelen te houden, omdat ze nu zien voor wie ze het doen.”

Roy Lindelauf (43, Breda) „Ik werk, zorg voor mijn gezin, sport en voel me fit, maar als ik het virus krijg, ben ik dor hout”

Roy Lindelauf Foto Lars van den Brink

„Ik was vlieger bij de luchtmacht toen ik in 1999 ernstig ziek werd. Mijn hart functioneerde niet goed. In 2014 kreeg ik een harttransplantatie. Daarvoor heb ik maanden in het ziekenhuis gelegen en erna lang gerevalideerd. Ik heb nog steeds klachten en mijn immuunsysteem werkt niet goed vanwege medicatie die ik dagelijks moet slikken, maar ik ben vooral dankbaar voor mijn tweede leven. Ik heb een nieuwe carrière opgebouwd bij defensie, mijn vrouw leren kennen en heb twee jonge kinderen.

„Mijn zoon is drie maanden geleden geboren met een keizersnee en ik kon niet bij de geboorte in het ziekenhuis zijn. Ik ben heel zuinig op mijn donorhart en als ik het virus krijg, loopt het misschien niet goed af. Dat risico is het niet waard. Ik maak voortdurend dat soort afwegingen.

„Ik werk, zorg voor mijn gezin, sport en voel me fit, maar als ik dit virus krijg, ben ik dor hout. Ik snap niet dat mensen het niet kunnen opbrengen om afstand te houden en handen te wassen. Als iemand zegt: ‘Ik baal zo dat ik niet naar een festival kan’, dan denk ik: is dat nou zo erg? Waarom hebben mensen dat niet voor elkaar over? Ik ben chronisch ziek en moet me al twintig jaar aan allerlei beperkingen houden, dan is dit toch niet zo veel moeite?

„De uitspraak ‘dor hout’ vind ik ook gênant richting ouderen. Je zou maar 80-plus zijn nu: dan heb je je hele leven keihard gewerkt, geholpen deze maatschappij op te bouwen en dan is het nu oké als je gaat? Dat slaat nergens op.”

Barbara Duiverman (40, Alkmaar) „Door #GeenDorHout zien anderen hopelijk dat dit over mensen gaat, met een gezicht en een leven”

Barbara Duiverman Foto Lars van den Brink

„Mijn hele tijdlijn staat vol met groepsselfies. Áls ik buiten kom, zie ik een soort groepsdruk: als iemand toch een knuffel geeft, gaat de één na de ander overstag.

„Ik heb een ernstige vorm van de ziekte van Crohn en ben in de afgelopen acht jaar 35 keer geopereerd. Ik heb altijd pijn, heb drains, leef op morfine. In het ziekenhuis weet iedereen wie ik ben. Ik krijg er elke acht weken een infuus met immuunsysteem-onderdrukkende medicatie. Thuis heb ik een aangepast toilet en hulp in de huishouding. Ik leef als een 80-jarige, alhoewel, die zijn soms nog fitter dan ik.

„Vanaf maart ben ik twee maanden in quarantaine geweest. Boodschappen liet ik bezorgen, ik nodigde niemand thuis uit. Als ik nu weleens buiten vrienden zie, moet ik steeds mijn grenzen aangeven en uitleggen waarom ik niet omhelsd wil worden.

„Vorig jaar heeft mijn zusje een einde aan haar leven gemaakt. Mijn ouders heb ik al sinds maart niet geknuffeld en dit jaar kon ik op haar sterfdag geen knuffels krijgen. Dat mis ik. De enige mensen die mij sinds maart hebben aangeraakt, zijn de verpleegkundigen die het infuus inbrengen.

„Op Facebook zie ik sinds maart al dit soort posts: de zwakkeren moeten maar binnen blijven, want zij kosten me mijn vakantie en zijn niet goed voor de economie. Ik vind daar veel van, maar kon het eerder niet kwijt. Door #GeenDorHout zien anderen hopelijk dat dit over mensen gaat, met een gezicht en een leven.”

Lisa Jansen (27, Eindhoven) „Door #GeenDorHout voel ik dat ik niet alleen ben, dat we een community zijn”

Lisa Jansen Foto Lars van den Brink

„Sinds maart ben ik mijn huis nauwelijks uit geweest. Ik ben angstig om naar buiten te gaan, want mensen zien niet dat ze rekening met me moeten houden. Op straat lappen mensen de regels aan hun laars, ik zie ze knuffelen en dicht op elkaar lopen. In de supermarkt worden de karretjes niet meer gedesinfecteerd, mensen botsen tegen me op in het gangpad en ik hoor gehoest en genies.

„Ik heb sinds vijf jaar hevige vermoeidheidsklachten, mijn leven wordt beheerst door altijd moe zijn. De exacte diagnose hou ik voor mezelf. Ik heb werk, vrienden, een partner en heb net een boek geschreven. Dat voelt als een openbare sollicitatie dat ik het waard ben om te leven.

„Behalve mijn partner heb ik al maanden geen sociaal contact. Mijn ouders en schoonvader zijn een keer langsgeweest in de tuin, verder laat ik niemand binnen. Ik ben in de afgelopen vijf jaar veel vrienden verloren die niet begrepen dat ik minder kon afspreken en dat ik niet altijd van mijn lichaam op aan kan. De goede vrienden die ik nu heb mis ik ontzettend, maar zij snappen dat ik voorzichtig ben.

„Ik spreek me uit, want chronisch ziek zijn is vaak best eenzaam en door #GeenDorHout voel ik dat ik niet alleen ben, dat we een community zijn. Ik ben onderdeel van een grote groep en samen kunnen we ons punt wel duidelijk maken.”