Opinie

We willen geen vijand zonder gezicht

Floor Rusman

Als SARS-CoV-2 een mens was, wat voor type zou het dan zijn? Het zou in elk geval een wreed mens zijn, mogelijk een psychopaat. Iemand zonder empathie, die uit is op het aanrichten van zoveel mogelijk leed. Het zou ook een ambitieus mens zijn, niet iemand die om vijf uur zegt: ‘hè hè, en nu even lekker helemaal niks’. Zelfs midden in de zomervakantie gaat hij door met z’n missie; je zou het ook monomaan kunnen noemen.

Het virus zou, ten slotte, een intelligent mens zijn: iemand die tegenslagen overwint en obstakels omzeilt door zichzelf telkens opnieuw uit te vinden.

Het lijkt misschien vreemd om je het nieuwe coronavirus als mens voor te stellen, maar het is allang gangbaar. Denk aan iedereen die waarschuwt dat „het virus niet met vakantie gaat”. Denk aan premier Mark Rutte die in een persconferentie de hoop uitsprak dat het virus „het rugzakje pakt en vertrekt”. Of aan vicepremier Hugo de Jonge, die in Het Parool zei dat het virus „nog niet klaar met ons” is. En: „Het virus heeft geen economie gestudeerd, dat wil gewoon overspringen van mens tot mens.” Volkskrant-redacteur Wilma de Rek stelde in een column deze week vast dat het virus „op geniepige wijze steeds nieuwe gedaanten aanneemt” in plaats van „met de staart tussen de benen de aftocht te blazen”.

De humanisering van het virus past bij onze neiging overal een verhaal van te willen maken. In dit verhaal is corona onze vijand, en een vijand heeft een gezicht en intenties nodig.

Die behoefte aan een verhaal is begrijpelijk, maar heeft ook een keerzijde. Verhalen voldoen doorgaans aan bepaalde verwachtingen: de aandachtsspanne van de lezer of kijker wordt gerespecteerd en in het verhaal zit een ontwikkeling. Op een offer volgt een beloning, op een overwinning een viering.

Maar de werkelijkheid gehoorzaamt deze regels niet. Aan het begin van de pandemie volgden de scènes elkaar nog in actiefilmtempo op, maar gaandeweg vertraagde het verhaal en nu zitten we in de fase waarin mensen normaal gesproken de bioscoop zouden uitlopen.

Aan de ontwikkeling van dit verhaal mankeert ook van alles. De ‘overwinning’ op corona van het afgelopen voorjaar konden we niet uitbundig vieren, en heel snel na het eerste offer moeten we nu nóg een offer brengen. In een film zou dat op z’n minst een nieuw offer zijn, maar van ons wordt hetzelfde gevraagd als eerst: wéér afstand houden, wéér thuiswerken. Onaanvaardbaar saai, voor een verhaal.

Dat roept gefrustreerde reacties op: ‘maar ik heb recht op mijn beloning’, of simpelweg: ‘dit verhaal duurt te lang, ik wil dat het afgelopen is’. ‘Ik ben klaar met corona’, hoor je veel mensen nu zeggen. Alsof we aan het verloop van een pandemie dezelfde eisen kunnen stellen als aan een boek of een film.

In werkelijkheid valt er niks te eisen. Er is geen regisseur om dingen kwalijk te nemen. Er is alleen maar de willekeur van een virus en de ongelooflijke pech die soms bij het leven hoort. Wie zegt ‘er klaar mee te zijn’, moet zich realiseren dat het verhaal niet stopt als wij dat willen. We kunnen onze inspanningen staken, en dan zullen er net zo goed mensen sterven als in deel één van dit verhaal. Niet omdat het virus zo onredelijk is, maar omdat het met de rede überhaupt niets te maken heeft.

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.