Opinie

Zachte heelmeester maakt echt een stinkende wond

Emma Bruns

Spreekwoorden en gezegden die de tand des tijds doorstaan, hebben meestal een kern van waarheid. Zo maken zachte heelmeesters echt stinkende wonden. Het is vrijdagmiddag en samen met een collega en twee ervaren verpleegkundigen bemannen we de zogenoemde wondpoli. Het woord liegt er niet om. In een ruimte zonder ramen worden patiënten in vijf kamertjes neergezet. Ze hebben allemaal een wond. Gebeten door de kat, gestoten tegen de rollator, een onopgemerkte drukplek in een slecht zittende schoen. Het defect dat is ontstaan in de huid die ons meestal als een vuistdikke muur tegen kwaad van buiten beschermt, vertelt elke keer een verhaal.

Voor me zit een man met een verweerd gezicht. Hij is recent in een ander ziekenhuis aan zijn hart geopereerd waarbij via een bloedvat in de lies de kransslagaderen zijn gedotterd. Sindsdien heeft hij daar een dikke pijnlijke bobbel. „Wat deed u vroeger voor de kost?”, vraag ik hem terwijl ik met mijn vingers naar zijn lies voel. „Ik heb altijd gemetseld. Heel wat gebouwd hier in de buurt. Mooi maar zwaar werk.” Met een wattenstaafje maak ik de resterende opening van zijn wond iets groter. „Ziet u wat?” Hij kijkt me hoopvol aan. „Zet u maar even de tanden op elkaar”, zeg ik. Terwijl ik met mijn vingers de zwelling richting de opening duw, komt er een flinke hoeveelheid oud bloed naar buiten. Zichtbaar opgelucht kijkt hij me aan. „Beter ien keer poin as allemaar jeuk. Bedankt dokter.”

Het is een genoegen om in een ziekenhuis te werken waar zowel het merendeel van de werknemers als de patiënten afkomstig zijn uit West-Friesland. In het gebied omsloten door de West-Friese omringdijk wordt over het algemeen weinig om de brij heen gedraaid. Sterker nog, de bewoners zijn nuchter, eigenwijs en trots of zoals ze zelf zeggen ‘groôsk’. Voor menig beginnende jonge arts afkomstig uit de toch wat elitaire en verhipsterde Randstad, is een eerste baan in deze cultuur een medicijn op zichzelf.

Mensen die er niet omheen draaien zijn goud waard. Ik heb een zwak voor goede fietsenmakers, bakkers en loodgieters. Ze leveren tastbaar resultaat en je kan ze ter verantwoording roepen als je ontevreden bent over dat wat ze geleverd hebben. Dat is ook een van de grote voordelen van de heelkunde. In de praktijk streeft het vak naar de hoogst mogelijke vorm van boerenverstand waarbij je vanaf de eerste ontmoeting tot het ontslag van de patiënt naar huis geconfronteerd zal worden met het resultaat van je handelen. Als het goed gaat, maar ook als er complicaties optreden.

Ziekenhuisbestuurders en politici in de zorg lijken daar de afgelopen jaren helaas wat minder gevoelig voor te zijn. In het recent verschenen boek Fantoomgroei beschrijven auteurs Sander Heijne en Hendrik Noten hoe onze economie geleidelijk een wansysteem vol zachte heelmeesters is geworden. Het gebrek aan transparantie en de daarmee gepaard gaande teloorgang van herleidbare verantwoordelijkheid van managers en andere partijen is een zorgwekkende ontwikkeling. Het heeft geleid tot een economie waar we wel klappen voor verpleegkundigen maar als de portemonnee werkelijk bij het woord gevoegd moet worden, de stilte regeert.

Ook zonder een tweede coronagolf is het voor het zorgpersoneel deze zomer niet alleen buiten warm. De poli’s zijn vol en op de operatiekamers wordt met man en macht geprobeerd de achterstanden weg te werken. Het was dan ook op z’n zachtst gezegd ‘onhandig’ toen deze week naar buiten kwam dat leidinggevenden van het Zaans Medisch Centrum die in tijden van de coronacrisis langer hadden vergaderd, een bonus of zoals zij zelf zeiden een ‘gratificatie’, hadden gekregen.

Als eenvoudige dokter op de werkvloer begrijp ik best dat het cruciaal is om de processen goed te organiseren en dat heeft Nederland de afgelopen maanden ook uitstekend gedaan. De landelijke samenwerking van politiek en bestuurders in de zorg bij nieuwe maatregelen en de organisatie om de verspreiding van patiënten zo goed mogelijk te laten verlopen, waren mooie voorbeelden van de ‘intelligent lockdown’.

Maar om met de West-Friezen te spreken: het zou ‘pittig’ zijn als leidinggevenden meer hun best zouden doen om te laten zien waarover ze dan zo lang vergaderd hebben. Leg in heldere taal uit aan de mensen die twee verdiepingen lager in een warm pak en met een te strak mondmasker een patiënt staan te verschonen, wát je precies op hebt gelost.

Een goede verstaander heeft immers maar een half woord nodig.

Emma Bruns is arts-onderzoeker en chirurg in opleiding.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.