VWS miste alarmerende informatie in memo van GGD

Bron- en contactonderzoek Het ministerie van Volksgezondheid ontving in juli al informatie over problemen met bron- en contactonderzoek, maar deed daar niets mee.

Een medewerker van de GGD Rotterdam-Rijnmond neemt een coronatest af in een teststraat.
Een medewerker van de GGD Rotterdam-Rijnmond neemt een coronatest af in een teststraat. Foto Koen van Weel

De GGD Rotterdam-Rijnmond heeft al op 24 juli het ministerie van Volksgezondheid een memo gestuurd waarin stond dat het aantal coronabesmettingen zo snel opliep, dat goed bron- en contactonderzoek in de knel zou komen. Met die informatie is door het ministerie niets gedaan.

In het memo van 23 juli, in bezit van NRC, stond dat het aantal besmettingen zo snel opliep dat het contactonderzoek niet meer volgens de „landelijke standaarden” uitgevoerd kon worden. Bij een verdere stijging van de besmettingen zou het goed uitvoeren van dat onderzoek „niet realistisch” zijn. De GGD gaf aan dat dit grote gevolgen kon hebben voor de strategie om een nieuwe golf van het coronavirus te voorkomen: „Het indameffect is daarmee niet meer voldoende.” De GGD waarschuwde ook dat „het werkelijk aantal patiënten zeer waarschijnlijk flink hoger is dan het aantal geteste patiënten”.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) zei vrijdag tegen het ANP dat het „jammer” was dat het signaal op zijn ministerie niet was „opgepikt”. Maar de GGD had volgens de minister ook zelf eerder en vooral duidelijker een waarschuwing kunnen geven dat er eind juli al problemen dreigden met het contactonderzoek. „Want dan hadden we eerder kunnen helpen.”

De minister benadrukte woensdag in de Tweede Kamer nog dat hij pas vorige week vrijdag te horen kreeg dat het bron- en contactonderzoek onder druk stond. Dat de landelijke opschaling niet „adequaat is geweest”, was hem pas „de laatste week” duidelijk geworden, zo zei De Jonge. Dat kwam volgens hem door de onverwacht snelle toename van het aantal besmettingen.

Lees ook: Wat contactonderzoekers leren van ebola en Covid-19-modellen

Twee weken na het memo werd de voorspelling werkelijkheid: de GGD Rotterdam-Rijnmond maakte vrijdag 7 augustus bekend het contactonderzoek wegens capaciteitsproblemen te beperken. De GGD Amsterdam deed dat die dag ook. Een dag daarvoor had minister De Jonge in een ingelaste persconferentie nog gezegd dat er dankzij het bron- en contactonderzoek „goed zicht” was op lokale besmettingen. Hoewel hij zorgen had over de verminderde bereidheid van mensen om mee te werken aan het onderzoek, konden de GGD’s de stroom patiënten volgens de minister nog goed aan.

Snel testen en bron- en contactonderzoek zijn volgens het kabinet essentieel voor het voorkomen en kunnen controleren van een nieuwe uitbraak van het coronavirus.

De capaciteitsproblemen bij de GGD’s treden op terwijl het aantal besmettingen nog relatief laag is. Volgens De Jonge is dat omdat de onderzoeken per nieuw coronageval langer duren dan gedacht. Maar NRC beschreef woensdag hoe GGD Nederland haar eigen „intelligente opschalingsplan” voor bron- en contactonderzoeken niet realiseerde. Was dit wel gebeurd, dan hadden GGD’s op dit moment nog wel genoeg capaciteit gehad.

Sinds de waarschuwingsmemo is het aantal besmettingen in de Rotterdamse regio fors opgelopen. Op 23 juli waren er 3,6 besmettingen per 100.000 inwoners. Hoewel dit getal van dag tot dag behoorlijk schommelt is het inmiddels minstens verdubbeld. Op donderdag werden in Rotterdam-Rijnmond 108 nieuwe besmettingen geteld.