Opinie

Fotojournalisten verdienen betere bescherming

Auteursrecht Zonder toestemming overnemen op sociale media van professioneel gemaakte beelden is diefstal. In rechtszaken krijgen fotografen nauwelijks vergoeding toegekend, schrijft .
Fotografen tijdens een bezoek van koningin Maxima aan het een lerarencongres in Amersfoort.
Fotografen tijdens een bezoek van koningin Maxima aan het een lerarencongres in Amersfoort. Foto Remko de Waal/ANP

Het auteursrecht is, na artikel 7 van onze Grondwet dat persvrijheid garandeert, misschien wel het belangrijkste recht waarover (foto)journalisten beschikken. Het auteursrecht beschermt immers de intellectuele prestatie van een maker. Diens foto of artikel mag niet zomaar door een ander zonder toestemming gebruikt worden. Dat betekent dat het werk dus ook beschermd moet worden, zeker in een digitale wereld, waarin zo’n beetje elk stukje tekst of beeld snel kan worden gekopieerd.

Over de toepassing van dit belangrijke recht hebben de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten (NVF) en ruim honderd bezorgde fotografen hun zorgen begin augustus onder woorden gebracht in een brandbrief aan de rechtelijke macht en betrokken ministers. De afgelopen jaren is de bescherming van het auteursrecht geërodeerd door de wijze waarop de rechtspraak auteursrechtschendingen beoordeelt.

Het ongevraagd gebruiken van materiaal is het best zichtbaar op sociale media waar iedereen tekst- en beeldmateriaal kosteloos gebruikt zonder zich om de rechten van de oorspronkelijke maker te bekommeren. De grote techbedrijven hebben jarenlang dit gedrag actief gestimuleerd en daarmee professionele media en makers in een kwetsbare positie gebracht.

Ongevraagd hergebruik is diefstal

Iedereen die publiceert op digitale kanalen dient zich ervan bewust te zijn dat professioneel beeld waarde vertegenwoordigt en dat ongevraagd hergebruik feitelijk diefstal betreft. Omdat de ‘pakkans’ op het wereldwijde web bij dit soort hergebruik klein is, zou er van de straffen hiervoor een stevige preventieve werking moeten uitgaan.

Vreemd genoeg hebben we in de rechtspraak de afgelopen jaren een omgekeerde beweging gezien. Daar waar het jaren geleden nog usance was dat de rechter bij publicatie van beeld zonder toestemming drie tot vier keer de oorspronkelijke prijs als schadevergoeding toewees aan de benadeelde fotograaf, wordt sinds enige tijd doorgaans slechts de ‘gangbare’ waarde van de foto als uitgangspunt genomen voor die vergoeding. Met een zeer bescheiden verhogingsgrond voor het niet vermelden van de naam van de maker van 25 procent. Daarmee is het bijna lonend om het risico te nemen. In het ergste geval riskeert de overtreder hoogstens een 25 procent opslag op de oorspronkelijke prijs.

Ook als het gaat om de vergoeding van de juridische kosten heeft de rechtspraak haar beleid recentelijk gewijzigd; in minder complexe zaken geldt voortaan het ‘kantonrechtersliquidatietarief’ als vergoeding voor de gemaakte (juridische) kosten. Dit tarief is zo laag, dat het veelal niet lonend is om naar de rechter te stappen.

Verhaal halen bij Big Tech?

Het meest pijnlijke is natuurlijk de rol van de techbedrijven, of het nu YouTube, Instagram, Twitter of Facebook betreft. Ze hebben ervoor gezorgd dat zij als partij niet aanspreekbaar zijn op overtredingen, terwijl juist zij profijt hebben van dit misbruik. De wettelijk geregelde zogenaamde ‘notice and takedown’-verplichting beperkt hun verantwoordelijkheid slechts tot het verwijderen van het materiaal indien de rechthebbende hierover klaagt. Maar dit geeft geen enkele mogelijkheid voor financieel verhaal.

Deze rechtspraak draagt bij aan een mentaliteit waarbij de waarde van foto’s en tekst in de digitale wereld niet langer wordt gezien als een serieus te beschermen goed. Dat heeft consequenties voor het voortbestaan van een belangrijke beroepsgroep en de functie die zij vervullen in onze samenleving.

Ook voor het betalende lezerspubliek van kranten als NRC is deze zorg relevant. De journalistieke beroepsgroep kan lezers immers alleen van onafhankelijk gemaakte beelden en artikelen blijven voorzien, indien hun prestaties auteursrechtelijk beschermd worden.

Er is perspectief

Anders kan elke willekeurige derde er met het werk van (foto)journalisten vandoor gaan en blijft er geen reden meer over om nog een abonnement te nemen of voor een krant te betalen.

Toch zien wij perspectief. In juni 2019 werd een nieuwe Europese auteursrechtrichtlijn vastgesteld, die de verantwoordelijkheid van socialemediabedrijven voor auteursrechtschendingen wil vergroten. Het is zaak dat de Nederlandse rechtspraak en onze wetgever bij de implementatie van deze richtlijn dit verstandige uitgangspunt op een werkbare manier gaan toepassen.

Ons pleidooi is dan ook helder: maak socialemediabedrijven altijd (financieel) verantwoordelijk voor de publicatie van tekst en beeld, dat zonder toestemming is gepubliceerd op hun platformen en herintroduceer een vergoeding bij auteursrechtschendingen, die recht doet aan de werkelijk geleden schade.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.