Reportage

‘Dat ik ben teruggekomen naar Nederland zegt toch wel iets?’

Syriëgangers Het kabinet wil het liefst het Nederlanderschap van álle Syriëgangers afpakken. De zaak die donderdag voor de Raad van State kwam, over Maher H., is een grote test voor dat beleid.

Maher H., die graag wandelt, in een natuurgebied. Foto is gemaakt in 2019.
Maher H., die graag wandelt, in een natuurgebied. Foto is gemaakt in 2019. Foto Katrijn van Giel

Of het kabinetsbeleid standhoudt om Syriëgangers te strippen van hun nationaliteit, dat hangt voor een belangrijk deel af van een zaak die donderdag voor de Raad van State is gekomen. De hoogste bestuursrechter boog zich voor het eerst over een zaak waarbij het Nederlanderschap is afgepakt van een veroordeelde Syriëganger.

Het oordeel van de Raad van State is ook voor veel andere zaken van belang: het kabinet wil het liefst álle Syriëgangers het Nederlanderschap ontnemen. Tot nu toe is echter onduidelijk wanneer daar een grond voor is.

Zo ook in het geval de 26-jarige Maher H., in 2014 teruggekeerd uit Syrië. De zaak draait om de vraag of zijn veroordeling voor terrorisme in Syrië voldoende reden is om zijn staatsburgerschap af te pakken.

Volgens landsadvocaat Mette van Asperen is dat wel zo. Dat Maher zich schuldig heeft gemaakt aan terrorisme, betekent dat hij „essentiële belangen van de staat” heeft „geschaad”, waardoor zijn „band met de staat niet meer kan bestaan”, betoogde ze namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Ankie Broekers-Knol, die over de intrekking van nationaliteit gaat.

Radicaal gedachtegoed

Advocaat Flip Schüller vindt echter dat in het besluit geen rekening is gehouden met de positieve ontwikkelingen die Maher na zijn veroordeling zou hebben doorgemaakt. Zo heeft Maher naar eigen zeggen het radicale gedachtegoed afgezworen.

Staatsraad Corinna Wissels probeerde na te gaan in hoeverre de staatssecretaris hier oog voor heeft gehad bij het intrekken van Mahers nationaliteit – een „superingrijpende maatregel” volgens Wissels.

Daar kon landsadvocaat Van Asperen geen helder antwoord op geven. Als blijkt dat een terrorismeveroordeelde het radicale gedachtegoed écht heeft afgezworen, kan dat een overweging zijn om diens nationaliteit niet in te trekken, zei Van Asperen. Maar van Maher H. staat volgens haar allerminst vast dat hij niet meer geradicaliseerd is.

Lees ook dit interview met Maher H.: Ex-Syriëganger Maher H.: ‘Wat heb ik in Marokko te zoeken? Ik zou het niet weten’

Volgens Schüller bestaan er echter talrijke rapportages waaruit blijkt dat Maher H. geen gevaar meer vormt, maar worden die geheimgehouden. Zo rapporteren instanties als politie, gemeente en reclassering in een overleg dat het Veiligheidshuis heet over de voortgang van Maher, maar weigert de staatssecretaris die rapportages op te vragen en te betrekken in deze zaak. „De overleggen in het Veiligheidshuis zijn vertrouwelijk”, zei de landsadvocaat.

Discriminatoir karakter

Een ander punt waarop de staatsraad doorvroeg was het vermeende discriminatoire karakter van de maatregel, omdat alléén mensen met een dubbele nationaliteit erdoor worden getroffen. Van Asperen probeerde dit te nuanceren. „Is dit werkelijk indirecte discriminatie? Het gaat maar om een heel beperkt aantal mensen waarvan je het Nederlanderschap intrekt.”

Maar alleen houders van een dubbel paspoort zoals Turkse en Marokkaanse Nederlanders krijgen ermee te maken, wierp staatsraad Wissels tegen. Van Asperen: „Die hele groep heeft er toch geen last van? Je hebt er alleen maar last van als je deze ernstige misdrijven pleegt.” Schüller, verontwaardigd: „Een béétje discrimineren mag dus wel?” 

Aan het eind herhaalde Maher H. nog eens dat hij écht zijn oude gedachtegoed heeft verworpen en heel graag Nederlander wil blijven. „Ja, ik ben naar Syrië gegaan. Maar dat ik ben teruggekomen naar Nederland zegt toch wel iets?”

Over enkele weken is de uitspraak.